Hoogstraten

Zitting van donderdag 18 december 2025

Om 20.00 uur.

 

aanwezig

voorzitter: Herman Snoeys 

burgemeester: Tinne Rombouts

schepenen: Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert en Mariëlle Schalk

raadsleden: Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui

 

verontschuldigd

raadslid: Katrien Brosens

waarnemend algemeen directeur Peter Crols verlaat de vergadering vanaf punt 2.

 Lieve Jansen is wnd algemeen directeur vanaf punt 2.

waarnemend algemeen directeur Peter Crols vervoegt de vergadering vanaf punt 3.

gastspreker Lieve Jansen verlaat de vergadering vanaf punt 3.

 

Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van de notulen van de gemeenteraad van 24 november 2025.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het ontwerp van het verslag van de gemeenteraad van 24 november 2025 werd opgemaakt.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

         

Argumentatie

 

Het ontwerp van de notulen van de gemeenteraad van 24 november 2025 dient goedgekeurd te worden.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:01:35)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De notulen van de gemeenteraad van 24 november 2025 worden goedgekeurd.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Algemeen directeur: goedkeuren functiebeschrijving, toelatingsvoorwaarden, selectieprocedure en vacant verklaren van de functie

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 25 maart 2024 werd het ontslag van Joke Verschueren, algemeen directeur, aanvaard. 

In diezelfde gemeenteraad werd Peter Crols als waarnemend algemeen directeur aangesteld.

 

De selectieprocedure werd een eerste maal opgestart in de gemeenteraad van 24 juni 2024. In de gemeenteraad van 27 januari 2025 werd kennis genomen van het proces-verbaal van deze procedure en van het feit dat er geen geslaagde kandidaten waren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 30 tot en met 33 en artikel 57 van de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel.

 

Argumentatie

 

De gemeenteraad is de aanstellende overheid voor de functie van algemeen directeur. Volgens de rechtspositieregeling komt het de gemeenteraad toe de functiebeschrijving te bepalen en welke voorwaarden vervuld moeten worden voor de aanwerving een algemeen directeur, net als het verloop van de selectie, met inbegrip van de timing.

 

De selectie voor de aanwerving van een algemeen directeur wordt uitbesteed aan een erkend extern selectiebureau rekening houdend met de bepalingen van artikel 32 in de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel. Er wordt gekozen voor een extern aanwervingsexamen om zoveel mogelijk kandidaten te bereiken. Interne kandidaten zullen dezelfde selectieprocedure ondergaan om een neutrale onafhankelijke uitslag te bekomen.

 

Volgende zaken zijn tevens vastgelegd in de rechtspositieregeling:

- de functie moet bekleed worden door iemand met de Belgische nationaliteit;

- de kandidaten dienen houder te zijn van een diploma dat toegang verleent tot niveau A;

- er moeten verschillende selectiecriteria en -technieken zijn, afgestemd op de functiebeschrijving en deze moeten een test bevatten die de management- en leiderschapscapaciteiten van de kandidaten toetst;

 

De keuze van het selectiebureau en de afwikkeling van de selectieprocedure, zoals het vaststellen van de lijst van kandidaten, kan, omwille van de praktische organisatie, gedelegeerd worden aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Het eindverslag van het selectiebureau dient een bindende rangschikking van de geslaagde en geschikt bevonden kandidaten in volgorde van behaalde punten te bevatten. Dit wordt aan de gemeenteraad voorgelegd ter aanstelling van de nieuwe algemeen directeur.

 

Zie functiebeschrijving, toelatingsvoorwaarden en tijdlijn in bijlage.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

De kostprijs van het selectiebureau dat de procedure zal voeren en van de publicatie van de vacature, zullen in het college, waar de keuze bepaald wordt van het selectiebureau, gebracht worden. Budget is voorzien.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:02:21)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de functiebeschrijving en de toelatingsvoorwaarden in bijlage, voor de functie van algemeen directeur, goed.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt de timing in bijlage goed. De afwikkeling van de selectieprocedure, waaronder het vaststellen van de lijst van kandidaten en de selectiecommissie wordt tevens gedelegeerd naar het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 3:

De aanwerving gebeurt via een vergelijkend aanwervingsexamen en wordt uitbesteed aan een extern selectiebureau. De gemeenteraad delegeert de keuze van het selectiebureau, dat de volledige procedure zal organiseren, aan het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 4:

Het eindverslag van het selectiebureau dient een bindende rangschikking van de geslaagde en geschikt bevonden kandidaten in volgorde van de punten te bevatten. Dit wordt aan de gemeenteraad voorgelegd ter aanstelling van de nieuwe algemeen directeur.

Er wordt een wervingsreserve aangelegd voor de duur van 2 jaar.

Artikel 5:

De gemeenteraad keurt de functie van algemeen directeur vacant in statutair dienstverband met prestatiebreuk 38/38°.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de renteloze lening aan Politiezone Noorderkempen ter voorfinanciering van de verkoop van de oude politiekazerne.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de financiering van de nieuwe politiekazerne heeft de Politiezone Noorderkempen steeds rekening gehouden met de opbrengsten van de verkoop van de oude politiekazerne als sluitstuk in de financiering van deze nieuwbouw.

De Politiezone stelde de vraag aan de stad of zij interesse heeft in de grond en de gebouwen van de oude politiekazerne.

De stad wenst de grond en de gebouwen echter niet te verwerven.

Ondertussen geraakt de nieuwbouw flink voor op schema. De voorlopige oplevering zou zelfs nog eind dit jaar gebeuren volgens de huidige planning.

Dit betekent dat er druk komt op de liquiditeiten van de politiezone.

Daarom de vraag of de stad bereid is de verkoop van de oude politiekazerne voor te financieren door een renteloze lening toe te staan aan de Politiezone Noorderkempen.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Kan de gemeenteraad akkoord gaan met dergelijke voorfinanciering en onderstaande overeenkomst?

 

Leningovereenkomst

 

TUSSEN

1. STAD HOOGSTRATEN, Vrijheid 149 te 2320 Hoogstraten, met ondernemingsnummer 0207.502.202, vertegenwoordigd door haar gemeenteraad, waarvoor optreden

        Dhr. Herman Snoeys, voorzitter van de gemeenteraad, en

        Dhr. Peter Crols, Algemeen directeur.

Hierna genoemd de “Kredietgever”.

EN

2. POLITIEZONE HOOGSTRATEN-MERKSPLAS-RIJKEVORSEL, Vrijheid 13 te 2320 Hoogstraten, met ondernemingsnummer 0267.366.840, vertegenwoordigd door haar politieraad, waarvoor optreden

        Mevr. Tinne Rombouts, voorzitter van de politieraad, en

        Dhr. Hans Hoskens, korpschef.

Hierna genoemd de “ Kredietnemer”.

 

Samen de “Partijen”

 

Artikel 1: Voorwerp van de overeenkomst

Hierbij wordt overeengekomen tussen de Partijen, dat de Kredietgever een renteloze lening toestaat aan de Kredietnemer.

 

 

 

Artikel 2: Leningbedrag

De Kredietgever verklaart dat de Kredietnemer een som van 2.200.000 euro (twee miljoen twee honderdduizend) kan ontlenen, na goedkeuring van deze overeenkomst (hierna: “Leningovereenkomst”) door de gemeenteraad van Hoogstraten op (18/12/2025).  Dit bedrag kan volgens de cashbehoefte van de Kredietnemer worden opgevraagd ( hierna: “opname”) bij de Kredietgever, dit vanaf de datum van ondertekening van de Leningovereenkomst tot het aflopen van de opnameperiode, zijnde op 30.04.2026. Bij de vraag tot opname dient de Kredietnemer de Kredietgever hiervan 14 kalenderdagen voorafgaandelijk in te lichten via e-mail naar financien@hoogstraten.be met vermelding van het bedrag van de opname en het tijdstip van de opname. De Kredietgever zal het bedrag van de opname storten op bankrekeningnummer BE59 0910 1252 2426, geopend op naam van de Kredietnemer.

 

Artikel 3: Looptijd van de Lening

De lening loopt vanaf de datum van ondertekening van de Leningovereenkomst tot 30.04.2027.

 

Artikel 4: De terugbetaling van de Lening

De terugbetaling van de lening door de Kredietnemer aan de Kredietgever zal gebeuren volgens een bullet-scenario: het kapitaal zal in één keer worden terugbetaald, en dit ten laatste op de eindvervaldag van het krediet.

 

Artikel 5: De (rente)vergoeding

Er is op het bedrag van de lening geen vergoeding verschuldigd door de Kredietnemer aan de Kredietgever.

 

Artikel 6: Wijze van terugbetaling

De Kredietnemer zal het bedrag van de lening volgens het vastgestelde aflossingsschema, zijnde een éénmalige kapitaalsaflossing op eindvervaldag van het krediet, terug betalen.

De aflossingen zullen door de Kredietnemer worden betaald op de bankrekening BE72 0910 0009 5716 (GKCCBEBB) op naam van de Kredietgever. Dit met vermelding ‘terugbetaling toegestane lening Politiezone Noorderkempen’

 

Artikel 7: Vervroegde terugbetaling

De Kredietnemer heeft het recht om het nog verschuldigde bedrag van de lening geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen. De vervroegde aflossingen worden aan de Kredietgever terugbetaald door overschrijving op rekeningnummer BE72 0910 0009 5716 (GKCCBEBB) met de vermelding ‘vervroegde terugbetaling toegestane lening Politiezone Noorderkempen’.

Artikel 8: Zekerheden

De Kredietnemer verstrekt geen zekerheden aan de Kredietgever.

 

Artikel 9: Onafhankelijkheid van de bepalingen

Indien enige verbintenis of deel ervan in deze Leningovereenkomst onafdwingbaar zou zijn of strijdig met een bepaling van gebiedend of verbiedend recht zal dit gegeven de geldigheid en afdwingbaarheid van de andere delen van deze Leningovereenkomst niet beïnvloeden.

 

Artikel 10: Geschillen

Deze overeenkomst wordt beheerst door het Belgisch recht. Alle geschillen omtrent de uitvoering van de overeenkomst dienen eerst in onderling overleg tussen beide partijen minnelijk geregeld te worden. Indien een minnelijke regeling onhaalbaar blijkt, zal het geschil worden behandeld door de rechtbanken van Turnhout. Enkel de rechtbanken van Turnhout zijn bevoegd bij geschillen inzake dit contract.

 

Opgemaakt te Hoogstraten op 9 september 2025. Aangezien deze overeenkomst digitaal wordt ondertekend, wordt in overeenstemming met artkel 8.20NBW slechts één (digitaal) exemplaar van deze overeenkomst opgemaakt.

 

Voor de stad Hoogstraten

 

Namens de gemeenteraad

 

De algemeen directeur

De voorzitter van de gemeenteraad

 

 

Voor de Politiezone Hoogstraten-Merksplas-Rijkevorsel

 

Namens de politieraad

 

De voorzitter van de politieraad

De korpschef

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact (enkel gedurende 1 jaar op de liquiditeiten van de stad).

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:03:23)

 

BESLUIT

 

Bij 21 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens en Natasja Snels) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg) en 2 onthoudingen (Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad gaat akkoord om een renteloze lening toe te kennen aan de Politiezone Noorderkempen volgens de bepalingen in de overeenkomst die deel uitmaakt van dit besluit.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de aankoop van aandelen van Woonmaatschappij De Noorderkempen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

We zijn in een laatste fase van de vorming van de woonmaatschappijen en daarbij horende partiële splitsing gekomen.

N.a.v. die partiële splitsing in mei jl. heeft De Noorderkempen nieuwe aandelen uitgegeven die verdeeld geweest zijn onder de aandeelhouders van Woonboog.

Zoals beslist tijdens de algemene vergadering van De Noorderkempen op 20 mei jl., heeft De Noorderkempen deze aandelen die bij aandeelhouders zaten van buiten haar werkingsgebied ondertussen voor het grootste deel terug ingekocht. In totaal waren er 97.929 aandelen bij “vreemde” aandeelhouders en daarvan zijn er ondertussen 96.641 (98,7%) teruggekocht.

Woonmaatschappij De Noorderkempen heeft hiervoor een overeenkomst opgemaakt "overdracht van aandelen van woonmaatschappij De Noorderkempen aan stad Hoogstraten" (zie bijlage).

  

Juridische grond

 

        Artikel 40 van het Decreet lokaal bestuur met betrekking tot de bevoegdheid van de gemeenteraad;

        Statuten van Woonmaatschappij De Noorderkempen BV;

        Decreet van 9 juli 2021 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen waarbij een regelgevend kader met betrekking tot de woonmaatschappijen wordt gecreëerd;

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021 tot wijziging van verschillende besluiten over wonen;

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        Het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        Het besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 2022 waarbij de Vlaamse Regering de werkingsgebieden voor de woonmaatschappijen in Vlaanderen vastlegde;

        Reparatiebesluit van de Vlaamse regering van 10 november 2022 of het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 3 juni 2022 houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van het beleidsveld Wonen en tot wijziging van verschillende besluiten over wonen;

        Beslissing van de Vlaamse regering van 20 april 2023 tot erkenning van Woonmaatschappij De Noorderkempen als woonmaatschappij voor het werkingsgebied Kempen-Noord.

        De beslissing van de gemeenteraad van 24 april 2023 houdende goedkeuring van de statutenwijziging en omzetting van de cvba Bouwmaatschappij De Noorderkempen naar de bv Woonmaatschappij De Noorderkempen;

 

Argumentatie

 

Na deze inkoop zou De Noorderkempen deze ingekochte aandelen terug vervreemden om te vermijden dat zij de aandelen zou moeten vernietigen. Deze verkoop zou zoals ook beslist tijdens de AV van 20 mei gericht zijn naar de 5 gemeenten en OCMW’s die tot het werkingsgebied van De Noorderkempen behoren. Bedoeling zou zijn om te zorgen dat de verhoudingen tussen gemeenten gelijk blijven.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Concreet betekent dit het volgende voor de stad

 

Stad Hoogstraten:

Vóór de splitsing had elke gemeente binnen het werkingsgebied 30.000 aandelen van De Noorderkempen in haar bezit. Dit vertegenwoordigde 10,73% van de aandelen.

Na de splitsing zijn er 164 aandelen bijgekomen, wat er samen met het vertrek van Beerse voor gezorgd heeft dat die verhouding is gewijzigd.

Om terug naar een gelijke verdeling te gaan, zou elke gemeente 12,84% van de aandelen moeten hebben.

Voor Hoogstraten zou dat betekenen dat er 12.787 aandelen gekocht moeten worden aan de nominale waarde van € 2,174940. Totale waarde van die aankoop = € 27.810,96.

Totaal aantal aandelen in uw bezit na de transactie: 30.164 + 12.787 = 42.951 aandelen

 

Valt onder actie Doorlopend en recurrent beleid met actienummer 6/15/59/1, beleidsitem overig woonbeleid met nummer 629-00 en algemeen rekeningnummer: 28110000 Belangen in intergemeentelijk samenwerkingsverbanden en soortgelijke entiteiten - nog te storten bedragen.

Voorziene budget in het meerjarenplan: 28.184,00 EUR.

Reeds gebruikt budget: 0 EUR.

Beschikbaar budget op vandaag: 28.184,00 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: 27.810,96 EUR.

 

De financieel directeur heeft op 01/12/2025 een visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:18:25)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de overeenkomst voor de overdracht van aandelen van Woonmaatschappij De Noorderkempen aan stad Hoogstraten goed.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het meerjarenplan 2026-2031 voor de Kerkfabriek Sint Jan Evangelist Begijnhof Hoogstraten.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het meerjarenplan 2026-2031 werd goedgekeurd door de kerkraad op 26 mei 2025.

        Over gans de periode zijn er overschotten in de exploitatie

        Vanaf 2026 zijn er tekorten in investeringen

 

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 45 t/m van het Eredienstendecreet van 7 mei 2004.

        Artikelen 39 tot en met 43 van het Besluit van 13 oktober 2006 van de Vlaamse Regering m.b.t. de boekhouding van de kerkfabrieken.

 

 

Argumentatie

 

Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Jan Evangelist wordt ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:19:30)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

 

Enig artikel:

De gemeenteraard keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Jan Evangelist Begijnhof goed.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Meerjarenplan_officieleversie_(2).pdf Download
beleidsnota_kerkraad_aanpassing_budget_25.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het meerjarenplan 2026-2031 van de Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw Bezoeking Meer.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het meerjarenplan 2026-2031 werd goedgekeurd door de kerkraad op 10 juni 2026

        Over gans de periode zijn er overschotten in de exploitatie

        Er zijn geen overschotten/tekorten in investeringen

 

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 45 t/m van het Eredienstendecreet van 7 mei 2004.

        Artikelen 39 tot en met 43 van het Besluit van 13 oktober 2006 van de Vlaamse Regering m.b.t. de boekhouding van de kerkfabrieken.

 

 

Argumentatie

 

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek O.L.V. Bezoeking Meer goed.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:19:59)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek OLV Bezoeking Meer goed.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Kerkfabriek_Meer.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Allerheiligste Verlosser Meerle.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het meerjarenplan 2026-2031 werd goedgekeurd door de kerkraad op 16 juni 2025

        Over gans de periode zijn er overschotten in de exploitatie

        Er zijn geen overschotten/tekorten in investeringen

 

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 45 t/m van het Eredienstendecreet van 7 mei 2004.

        Artikelen 39 tot en met 43 van het Besluit van 13 oktober 2006 van de Vlaamse Regering m.b.t. de boekhouding van de kerkfabrieken.

 

 

Argumentatie

 

Het meerjarenplan 2026-2031 kerkfabriek Allerheiligste Verlosser wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:20:22)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Allerheiligste Verlosser Meerle goed.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Kerkfabriek_Meerle.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Katharina Hoogstraten.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het meerjarenplan 2026-2031 werd goedgekeurd door de kerkraad op 20 juni 2025.

        Over gans de periode zijn er overschotten in de exploitatie

        Vanaf 2028 zijn er geen overschotten of tekorten in investeringen

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 45 t/m van het Eredienstendecreet van 7 mei 2004.

        Artikelen 39 tot en met 43 van het Besluit van 13 oktober 2006 van de Vlaamse Regering m.b.t. de boekhouding van de kerkfabrieken.

 

Argumentatie

 

Het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek St. Katharina wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:20:49)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Katharina Hoogstraten goed.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Kerkfabriek_St_Katharina.pdf Download
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de verlenging van de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

De projectvereniging werd op 3 december 2003 opgericht door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar onder de naam Archeologische Dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK). In november en december 2007 keurden de betrokken gemeentebesturen de verlenging van de Pv AdAK voor een periode van zes jaar goed.

 

Op 9 december 2008 besliste de raad van bestuur om de Pv AdAK om te vormen tot de Projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed. De aangesloten gemeentebesturen keurden vervolgens in de jaren 2013 en 2019 telkens de verlenging van de Pv ENK voor een periode van zes jaar goed.

 

Overeenkomstig artikel 4 van de statuten van de Pv ENK, waarin de duur en de verlengingsprocedure van de projectvereniging zijn vastgelegd, besliste de raad van bestuur op 4 november 2025 om de projectvereniging opnieuw met zes jaar te verlengen.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017.

        Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. 

        Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018.

        Gemeenteraadsbeslissing van 22 maart 2010 voor de toetreding tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen en de deelwerking Cultureel Erfgoed.

        Gemeenteraadsbeslissing van 28 oktober 2019 voor de verlenging van de deelname aan de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen en de nieuwe deelwerking bovenlokale cultuurwerking.

        Gemeenteraadsbeslissing van 12 december 2021 voor de toetreding tot de deelwerking onroerend erfgoed van de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen.

 

Argumentatie

 

De projectvereniging heeft tot doel het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het onroerend en cultureel erfgoed op het grondgebied van de deelnemende gemeenten te bevorderen. Daarnaast staat de vereniging in voor het opbouwen, delen en uitwisselen van kennis en expertise rond cultuur en erfgoed. Ze heeft hiertoe vier deelwerkingen uitgebouwd: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed, archiefwerking en cultuurwerking.

 

De werking van de vereniging wordt sinds twintig jaar, naast gemeentelijke middelen, ook ondersteund door verschillende Vlaamse subsidies.  De huidige overeenkomsten met de Vlaamse overheid (2021–2026) zijn nog lopende:

  het convenant cultureel erfgoed (Erfgoedcel) loopt tot 31 december 2026;

  de samenwerkingsovereenkomst onroerend erfgoed (IOED) loopt eveneens tot 31 december 2026.

 

In 2026 zullen beide deelwerkingen een nieuwe aanvraag indienen voor de periode 2027–2032. De Vlaamse Gemeenschap beoordeelt deze aanvragen mede op basis van de lokale gedragenheid. Een verlenging van de projectvereniging met zes jaar bevestigt deze gedragenheid en vormt een noodzakelijke voorwaarde voor erkenning en subsidiëring.

 

Daarnaast biedt de verlenging de mogelijkheid om binnen het bovenlokaal cultuurdecreet een Vlaamse werkingssubsidie aan te vragen voor een bovenlokale cultuurwerking. Momenteel loopt, met Vlaamse ondersteuning via een kleinschalige bovenlokale cultuursubsidie, een voortraject om deze piste verder te onderzoeken.

 

Gelet op het belang van een duurzame intergemeentelijke samenwerking voor het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het cultureel en onroerend erfgoed binnen de regio, en rekening houdend met de lopende en toekomstige samenwerkingsovereenkomsten met de Vlaamse overheid, achten de deelnemende gemeenten het aangewezen om de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen voor een nieuwe periode van zes jaar te verlengen.

 

Deze verlenging verzekert de continuïteit van de opgebouwde expertise, de verdere uitvoering van de lopende Vlaamse erkenningen en convenanten, en de mogelijkheid om ook in de toekomst gezamenlijke bovenlokale projecten en subsidiemogelijkheden te blijven benutten in het belang van het erfgoed- en cultuurbeleid in de regio.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Werken en Vrije tijd" van het meerjarenplan, met actienummer: "R/1/3", beleidsitem: "Overig beleid inzake het erfgoed" met nummer "729-00" en algemeen rekeningnummer: "64930800" Algemene werkingssubsidies aan verenigingen".

Voorziene budget in het meerjarenplan: 40.293 EUR.

Reeds gebruikt budget: 0 EUR.

Beschikbaar budget op vandaag: 40.293 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: 40.293 EUR.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:21:13)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Artikel 1:

De gemeenteraad beslist de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen te verlengen voor een periode van 6 jaar.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt de bijgevoegde ontwerpstatuten van de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen goed.

Artikel 3:

De samenwerking tussen de stad Hoogstraten en Erfgoed Noorderkempen wordt goedgekeurd op voorwaarde dat de bijdragen van de gemeenten niet stijgen, én dat de reserve vanaf 2031 voor 10% duurzaam wordt voorzien. De gemeenteraad van Hoogstraten verwacht eind 2026 een voorstel tot correctie voor de volgende jaren in die zin.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de toetreding van de gemeente Lille tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

De projectvereniging werd op 3 december 2003 opgericht door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar onder de naam Archeologische Dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK). In november en december 2007 keurden de betrokken gemeentebesturen de verlenging van de Pv AdAK voor een periode van zes jaar goed.

 

Op 9 december 2008 besliste de raad van bestuur om de Pv AdAK om te vormen tot de Projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed. De aangesloten gemeentebesturen keurden vervolgens in de jaren 2013 en 2019 telkens de verlenging van de Pv ENK voor een periode van zes jaar goed.

 

Overeenkomstig artikel 4 van de statuten van de Pv ENK, waarin de duur en de verlengingsprocedure van de projectvereniging zijn vastgelegd, besliste de raad van bestuur op 4 november 2025 om de projectvereniging opnieuw met zes jaar te verlengen. Deze verlenging dient op de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten goedgekeurd te worden.

 

De gemeenteraad van Lille keurde op 26 februari 2025 de intentie tot toetreden tot de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen goed. Op 3 maart 2025 werd de intentie aan de raad van bestuur van Erfgoed Noorderkempen per brief kenbaar gemaakt. Overeenkomstig artikel 6 van de statuten van de Pv ENK houdende de deelnemers en de procedure tot toetreding, keurde de raad van bestuur op 18 maart 2025 de toetreding van de gemeente Lille voorlopig goed.

 

In het kader van de verlenging van de projectvereniging en de opmaak en goedkeuring van de nieuwe beleidsplannen, besliste de raad van bestuur op 4 november 2025 om de definitieve aanvaarding en deelname van de gemeente Lille aan de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen voor te leggen aan de gemeenteraden van de aangesloten gemeenten.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017.

        Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013. 

        Bovenlokaal Cultuurdecreet van 15 juni 2018.

 

Argumentatie

 

De projectvereniging heeft tot doel het behoud, beheer, onderzoek en de ontsluiting van het onroerend en cultureel erfgoed op het grondgebied van de deelnemende gemeenten te bevorderen. Daarnaast staat de vereniging in voor het opbouwen, delen en uitwisselen van kennis en expertise rond cultuur en erfgoed. Ze heeft hiertoe vier deelwerkingen uitgebouwd: cultureel erfgoed, onroerend erfgoed, archiefwerking en cultuurwerking.

 

Artikel 6 § 1 van de statuten van de Pv ENK stelt dat alle gemeente van het gerechtelijk arrondissement Turnhout kunnen toetreden tot de projectvereniging en ze na toetreding worden toegevoegd worden aan het deelnemersregister. De projectvereniging is sinds de oprichting in 2003 stelselmatig gegroeid en werkt nu voor 11 lokale besturen. Naar analogie met de samenwerking binnen Kordia, kijkt de gemeente Lille nu ook voor andere beleidsdomeinen naar de gemeenten in het noorden van de referentieregio Kempen. Lille werkt momenteel al intergemeentelijk samen met andere gemeenten rond roerend, immaterieel en onroerend erfgoed en wil dit in de toekomst verder zetten in samenwerking met Erfgoed Noorderkempen.  Ook wil ze graag samen met andere gemeenten werken rond bovenlokale cultuur.

 

Om deze intentie tot samenwerken duidelijk te maken, maakte het gemeentebestuur van Lille de vraag tot toetreding officieel kenbaar aan de Raad van Bestuur van Erfgoed Noorderkempen. Ze gaven aan  te willen deelnemen aan de deelwerkingen cultureel erfgoed, onroerend erfgoed en de cultuurwerking. De raad van bestuur van Erfgoed Noorderkempen acht de toetreding van Lille dan ook een logische en waardevolle uitbreiding van de bestaande samenwerking binnen de referentieregio Kempen.

 

Gelet op de intentie van de gemeente Lille om actief bij te dragen aan de intergemeentelijke erfgoed- en cultuurwerking, en rekening houdend met de bepalingen van artikel 6 van de statuten van de Pv ENK, wordt voorgesteld de toetreding van de gemeente Lille definitief goed te keuren.

 

Deze toetreding versterkt de slagkracht van de projectvereniging en draagt bij aan een geïntegreerde, bovenlokale aanpak van erfgoed en cultuur in de regio.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:23:24)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de  toetreding van de gemeente Lille tot de Projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) goed. 

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt de aanpassing van het deelnemersregister en de statuten van de Pv ENK goed, naar aanleiding van de toetreding van de gemeente Lille.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor het geïntegreerd beleidsplan 2027-2032 voor de erfgoedwerking van de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

De projectvereniging werd op 3 december 2003 opgericht door de gemeenten Beerse, Oud-Turnhout, Turnhout en Vosselaar onder de naam Archeologische Dienst Antwerpse Kempen (Pv AdAK). In november en december 2007 keurden de betrokken gemeentebesturen de verlenging van de Pv AdAK voor een periode van zes jaar goed.

 

Op 9 december 2008 besliste de raad van bestuur om de Pv AdAK om te vormen tot de Projectvereniging Erfgoed Noorderkempen (Pv ENK) en keurde daarbij de nieuwe statuten goed. De aangesloten gemeentebesturen keurden vervolgens in de jaren 2013 en 2019 telkens de verlenging van de Pv ENK voor een periode van zes jaar goed.

 

De beleidsambities van de Pv ENK werden de afgelopen 20 jaar altijd ondersteund door middelen van hogere overheden. Zo werden voor 2009-1014, 2015-2020 en 2021-2026 telkens succesvolle erfgoedconvenants (Erfgoedcel) en samenwerkingsovereenkomsten (AdAK/IOED) afgesloten met Vlaanderen.

 

De werking van de Pv ENK is intussen uitgegroeid tot tot een intergemeentelijk samenwerkingsverband van 12 gemeenten, 4 deelwerkingen en 12 personeelsleden. In 2024 loopt een traject om de interne werking hierop af te stemmen. Op 19 november 2024 keurt de Raad van Bestuur van de Pv ENK de nieuwe structuur goed en zo wordt de basis gelegd voor een meer geïntegreerde erfgoedwerking. 

 

Het beleidsplanningstraject wordt samen met de visie rond de geïntegreerde werking en de krijtlijnen van het financieel kader goedgekeurd op de Raad van Bestuur van de Pv ENK van 18 maart 2025. De nieuwe missie, visie, strategische doelstellingen en kernacties werden afgeklopt op de raad van bestuur van 3 juli 2025. Deze werden verder uitgewerkt en op 4 november 2025 keurde de raad het geïntegreerde beleidsplan 2027-2032 goed.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Cultureel Erfgoeddecreet van 24 februari 2017.

        Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.

 

Argumentatie

 

Het geïntegreerde beleidsplan 2027–2032 van de erfgoedwerking van Erfgoed Noorderkempen vormt het inhoudelijke en strategische kader voor de verdere uitbouw van de cultureel-erfgoedwerking (Erfgoedcel) en de onroerenderfgoedwerking (IOED) binnen de regio.

 

Het plan vertrekt vanuit de gedeelde missie om het erfgoed duurzaam te bewaren, te onderzoeken, te ontsluiten en te beleven — met nadruk op samenwerking, kennisdeling en betrokkenheid van inwoners en lokale besturen.

 

De strategische doelstellingen richten zich op:

  1. Versterken van de lokale erfgoedzorg en het ondersteunen van gemeentelijke diensten en erfgoedactoren;
  2. Stimuleren van participatie en erfgoedbeleving bij inwoners, scholen, verenigingen en vrijwilligers;
  3. Verhogen van expertise en kennisdeling rond erfgoedzorg, restauratie, digitalisering en beleid;
  4. Duurzaam bewaren en ontsluiten van erfgoedcollecties, archieven en erfgoeddata;
  5. Verankeren van bovenlokale samenwerking tussen gemeenten, erfgoedpartners en de Vlaamse overheid.

 

De erfgoedwerking binnen Erfgoed Noorderkempen ontlast de gemeentelijke diensten door gespecialiseerde ondersteuning te bieden bij complexe en tijdsintensieve opdrachten, zoals vergunningen, erfgoedadviezen, subsidiedossiers, digitalisering en publieksprojecten. Door deze gedeelde aanpak beschikken de gemeenten over betaalbare en gespecialiseerde expertise die zij individueel niet zouden kunnen aanwerven of behouden.

 

De intergemeentelijke samenwerking fungeert bovendien als hefboom voor bijkomende Vlaamse en Europese middelen, waardoor de gezamenlijke gemeentelijke bijdrage een veelvoud aan externe financiering mogelijk maakt. Zo levert het beleidsplan niet enkel inhoudelijke meerwaarde, maar ook financieel rendement voor de regio.

 

Het plan werd uitgewerkt via een breed participatief traject met de twaalf deelnemende gemeenten, de medewerkers van Erfgoed Noorderkempen en talrijke erfgoedactoren uit de regio. Deze gezamenlijke aanpak versterkt de samenhang tussen de twee erfgoeddeelwerkingen en garandeert een efficiënte inzet van middelen, kennis en menskracht.

 

De goedkeuring van het beleidsplan 2027–2032 bevestigt het engagement van de deelnemende gemeenten voor een duurzame, kwalitatieve en bovenlokale erfgoedwerking. Ze vormt een noodzakelijke voorwaarde voor de indiening van de nieuwe erkennings- en subsidiedossiers bij de Vlaamse overheid (Erfgoedcel en IOED) en verzekert de continuïteit en de toekomstgerichte ontwikkeling van het erfgoedbeleid in de regio.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:23:47)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het geïntegreerde beleidsplan 2027-2032 voor de erfgoedwerking van de projectvereniging Erfgoed Noorderkempen goed.

Artikel 2:

De gemeenteraad keurt de indiening van de erkennings- en subsidiedossiers goed bij de Vlaamse overheid, met name de aanvraag van het erfgoedconvenant (Erfgoedcel) en de samenwerkingsovereenkomst (IOED) voor de periode 2027–2032.

Artikel 3:

De samenwerking tussen de stad Hoogstraten en Erfgoed Noorderkempen wordt goedgekeurd op voorwaarde dat de bijdragen van de gemeenten niet stijgen, én dat de reserve vanaf 2031 voor 10% duurzaam wordt voorzien. De gemeenteraad van Hoogstraten verwacht eind 2026 een voorstel tot correctie voor de volgende jaren in die zin.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van de huurovereenkomst met Mirho voor de Rabboenizaal.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

De gemeenteraad van 22 maart 2021 keurde een huurovereenkomst met Spijker vzw goed voor de Rabboenizaal met ingang van 1 oktober 2021 met het oog op de realisatie van een gemeenschapscentrum. Deze overeenkomst eindigt op 31 december 2025.

 

De overeenkomst werd door beide partijen geëvalueerd en beide partijen wensen een nieuwe overeenkomst af te sluiten voor 3 jaar.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Het voorstel huurovereenkomst (in bijlage) bevat volgende wijzigingen in vergelijking met de oude overeenkomst:

- Periode van 3 jaar vanaf 1 januari 2026 waarna deze verlengd of opgezegd kan worden.
- Enkel een dagtarief per gehuurd lokaal en geen maandtarief meer.
- Geen extra kosten voor verwarming.

 

De gemeenteraad wordt gevraagd om het ontwerp van de huurovereenkomst voor de Rabboenizaal tussen de stad en Mirho goed te keuren.
 

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie Gebouwen van het ontwerp meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/2, beleidsitem: Overige culturele instellingen met nummer 709-00 en algemeen rekeningnummer: 61000000 Huur en vergoedingen voor onroerende goederen.

Voorziene budget in het meerjarenplan voor

-2026: 86.000 EUR

-2027: 88.000 EUR

-2028:90.000 EUR

Reeds gebruikt budget: 0 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: raming tussen de 17.500 en 22.000 EUR per jaar afhankelijk van frequentie gebruik.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:24:15)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het ontwerp van de huurovereenkomst voor de Rabboenizaal tussen de stad en Mirho als volgt goed:

 

OVEREENKOMST GEMENE HUUR RABBOENIZAAL

VOOR GEMEENSCHAPSCENTRUM HOOGSTRATEN

 

Tussen enerzijds:

 

MIRHO VZW,

ondernemingsnummer BE0447910762,

met zetel te 2320 Hoogstraten, Gelmelstraat 58 A

erfpachthouder van de ‘Rabboenizaal’, gelegen te 2320 Hoogstraten, Lindendreef 37, en gemachtigd onder de voorwaarden die hierna volgen een huurovereenkomst af te sluiten,

vertegenwoordigd door:

- de heer Bart Wuyts, wonende te Hoogstraten, Deken Lauwerysstraat 25, handelend in zijn hoedanigheid van voorzitter van de raad van bestuur en

- de heer Joeri Van Gils, wonende te Merksplas, Opstal 2, handelend in zijn hoedanigheid van bestuurder-directeur,

hierna genoemd “de verhuurder”,

 

en anderzijds:

 

De STAD HOOGSTRATEN,

ondernemingsnummer 0207.502.202,

met zetel te 2320 Hoogstraten, Vrijheid 149

vertegenwoordigd door:

- de heer Herman Snoeys, wonende te 2321 Hoogstraten, Meerseweg 28, handelend in zijn hoedanigheid van voorzitter van de gemeenteraad en
- de heer Peter Crols, wonende te 2300 Turnhout, Smiskensstraat 119, handelend in zijn hoedanigheid van waarnemend algemeen directeur,

hierna genoemd "de huurder",

 

wordt overeengekomen als volgt:

 

Artikel 1.

De verhuurder stelt ter beschikking van de huurder de Rabboenizaal en parking, gelegen te Hoogstraten, Antoon De Lalaingstraat 3, op het kadaster bekend onder afdeling 1, sectie C, kadasternummers 143C, 146R en 150C2. 

De verschillende zalen van de Rabboenizaal en de parking worden weergegeven op het plan in bijlage (grote zaal, loge, bergruimte, cafetaria, tribune, leslokaal 1 en leslokaal 2).

 

Artikel 2.

Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2028 mits opzeg door één van de partijen via een aangetekend schrijven 12 maanden vooraf. Bij gebrek aan opzeg, wordt deze overeenkomst stilzwijgend verlengd waarbij elk der partijen deze overeenkomst jaarlijks kan opzeggen middels een aangetekend schrijven voor 31 december met een opzegtermijn van 12 maanden.

 

Artikel 3.

De verhuurder is gehouden de overeenkomst mede over te dragen aan wie tijdens de duur van de overeenkomst in zijn rechten zou treden; de huurder echter zal zijn rechten niet kunnen overdragen aan derden zonder daarvoor niet voorafgaandelijk het akkoord te hebben verkregen van de verhuurder en het op schrift te hebben gesteld.

 

Artikel 4.

Voor het gebruik van de Rabboenizaal, zoals omschreven in artikel 1, zal de huurder aan de verhuurder een vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt:

        500 euro per dag voor de grote zaal (inclusief loge, bergruimte en tribune; exclusief cafetaria en leslokalen)

        100 euro per dag voor de cafetaria

        25 euro per leslokaal per dag

Een vergoeding voor de kosten van verwarming, water, elektriciteit en internet zijn in deze bedragen inbegrepen.

 

Indien er de dag voorafgaand of volgend op een activiteit gebruik wordt gemaakt van de Rabboenizaal in het kader van diezelfde activiteit, wordt deze kosteloos ter beschikking gesteld (onder voorbehoud van beschikbaarheid). Beide partijen hanteren een gedeelde, online agenda om het gebruik van de Rabboenizaal gezamenlijk te kunnen opvolgen.

 

Indien het gebruik doorloopt tot 4:00u van de daaropvolgende dag, wordt dit niet beschouwd als een extra dag.

 

Materialen die aangekocht zijn door de stad blijven ten allen tijde eigendom van de stad en kunnen door de stad worden verwijderd uit de zaal bij het beëindigen van deze overeenkomst. Een inventaris van deze materialen wordt als bijlage aan de overeenkomst toegevoegd.

 

Er kan gebruik gemaakt worden van elkaars aanwezige materiaal mits onderling overleg tussen huurder en verhuurder. Indien er zich schade voordoet aan dit materiaal dient dit onmiddellijk gemeld te worden. De eigenaar van het beschadigde materiaal kan een schadevergoeding eisen aan de andere partij om deze schade te compenseren.

 

Artikel 5.

De verhuurder zal instaan voor het onderhoud van de verhuurde lokalen en zonder permanent aanwezig te zijn recht hebben op controle en toezicht van de lokalen. De huurder zorgt dat de Rabboenizaal na gebruik veegschoon wordt achtergelaten.

 

Artikel 6.

Beide partijen zullen in onderling overleg een huishoudelijk reglement opstellen in verband met de toegang en het gebruik van de Rabboenizaal. De huurder is verplicht dit huishoudelijk reglement aan de door haar aangeduide verenigingen en gebruikers op te doen leggen en te doen naleven.

 

Artikel 7.
De huurder is verantwoordelijk voor de schade die het gevolg is van eigen daad, van zijn aangestelden, onderhuurders, gebruikers of cliënteel.

De huurder dient alle nodige maatregelen te nemen opdat de geluids- en geurhinder en andere overlast door de exploitatie tot een absoluut minimum beperkt blijft.
De verhuurder is verplicht een verzekering m.b.t. het gebouw en de inboedel af te sluiten voor brand-, water- en glasschade en laat in deze verzekeringsovereenkomst een clausule opnemen die in hoofde van de verzekeringsmaatschappij afstand van verhaal voorziet t.a.v. stad Hoogstraten (huurder) en onderhuurders/gebruikers van de zaal.  De Stad Hoogstraten verzekert zijn eigen inhoud, alsook de onderhuurders/gebruikers verzekeren hun eigen inhoud.

De verhuurder en de huurder zijn beide verplicht een polis burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten die beschermt tegen schade veroorzaakt aan derden door haar eigen werknemers en vrijwilligers. De huurder wijst andere gebruikers van de zaal in het kader van het gemeenschapscentrum erop dat ook zij over een polis burgerlijke aansprakelijkheid moeten beschikken die de activiteiten dekt die zij in de zaal organiseren.

De verhuurder en de huurder zijn beide verplicht een polis objectieve aansprakelijkheid bij brand en ontploffing af te sluiten die ook dekking geeft over de zaal.

 

Artikel 8.

De huurder verplicht er zich toe de haar toerekenbare kosten veroorzaakt door schade aan de gebouwen en uitrusting toegebracht tijdens de gebruiksuren terug te betalen aan de verhuurder. Hij verbindt er zich toe over eventuele schade de verhuurder onmiddellijk in te lichten, mocht hij hier in gebreke blijven zou dit aanleiding geven tot contractbreuk zonder verhaal.

 

Artikel 9.
De ter beschikking gestelde Rabboenizaal mag uitsluitend gebruikt worden door verenigingen, organisaties en particulieren voor activiteiten met het oog op cultuurparticipatie, gemeenschapsvorming en cultuurspreiding ten behoeve van de lokale bevolking.

 

Artikel 10.

Voor alle gerechtelijke geschillen zijn uitsluitend de rechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Turnhout bevoegd en is het Belgische recht van toepassing.

 

Bijlage:

  1. Plan (gelijkvloers, 1ste verdieping en buitenomgeving) – door beide partijen ondertekend
  2. Inventaris materialen die eigendom zijn van de stad.

 

Aldus opgemaakt te Hoogstraten op datum van 18 december 2025 in twee originelen telkens inclusief de bijlage. Beide partijen verklaren één origineel, inclusief de bijlage ontvangen te hebben.

 

Namens Mirho vzw

 

De voorzitter      De bestuurder-directeur

Bart Wuyts      Joeri Van Gils

 

Namens de stad Hoogstraten

 

De voorzitter van de gemeenteraad   De waarnemend algemeen directeur

Herman Snoeys     Peter Crols

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de overeenkomst 2026-2031 met Sportregio Noorderkempen ILV.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

- De huidige samenwerkingsovereenkomst tussen de 12 deelnemende lokale overheden van Sportregio Noorderkempen loopt af op 31 december 2025.

- Op de algemene vergadering van 25 november 2025 keurden de stemgerechtigde leden het voorstel van nieuwe overeenkomst voor de periode 2026-2031 goed.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

- Om de continuïteit van de regiowerking te garanderen is het noodzakelijk om een nieuwe samenwerkingsovereenkomst af te sluiten. De leden zijn overtuigd van de meerwaarde om regionaal samen te werken voor sport.

- In het meerjarenplan 2026-2031 wordt voorgesteld om in te zetten op volgende 5 thema's:

                 * De ILV Sportregio Noorderkempen als netwerkorganisatie

                 * Sportinfrastructuur en sportieve ruimte

                 * Sportclubondersteuning

                 * Doelgroepenbeleid

                 * Overig beleid

- De meerjarenbegroting geeft de financiële vertaling van het meerjarenplan weer.

 

Wijzigingen of aandachtspunten ten opzichte van de huidige overeenkomst:

- De gemeente Malle stapt uit de Sportregio. Zij vallen immers buiten de referentieregio Kempen waarbinnen gemeenten bovenlokaal mogen samenwerken (regiodecreet).

- Vanaf 2026 wordt de bijdrage van de deelnemende gemeenten jaarlijks geïndexeerd volgens de gezondheidsindex.

 

De gemeenteraad wordt gevraagd om de nieuwe samenwerkingsovereenkomst goed te keuren.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Werken en vrije tijd" van het meerjarenplan, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: sport met nummer 740-00 en algemeen rekeningnummer: 64930800 Algemene Werkingssubsidies aan verenigingen.

Voorziene budget in het meerjarenplan 2026-2031: 101.675 EUR.

Reeds gebruikt budget: 0 EUR.

Beschikbaar budget op vandaag: 101.675 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: jaarlijks 5.015 EUR.

 

De financieel directeur heeft op 25/11/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:24:40)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met Sportregio Noorderkempen voor de periode 2026-2031 als volgt goed:

 

OVEREENKOMST Betreffende de oprichting van de interlokale vereniging “Sportregio Noorderkempen”

 

Tussen de hierna vermelde lokale overheden, alhier vertegenwoordigd zoals nader aangeduid, is overeengekomen een interlokale vereniging op te richten beheerst door de toepasselijke bepalingen van het decreet van 22.12.2017 houdende de intergemeentelijke samenwerking:

- De gemeente Arendonk, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Baarle-Hertog, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Beerse, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Hoogstraten, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Lille, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Merksplas, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Oud-Turnhout, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Ravels, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Rijkevorsel, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Turnhout, (datum goedkeuring overeenkomst)

- De gemeente Vosselaar, (datum goedkeuring overeenkomst)

 

Hierna samen genoemd: Sportregio Noorderkempen (SRNK). Voormelde partijen, handelend zoals voorzegt, hebben de inhoud van de oprichtingsovereenkomst met statutaire draagkracht vastgesteld als volgt:

 

HOOFDSTUK 1 Naam, doel, duur, verlenging en opzegmogelijkheid.

 

Art. 1 Naam van de interlokale vereniging.

De interlokale vereniging draagt de naam “Sportregio Noorderkempen”, afgekort SRNK.

 

Art. 2 Doel van de interlokale vereniging.

De SRNK wil aan de hand van haar doelstellingen inzake netwerkorganisatie, sportinfrastructuur en sportverenigingsondersteuning koploper zijn binnen het Vlaamse sportlandschap. Daarnaast detecteert de SRNK bepaalde noden voor moeilijk bereikbare en kwetsbare doelgroepen om hier waar nodig zelf een sportief aanbod voor te realiseren. De SRNK is een organisatie die met een brede en open kijk verbetering, nieuwigheden op het gebied van sport probeert te realiseren in de Noorderkempen.

 

Art. 3 Duurtijd, verlenging en opzegmogelijkheid.

De interlokale vereniging wordt aangegaan voor de periode van 2026-2031, ingaand op 01/01/2026. Uittreding kan enkel gedurende de eerste zes maanden van elk kalenderjaar. De opzeg gaat in op 1 januari van het jaar daaropvolgend. De uittredende partij heeft in dat geval geen recht op recuperatie van de ingebrachte financiële middelen en roerende of onroerende goederen.

 

HOOFDSTUK 2 Zetel, inzet van personeel.

 

 

Art. 4 Zetel, inzet van personeel.

4.1 Zetel

De zetel van de SRNK is gevestigd op Sportpark De Hoogt, De Hoogt 20 te B-2360 Oud-Turnhout.

 

4.2 Inzet personeel

Iedere participant kan het noodzakelijke personeel inzetten ten behoeve van de activiteiten die kaderen in de doelstellingen van artikel 2. Alle rechten van het ten behoeve van het samenwerkingsverband ingezette gemeentepersoneel blijven onverlet.

 

De SRNK kan daarnaast extra personeel aanstellen om de beoogde doelstellingen te realiseren. De modaliteiten en aanwervingsprocedure worden bepaald door het beheerscomité.

 

HOOFDSTUK 3 Inbreng van de deelnemers en wijze waarop deze inbreng wordt beheerd.

 

Art. 5 Inbreng.

De financiële inbreng van de deelnemende gemeenten in de vereniging bedraagt € 0,225 per inwoner volgens het inwonersaantal bepaald op 1 januari van het vorige kalenderjaar. Vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst (1 januari 2026) wordt deze financiële bijdrage jaarlijks geïndexeerd volgens de gezondheidsindex. De berekening gebeurt als volgt:

 

 

 

 

De inkomsten van de interlokale vereniging worden uitsluitend terug geïnvesteerd in de vereniging. De financiële middelen worden opgevraagd en boekhoudkundig verwerkt door het administratief secretariaat.

 

HOOFDSTUK 4 Beheerscomité, huishoudelijk reglement en interne organisatie.

 

Art. 6 Samenstelling beheerscomité.

Binnen de vereniging bestaat een beheerscomité. Het beheerscomité is samengesteld uit stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden. Vanuit elke partij kan maximum één vertegenwoordiger als stemgerechtigd lid afgevaardigd worden. De stemgerechtigde leden van de gemeenten in het beheerscomité moeten steeds burgemeester, schepen of gemeenteraadslid zijn.

 

Er kan eveneens een plaatsvervangend afgevaardigde aangesteld worden. De plaatsvervangende afgevaardigde vervangt de afgevaardigde die tijdelijk belet is. De plaatsvervangende afgevaardigde moet eveneens burgemeester, schepen of gemeenteraadslid zijn.

 

De stemgerechtigde leden van het beheerscomité worden benoemd voor de periode van een legislatuur, onverminderd de mogelijkheid van de gemeenteraden om het mandaat van hun vertegenwoordigers in te trekken en onverminderd de beëindiging van rechtswege van het mandaat van de leden van het beheerscomité van zodra zij hun hoedanigheid van burgemeester, schepen, gemeenteraadslid c.q. voor de plaatsvervanger verliezen. De leden blijven evenwel lid van het beheerscomité tot het moment dat er in hun vervanging is voorzien.

 

Het beheerscomité wordt telkens weer samengesteld (uiterlijk binnen de zes maanden op de installatie van de nieuwe gemeenteraad) bij het begin van elke nieuwe bestuursperiode van de gemeenteraad.

 

De voorzitter en ondervoorzitter van het beheerscomité worden aangeduid onder de afgevaardigden van de participerende gemeenten.

 

Naast de stemgerechtigde leden zetelen er in het beheerscomité niet-stemgerechtigde leden. De samenstelling van de niet-stemgerechtigde leden wordt geregeld via het huishoudelijk reglement.

 

Art. 7 Bevoegdheden van het beheerscomité, quorum en wijze van beslissen.

Tot de bevoegdheid van het beheerscomité behoren:

- Het overleg over de wijze waarop onderhavige overeenkomst wordt uitgevoerd;

- Het vaststellen van het programma en begroting voor het volgende werkjaar;

- De goedkeuring van het jaarverslag;

- De voorlopige vaststelling van de jaarrekening van de interlokale vereniging, die samen met het jaarverslag aan de gemeenteraden voor goedkeuring wordt voorgelegd;

- Het wijzigen van de overeenkomst;

- Het goedkeuren, wijzigen bij eenvoudige beslissing, van het huishoudelijk reglement;

- Het aanduiden van een voorzitter en ondervoorzitter van het beheerscomité;

- Het aanstellen van rekeningtoezichters;

- Het ondertekenen van contracten;

- Het financieel beheer.

 

Het beheerscomité kan bevoegdheden delegeren.

 

Het beheerscomité kan slechts geldig vergaderen indien minimaal de helft plus één van de stemgerechtigde leden aanwezig is.

 

Wordt dit quorum niet bereikt, dan kan het beheerscomité over de punten die voor een tweede maal op de agenda voorkomen beraadslagen en beslissen, ongeacht het aantal stemgerechtigde leden. De tweede oproeping gebeurt overeenkomstig de bepalingen voorzien in het huishoudelijk reglement. In deze tweede oproep wordt er uitdrukkelijk gewezen op het feit dat het beheerscomité over de punten die voor de tweede maal op de agenda voorkomen zal kunnen beraadslagen en beslissen, ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden.

 

Voor het wijzigen van de overeenkomst is de aanwezigheid van minimaal twee derde van de stemgerechtigde leden vereist. Ieder stemgerechtigd lid beschikt over één stem.

 

Het beheerscomité neemt zijn beslissingen bij gewone meerderheid. Voor het wijzigen van de overeenkomst is een twee derde meerderheid vereist. De stemming over personen is steeds geheim.

 

Art. 8 Huishoudelijk reglement.

De organisatie van de werkzaamheden wordt door het beheerscomité geregeld in een huishoudelijk reglement.

 

Art. 9 Werkgroep en verdere interne organisatie.

Het beheerscomité wordt in zijn werkzaamheden geadviseerd door een werkgroep van ambtenaren en/of sportraden. De samenstelling en opdrachten van deze werkgroep worden bepaald in het huishoudelijk reglement.

 

HOOFDSTUK 5 Financieel beheer en financiële controle.

 

Art. 10 Vastlegging van de middelen noodzakelijk voor het volgende werkingsjaar

De participanten leggen ieder de minimale middelen vast die zij voor het volgende werkjaar als werkingskost aan de vereniging ter beschikking moeten stellen. Deze middelen worden tijdig ter beschikking gesteld aan de interlokale vereniging.

 

Art. 11 Goedkeuring van de rekeningen en bestemming van het resultaat.

De rekening van de interlokale vereniging wordt jaarlijks ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

 

De interlokale vereniging zorgt ervoor dat de rekening en de bijhorende verantwoordingsstukken aan de participerende gemeenten worden overgemaakt uiterlijk binnen de zes maanden na afsluiting van het voorgaande werkjaar. Een werkjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

 

De jaarrekening is goedgekeurd indien de gewone meerderheid van de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten ze goedkeurt. Indien de gemeenteraad niet reageert binnen de 60 dagen na voorlegging is de jaarrekening goedgekeurd.

 

Het eventueel positief resultaat van de rekening blijft in de vereniging en wordt aangewend voor de realisatie van de doelstelling van de vereniging.

 

Art. 12 Financiële controle.

De boekhouding en de rekening van de interlokale vereniging wordt gecontroleerd door twee rekeningtoezichters.

 

HOOFDSTUK 6 Informatieverstrekking aan de deelnemers, jaarlijkse evaluatie door de gemeenteraden.

 

Art. 13 Informatieverstrekking aan de deelnemers.

Samen met de rekening wordt aan de participanten een jaarverslag ter beschikking gesteld. Dit jaarverslag wordt samen met de rekening aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd. Ter gelegenheid van de behandeling van dit jaarverslag geeft de vertegenwoordiger van de gemeente in de intergemeentelijke vereniging toelichting in de gemeenteraad.

 

Art. 14 Jaarlijkse evaluatie door de gemeenteraden

De jaarlijkse evaluatie in de gemeenteraden gebeurt ter gelegenheid van bespreking van het jaarverslag en de jaarrekening.

 

HOOFDSTUK 7 Vereffening.

 

Art. 15 Vereffening.

Wanneer aan het bestaan van de vereniging een einde komt, wordt door de participanten in gezamenlijk akkoord één of meerdere vereffenaars aangesteld.

 

De in de vereniging aanwezige middelen worden in voorkomend geval verdeeld over de participanten overeenkomstig hun inbreng. De schulden worden evenredig verdeeld over de deelnemende participanten.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Kennisname van de verlenging van de samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Hoogstraten en Sociaal Engagement CV voor het beheren en uitbaten van Fietsbieb Hoogstraten.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het college keurde op 14 november 2019 de samenwerkingsovereenkomst Fietsbieb Hoogstraten in samenwerking met Fietsbieb Kempen en Stad Hoogstraten goed.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Door het aflopen van de huidige samenwerkingsovereenkomst wordt een nieuwe overeenkomst ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad. Deze wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd, tenzij één van beide partijen de samenwerking wenst stop te zetten.

 

Fietsbieb organiseert de lokale werking “Fietsbieb Hoogstraten” in samenwerking met lokale vrijwilligers en de Stad, als dienst voor alle burgers. Kinderen tot en met 12 jaar kunnen er kinderfietsen lenen. Het project besteedt daarbij bijzondere aandacht aan gezinnen in een financieel kwetsbare situatie.

 

De werking van “Fietsbieb Hoogstraten” is gevestigd op de site Karel Boomstraat, Karel Boomstraat 44, 2320 Hoogstraten. Dit adres fungeert niet als postadres of als vestigingseenheid van Sociaal Engagement.

 

De werking van “Fietsbieb Hoogstraten” wordt gefinancierd via de jaarlijkse bijdrage van deelnemende gezinnen, de eigen middelen van Sociaal Engagement en de inbreng van Stad Hoogstraten zoals voorzien in de overeenkomst.

 

 

 

2024

2023

2022

2021

Fietsen FB Hoogstraten per 31/12

358

304

224

120

Fietsen uitgeleend per 31/12

250

166

130

65

Aantal uitleningen per jaar

272

161

142

?

Aantal fietsen terug ingeleverd

188

121

76

?

"Actieve" leden (ouders) per 31/12

185

121

95

55

Nieuwe leden (ouders) per jaar

104

58

66

?

"Actieve" kinderen per 31/12

250

166

130

65

 Nieuwe kinderen per jaar

132

75

93

?

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie R/1/2 - Welzijn van het meerjarenplan, met actienummer: R/1 - Regulier afdeling burger, beleidsitem: Overige verrichtingen inzake sociaal beleid met nummer 909-00 en algemeen rekeningnummer: 64700010 Specifieke kosten project "Kinderen Eerst".

 

Voorziene budget in het meerjarenplan: 38.500,00 EUR.

Reeds gebruikt budget: 00,00 EUR.

Beschikbaar budget op vandaag: 38.500,00 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: 1.500,00EUR.

 

In deze samenwerkingsovereenkomst wordt een jaarlijkse vergoeding van 1.500 EUR (excl. btw) bepaald.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:25:05)

 

BESLUIT

 

Enig artikel:

De gemeenteraad neemt kennis van de vernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst tussen Stad Hoogstraten en Sociaal Engagement CV voor het beheren en uitbaten van Fietsbieb Hoogstraten.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de ondertekening van de vernieuwde SDG-engagementsverklaring van VVSG.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 25 augustus 2025 ging het college akkoord met het programma en het budget voor het afgelopen bezoek van Za-Kpota in september 2025. Dat programma gaf onder meer aan dat de VVSG op 30 september 2025 een internationale SDG-conferentie in Mechelen organiseerde en dat de dienst mondiale samenwerking, de coördinator welzijn, de schepen van samenleving en de delegatie de conferentie bijwoonden.Tijdens die conferentie werd opgeroepen om de SDG-engagementsverklaring met zoveel mogelijk partners te ondertekenen.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het Koninklijk besluit van 11 september 2016 betreffende de niet gouvernementele samenwerking en de wet betreffende de Belgische ontwikkelingssamenwerking van 16 juni 2016.

        Collegebesluit van 24 november 2025 om de ondertekening van de vernieuwde SDG-engagementsverklaring van VVSG te agenderen voor de gemeenteraad.

 

Argumentatie

 

Tal van stedenbandpartners ondertekenden intussen deze engagementsverklaring, waaronder
schepen Ann Fockaert voor Hoogstraten ondertekende en Isaac Kessinou voor Za-Kopota ondertekende. De engagementsverklaring en een afbeelding van de ondertekening ervan, zijn toegevoegd aan de bijlagen.
Om de ondertekening te officialiseren vraagt de VVSG een goedkeuring van het college hier en van het college in Za-Kpota. Pas na de officialisering worden de ondertekenaars vermeld op de website van de VVSG. De vraag voor de officialisering is ook toegevoegd aan de bijlagen.

Aangezien dit een bevoegdheid is voor de gemeenteraad, wordt de vraag met betrekking tot de goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.

 

Het nieuwe meerjarenplan zal maximaal rekening houden met de SDG's. Het ondertekenen van de SDG-engagementsverklaring bekrachtigt dat.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Ook in het nieuwe meerjarenplan wordt maximaal rekening gehouden met de SDG's.
Er is geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:25:31)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de ondertekening van de SDG-engagementsverklaring goed.

Artikel 2:

Kennis te geven van dit besluit aan de VVSG.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van de samenwerkingsovereenkomst met ’t Ver-Zet-je over het project Pampers & co 2026-2031 in het kader van kinderarmoedebestrijding.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

        Pampers & co wordt opgestart in 2017 op initiatief van de stad/OCMW en in samenwerking en cofinanciering met ’t Ver-Zet-je vanuit de doelstelling van kinderarmoedebestrijding en ondersteuning van financieel kwetsbare gezinnen met jonge kinderen.

        De huidige samenwerkingsovereenkomst van 2020-2025 wordt door het college van burgemeester en schepenen goedgekeurd op 14/11/2019 naar aanleiding van een budgetverhoging ten gevolge van een stijging in het aantal gebruikers van pampers & co.

        De huidige samenwerkingsovereenkomst loopt af eind 2025. Om het project verder te kunnen zetten komende legislatuur wordt een nieuwe samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring voorgelegd aan het college, te agenderen voor de gemeenteraad. Deze overeenkomst is opgemaakt in onderling overleg met de verschillende betrokkenen: vrijwilligers en kernbestuur ’t Ver-Zet-je, sociale dienst en gezinsondersteuning, medewerkers kinderarmoedebestrijding team samenleving.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Tijdens Pampers & co verdelen we pampers, melkvoeding en borstvoedingspakketten onder financieel kwetsbare gezinnen met jonge kinderen. De kledingshop van 't Ver-Zet-je is geopend en ze kunnen ook andere tweedehandsmaterialen voor baby's en peuters gratis meenemen. Het project is van belangrijke waarde in functie van kinderarmoedebestrijding:

        Kinderarmoedebestrijding gericht op de eerste 1000 dagen legt een cruciale basis voor de lichamelijke, cognitieve en emotionele ontwikkeling van het kind. In deze periode zijn kinderen het meest kwetsbaar voor de negatieve effecten van armoede, zoals stress, slechte voeding en beperkte ontwikkelkansen. Vroege ondersteuning voorkomt problemen op latere leeftijd op verschillende levensdomeinen en is cruciaal in het doorbreken van de armoedecirkel/generatiearmoede.

        Maandelijks geven gezinnen met een jong kind minstens 100 EUR uit aan essentiële basisproducten als pampers en melkvoeding. Voor gezinnen die moeten rondkomen met een beperkt budget betekent dit een serieuze hap uit het gezinsbudget.Bij pampers & co zorgen we ervoor dat deze gezinnen deze essentiële basisproducten en een borstvoedingspakket kunnen krijgen aan sterk gereduceerde prijzen.

        Tijdens het maandelijks openingsmoment staan we in nauw contact met deze kwetsbare gezinnen. Naast de materiële dienstverlening staat het ontmoetingsaspect centraal in de werking. Verschillende van de ouders komen voor het eerst in contact met de werking van 't Ver-Zet-je en gezinsondersteuning. We gaan proactief en outreachend aan de slag met hen en kunnen hen toeleiden naar eventuele bijkomende hulp en ondersteuning.

 

Het project en de afgelopen samenwerkingsperiode worden positief geëvalueerd door de stad en 't Ver-Zet-je:

        Tussen 2020 en 2025 bereikten we jaarlijks 21 tot 32 kinderen. Dit bereik is gestegen tegenover de periode voordien.

        De sociale dienst en kind en gezin zijn de belangrijkste toeleiders. De toeleidingen van kind en gezin zijn belangrijk, omwille van hun hoog bereik van gezinnen met jonge kinderen. Vanuit hen worden heel wat nieuwe contacten gelegd met gezinsondersteuning en 't Ver-Zet-je en kunnen we kinderarmoede onder gezinnen met jonge kinderen vroegtijdig opsporen.

        Vanuit 't Ver-Zet-je kunnen we rekenen op een stabiele en geëngageerde vrijwilligersploeg belangrijk voor de continuïteit en een warm onthaal van gezinnen. De samenwerking tussen stad en 't Ver-Zet-je loopt goed.

 

Aanpassingen nieuwe overeenkomst ten opzichte van de huidige overeenkomst: 

        voorstel tot wijziging cofinanciering. Hierbij zal een jaarlijks maximumbudget worden voorzien van 5.000 EUR waarbij de eerste 80% (4.000 EUR) wordt gedragen door de stad en de eventuele overige 20% door 't Ver-Zet-je.

        leeftijdsverhoging van 2 naar 2,5 jaar aangepast aan de reële nood van gezinnen.  Hoewel slechts een klein deel van de kinderen blijft komen tot 2 jaar, willen we graag wat langer pampers kunnen voorzien voor die gezinnen die het nodig hebben.

        Kind en gezin moedigt gezinnen aan om rond de 2 jaar te starten met potjestraining waarbij de meeste kinderen pas in de loop van het tweede levensjaar droog zijn overdag. Druk rond zindelijkheid is contraproductief en verloopt beter in een rustige context en niet onder financiële stress of tekort aan materiaal.

        Op deze manier maken we het contact met en eventuele bredere ondersteuning van financieel kwetsbare gezinnen mogelijk tijdens de cruciale overgangsfase van peuter naar schoolgaande kleuter.

Bovenstaande aanpassingen zijn budgettair beheersbaar. Sinds 2021 schommelt de maximale jaarlijkse kost (gedeeld tussen de twee partners) tussen de 2.500 a 3.500 EUR. Er is dus financiële ruimte voor een eventuele groei in het aantal gezinnen.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie R/1/2 - Welzijn van het meerjarenplan, met actienummer: R/1 - Regulier afdeling burger, beleidsitem: Overige verrichtingen inzake sociaal beleid met nummer 909-00 en algemeen rekeningnummer: 64700010 Specifieke kosten project "Kinderen Eerst".

Voorziene budget in het meerjarenplan vanaf 2026: 38.500,00 EUR.

Reeds gebruikt budget: 00,00 EUR.

Beschikbaar budget op vandaag: 38.500,00 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: 4.000,00 EUR.

 

De financieel directeur heeft op 25/11/2025 een visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:25:59)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst met 't Ver-Zet-je in functie van het project Pampers & co goed.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van de samenwerkingsovereenkomst met ’t Ver-Zet-je over de uitbetaling en verdeling van de verjaardagsbonnen voor financieel kwetsbare kinderen 2026-2031 in het kader van kinderarmoedebestrijding.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

26/11/2020: goedkeuring door het vast bureau van de samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW en ’t Ver-Zet-je met betrekking tot bedeling van cadeaubonnen voor de verjaardag aan kinderen van kwetsbare gezinnen (2021-2025)

        Aanleiding: stopzetting samenwerking OCMW en Feestvarken vzw voor het uitdelen van verjaardagspakketten aan financieel kwetsbare kinderen: vzw stelt zelf pakketten samen. Beter zou zijn dat gezinnen/kinderen zelf een cadeau kunnen kiezen/kopen.

        ’t Ver-Zet-je verdeelt op dat moment al cadeaubonnen aan kinderen onder gezinnen die bij hen lid zijn. Overlap met gezinnen die pakket krijgen van Feestvarken vzw.

        Overeenkomst regelt dat kinderen uit financieel kwetsbare kinderen  van 3 tot 12 jaar een verjaardagsbon krijgen van een lokale handelaar.

        de stad financiert de bonnen voor gezinnen toegeleid vanuit de sociale dienst.

        ’t Ver-Zet-je blijft de bonnen financieren voor de overige gezinnen die bij hen lid zijn, maar niet worden toegeleid vanuit sociale dienst.

 

De huidige samenwerkingsovereenkomst loopt af. Om het initiatief verder te kunnen zetten komende legislatuur, wordt aan het college gevraagd om de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met ’t Ver-Zet-je over de uitbetaling en verdeling van de verjaardagsbonnen voor financieel kwetsbare kinderen in het kader van kinderarmoedebestrijding te agenderen ter goedkeuring voor de gemeenteraad.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

De huidige samenwerking wordt door beide partijen positief geëvalueerd:

        initiatief zorgt er mee voor dat kinderen die opgroeien in armoede onbezorgd jong kunnen zijn en hun verjaardag kunnen vieren. Het verlaagt de financiële stress rond verjaardagen bij ouders die moeite hebben met rond komen.

        waardevol dat ouders en kinderen en ouders zelf een cadeau kunnen kiezen

        waarde van 30 EUR voor een cadeau is momenteel voldoende hoog

        de huidige werkwijze en samenwerking tussen beide partijen loopt vlot en kan behouden worden.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie R/1/2 - Welzijn van het meerjarenplan, met actienummer: R/1 - Regulier afdeling burger, beleidsitem: Overige verrichtingen inzake sociaal beleid met nummer 909-00 en algemeen rekeningnummer: 64700010 Specifieke kosten project "Kinderen Eerst".

Voorziene budget in het meerjarenplan vanaf 2026: 38.500,00 EUR.

Reeds gebruikt budget: 00,00 EUR.

Beschikbaar budget op vandaag: 38.500,00 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: 2.200,00 EUR.

 

De financieel directeur heeft op 25/11/2025 een visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:27:41)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de nieuwe samenwerkingsovereenkomst met ’t Ver-Zet-je over de uitbetaling en verdeling van de verjaardagsbonnen voor financieel kwetsbare kinderen in het kader van kinderarmoedebestrijding goed.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de wijziging van punt 3 van het globaal reglement op de ondersteuning van het vrijetijdsleven.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het eerste jaar van een nieuwe legislatuur worden alle retributiereglementen voorgelegd aan de gemeenteraad. Binnen de afdeling vrije tijd zijn er verschillende retributiereglementen waarbij de mogelijkheden qua dienstverlening en ondersteuning afhangen van het soort gebruiker.

 

Het globaal reglement op de ondersteuning van het vrijetijdsleven bepaalt in punt 3 de categorieën (soorten gebruikers). Om deze in overeenstemming te brengen met de retributiereglementen is het nodig om dit punt aan te passen in het globaal reglement.

 

Vanuit de dienst vrije tijd wordt volgende wijziging voorgesteld om op te nemen bij punt 3 in het globaal reglement:

 

Om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor bepaalde dienstverlening of logistieke ondersteuning van de stad worden volgende categorieën van gebruikers bepaald:

- Categorie 0: stadsdiensten, adviesraden en Hoogstraatse basisscholen

- Categorie 1: Hoogstraatse verenigingen, secundaire scholen, politieke partijen en inwoners

- Categorie 2: niet-Hoogstraatse verenigingen, scholen en inwoners

- Categorie 3: bedrijven, commerciële organisaties en zelfstandige lesgevers

 

De dienst vrije tijd plant in 2026 een update van het volledige globaal reglement op de ondersteuning van het vrijetijdsleven.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

De gemeenteraad wordt gevraagd om de wijziging van punt 3 van het globaal reglement op de ondersteuning van het vrijetijdsleven goed te keuren.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "We zetten in op brede ondersteuning van verenigingen en organisaties" van het meerjarenplan, met actienummer: 2/5/1/1 en heeft geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:29:09)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:
De gemeenteraad keurt de wijziging van punt 3 van het globaal reglement op de ondersteuning van het vrijetijdsleven als volgt goed:

 

3. Dienstverlening en logistieke ondersteuning

Om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor bepaalde dienstverlening of logistieke ondersteuning van de stad worden volgende categorieën van gebruikers bepaald:

- Categorie 0: stadsdiensten, adviesraden en Hoogstraatse basisscholen

- Categorie 1: Hoogstraatse verenigingen, secundaire scholen, politieke partijen en inwoners

- Categorie 2: niet-Hoogstraatse verenigingen, scholen en inwoners

- Categorie 3: bedrijven, commerciële organisaties en zelfstandige lesgevers

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van de belasting op afgifte van administratieve stukken.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 16 december 2019 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op afgifte van administratieve stukken goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

De belasting is niet verschuldigd wanneer de stukken volgens een wet, een koninklijk besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos door het stadsbestuur moeten worden afgeleverd.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten.

        Ministerieel besluit van 15 maart 2013 tot vaststelling van het tarief van de vergoedingen ten laste van de gemeenten voor de uitreiking van de elektronische identiteitskaarten voor Belgen, de elektronische identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar en de elektronische verblijfsdocumenten, afgeleverd aan de vreemdelingen die legaal op het grondgebied van het Rijk verblijven.

        Wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

        KB van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

        De artikelen 50 - 67 Consulair Wetboek.

        Ministerieel besluit van 19 april 2014 aangaande de afgifte van paspoorten.

        KB van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

        Ministerieel besluit van 20 juli 2005 tot bepaling van de betalingswijze van de in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalde retributies.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.

        Artikel 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur.

 

Argumentatie

 

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van stad Hoogstraten te financieren.

Het lokaal bestuur dient aan de federale overheid een vergoeding te betalen voor de aanmaak en levering van de uit te reiken identiteitsdocumenten, rijbewijzen en paspoorten, doch het bestuur maakt zelf ook kosten naar aanleiding van de behandeling van de aanvragen en de uitreiking van deze en andere administratieve stukken.

Het is billijk om de aanvrager te laten bijdragen in deze kosten. Het betreft een loutere doorrekening van de kosten voor de administratieve prestaties exclusief personeelskosten, en dit enkel aan de effectieve gebruikers van de dienst.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Welzijn"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/2, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Afgifte identiteitsbewijzen/paspoorten/trouwboekjes/uittreksels" met nummer 73150000.

In het meerjarenplan wordt er 250.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:34:15)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op afgifte van administratieve stukken goed.

 

"Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten voordele van de gemeente een belasting geheven op de afgifte van administratieve stukken, vermeld onder artikel 2.

 

Artikel 2:

De belasting is verschuldigd bij aanvraag van het administratief stuk.

 

Het tarief van de belasting wordt vastgesteld als volgt:

 

  1. Elektronische identiteitskaart (EIK) :

        EIK afgeleverd volgens normale procedure: kostprijs federale overheid + 3,00 EUR;

        EIK afgeleverd volgens de dringende procedure (spoed) met levering in de gemeente: kostprijs federale overheid + 8,00 EUR;

        EIK afgeleverd volgens de zeer dringende procedure (extreme spoed) met gecentraliseerde levering bij de FOD Binnenlandse Zaken in Brussel: kostprijs federale overheid + 10,00 EUR.

 

  1. Elektronisch identiteitsdocumenten voor Belgische kinderen onder de twaalf jaar (Kids-Id):

        Kids-Id afgeleverd volgens normale procedure: kostprijs federale overheid + 0 EUR;

        Kids-Id afgeleverd volgens de dringende procedure (spoed) met levering in de gemeente: kostprijs federale overheid + 4,00 EUR;

        Kids-Id afgeleverd volgens de zeer dringende procedure (extreme spoed) met gecentraliseerde levering bij de FOD Binnenlandse Zaken in Brussel: kostprijs federale overheid + 5,00 EUR.

 

  1. Elektronische verblijfskaarten uitgereikt aan vreemde onderdanen:

        kaart afgeleverd volgens normale procedure: kostprijs federale overheid + 3,00 EUR

        kaart afgeleverd volgens de dringende procedure (spoed) met levering in de gemeente: kostprijs federale overheid + 8,00 EUR

 

  1. Elektronische verblijfskaarten uitgereikt aan vreemde onderdanen jonger dan 12 jaar:

        kaart afgeleverd volgens normale procedure: kostprijs federale overheid + 0 EUR;

        kaart afgeleverd volgens de dringende procedure (spoed) met levering in de gemeente: kostprijs federale overheid + 4,00 EUR

 

  1. Attest van immatriculatie: 0 EUR

 

  1. Internationaal paspoort vanaf 18 jaar:

        afgeleverd volgens de normale procedure: kostprijs federale overheid + 5,00 EUR

        afgeleverd volgens de spoedprocedure: kostprijs federale overheid + 12,50 EUR

        afgeleverd volgens de superspoedprocedure: kostprijs federale overheid + 12,50 EUR

 

  1. Internationaal paspoort onder de 18 jaar

        afgeleverd volgens de normale procedure: kostprijs federale overheid + 0 EUR

        afgeleverd volgens de spoedprocedure: kostprijs federale overheid + 0 EUR

        afgeleverd volgens de superspoedprocedure: kostprijs federale overheid + 0 EUR

 

  1. Voltrekken van een huwelijk (inclusief. trouwboekje): 50,00 EUR

 

  1. Afgifte duplicaat trouwboekje: 15,00 EUR

 

  1. Verklaringen wettelijke samenwoonst: 5,00 EUR

 

  1. Heraanvraag van een PIN en PUK-code: 5,00 EUR

 

  1. Wijziging voornaam: 0 EUR

 

  1. Afgifte van een bijlage 15bis, 19, 19ter, of 41bis van het KB van 8 oktober 1981 over de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen:

        eerste afgifte: 25,00 EUR per bijlage

        tweede afgifte: 50,00 EUR per bijlage

        derde afgifte: 75,00 EUR per bijlage

        vierde afgifte: 100,00 EUR per bijlage

        vijfde afgifte: 125,00 EUR per bijlage

        Er geldt een plafond van 125,00 EUR per persoon voor alle aangiften na de vijfde.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de aanvrager van het administratief stuk.

 

Artikel 4:

De belasting moet bij aanvraag van het document zonder uitstel (contant of elektronisch) betaald worden, tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de belasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

 

Artikel 5:

De belasting is niet verschuldigd voor de administratieve stukken die krachtens een wet, een Koninklijk Besluit of een andere overheidsbeslissing kosteloos dienen te worden gegeven.

 

Artikel 6:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van de belasting op verdeelapparaten van brandstoffen exclusief bestemd voor vrachtwagens.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 22 december 2020 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op verdeelapparaten van brandstoffen exclusief bestemd voor vrachtwagens goed voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025.

 

Op 26 februari 2024 keurde de gemeenteraad het aanpassen van het belastingreglement op verdeelapparaten van brandstoffen exclusief bestemd voor vrachtwagens goed voor de aanslagjaren 2024 tot en met 2025.

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.

        Arrest van het Hof van Cassatie van 9 november 2023, F.22.0155.N.

 

Argumentatie

 

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de stad te financieren.

 

Er is ook een nevendoelstelling voor de belasting op publiek toegankelijke verdeelapparaten van brandstoffen die exclusief of hoofdzakelijk bestemd zijn voor vrachtwagens.

 

Hoogstraten wordt immers geconfronteerd met de negatieve gevolgen van tanktoerisme door vrachtwagens, waarbij chauffeurs vlak voor en na de grens met Nederland (goedkoper) tanken. Dit tanktoerisme veroorzaakt overlast inzake mobiliteit, infrastructuur, wegennet, milieu en netheid (zwerfvuil, menselijke uitwerpselen) en dus ook bovendien bijkomende uitgaven voor de stad.

 

Er bestaat ook tanktoerisme voor personenwagens in Hoogstraten, maar de negatieve gevolgen daarvan zijn veel beperkter in Hoogstraten dan het tanktoerisme van vrachtwagens.

 

Aangezien de uitbating van tankstations een economische activiteit is die voor de exploitanten redelijkerwijze inkomsten genereren, is het verantwoord om ook hen te laten bijdragen aan de bijkomende kosten veroorzaakt door de tankstations.

 

Ook dit verantwoordt een onderscheiden behandeling van verdeelapparaten voor vrachtwagens en verdeelapparaten voor personenwagens.

 

In het licht van de klimaatdoelstellingen wordt het gebruik van schone brandstoffen die fossiele brandstoffen vervangen als energievoorziening vrijgesteld van belasting.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Werken en vrije tijd"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Andere aanvullende belastingen" met nummer 73090000.

In het meerjarenplan wordt er 337.500 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:36:58)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op verdeelapparaten van brandstoffen, bestemd voor gemotoriseerde voertuigen exclusief voor vrachtwagens goed.

 

"Artikel 1:

Voor een termijn ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op verdeelapparaten van brandstoffen, bestemd voor gemotoriseerde voertuigen exclusief voor vrachtwagens, indien deze toegankelijk zijn voor het publiek.

 

Artikel 2:

De belasting bedraagt 2.500,00 EUR per brandstofslang, zijnde een leiding waarmee de brandstoffen uit het verdeelapparaat van brandstoffen naar een vrachtwagen geleid wordt wanneer het verdeelapparaat van brandstoffen exclusief bestemd is voor vrachtwagens.

 

Indien aan het verdeelapparaat van brandstoffen twee of meerdere brandstofslangen zijn ingebouwd, is de belasting respectievelijk twee of meerdere malen verschuldigd.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de eigenaar van de verdeelapparaten van brandstoffen op 01 januari van het aanslagjaar. De uitbater van verdeelapparaten van brandstoffen is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.

 

Artikel 4:

De belasting is ondeelbaar en voor gans het aanslagjaar verschuldigd.

 

Artikel 5:

Zijn van de huidige belasting vrijgesteld:

 

  1. De verdeelapparaten van brandstoffen die zich bevinden op een privé-terrein (garage of een gelijksoortige plaats) en die van buitenaf noch zichtbaar zijn noch aangekondigd zijn en ook niet dienen voor de bevoorrading van langskomende voertuigen;
  2. De verdeelapparaten van schone brandstoffen. In de zin van het huidige reglement verstaat men onder "schone brandstoffen" de brandstoffen die fossiele oliebronnen vervangen als energievoorziening voor het vervoer en kunnen bijdragen tot koolstofvrije energievoorziening, met name elektriciteit, waterstof, biobrandstoffen en LPG.

 

Artikel 6:

De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 oktober van het lopende aanslagjaar

een aangifte indienen op een door het stadsbestuur aangeboden formulier. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier gekregen heeft, moet er zelf één vragen.

De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen. De titel van dit document omschrijft duidelijk dat het om een “voorstel van aangifte” gaat. Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige ten laatste op 1 oktober van het aanslagjaar, het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte, geldt in dit geval als aangifte.

Als de gegevens op dit voorstel overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, is de belastingplichtige niet verplicht dit formulier tegen de voormelde indieningsdatum, terug te sturen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde voorstel van aangifte.

 

Artikel 7:

Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 6, wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover de stad beschikt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008.

De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 25%, 50% of 100% al naargelang het een eerste, tweede of derde (en volgende) overtreding betreft. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd en ingevorderd.

 

Artikel 8:

Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van de belastingverordening.

De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.

 

Artikel 9:

De belastingplichtige is gehouden elke wijziging in het aantal verdeelapparaten van brandstoffen waarvan hij eigenaar is tijdens het aanslagjaar van onderhavig reglement, op eigen initiatief aan de stad bekend te maken binnen de maand na de wijziging. Een wijziging in min heeft geen gevolg gezien de belasting ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd is. Een wijziging in plus zal dus een extra belastingaanslag inhouden voor het bijkomend aantal.

 

De belastingplichtige die zijn zaak verkoopt of overdraagt is verplicht dit binnen de veertien dagen mee te delen aan het college van burgemeester en schepenen. In dit geval mag de voor het lopende jaar betaalde belasting overgedragen worden op naam van diegene die de uitbating verder zet.

 

Artikel 10:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier, dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

 

Artikel 11:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen een aanslag (en de eventuele belastingverhoging) een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen dat handelt als administratieve overheid. Er wordt niet voorzien in het indienen van bezwaarschriften via een duurzame drager."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een belasting op het aanvragen en afleveren van omgevingsvergunningen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 24 februari 2020 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op aanvragen en afleveren van omgevingsvergunningen goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen milieubeleid (DABM) en latere wijzigingen;

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

        De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) van 15 mei 2009 en hieraan gekoppelde uitvoeringsbesluiten en latere wijzigingen.

        Het decreet van 25 april 2014, betreffende de omgevingsvergunning (OVD) en haar uitvoeringsbesluiten.

 

Argumentatie

 

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van stad Hoogstraten te financieren.

 

Voor handelingen met een mogelijke impact op de omgeving moet je in vele gevallen over een omgevingsvergunning beschikken. Denk aan bouwen en verbouwen, verkavelen, exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit, … In sommige gevallen volstaat een melding of is er een vrijstelling.

 

Sinds 23 februari 2017 is de nieuwe regelgeving omtrent de omgevingsvergunning van toepassing. De omgevingsvergunning vervangt de huidige stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning. Conform artikel 12 van het omgevingsvergunningsdecreet kan de stad voor de behandeling van aanvragen in het kader van de omgevingsvergunning ook een vergoeding aanrekenen aan de aanvrager. Ook al wordt de vergunning geweigerd of maakt de aanvrager geen gebruik van de vergunning.

 

Het betreft een loutere doorrekening van de kosten voor de aflevering van een vergunning exclusief personeelskosten, en dit enkel aan de effectieve gebruikers van de dienst.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Omgeving"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Aanvragen omgevingsvergunningen" met nummer 73160000.

In het meerjarenplan wordt er 35.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:42:55)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op het aanvragen en afleveren van omgevingsvergunningen goed.

 

"Artikel 1:

De stad Hoogstraten heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op het aanvragen, melden, verzoek en afleveren van een omgevingsvergunning.

 

Artikel 2:

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke- of rechtspersoon, die een omgevingsvergunning aanvraagt.

 

Artikel 3:

De belasting wordt vastgesteld op:

 

        Omgevingsvergunning voor kleinhandelsactiviteiten: 100 EUR

        Omgevingsvergunning voor verkavelingsvergunningen of bijstelling van verkavelingsvergunning : 75 EUR

        Omgevingsvergunning Project dat de vergunningsplichtige exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten omvat,
zoals bedoeld in de indelingslijst van Vlarem:

        300 EUR voor inrichtingen van klasse 1;

        100 EUR voor inrichtingen van klasse 2;

        75 EUR voor een mededeling van verandering van inrichtingen klasse 2;

        500 EUR voor GPBV-inrichtingen van klasse 1;

        700 EUR voor inrichtingen waarvoor een milieueffectenrapport of veiligheidsrapport vereist is.

        Omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen: 75 EUR

        Aanvraag tot stedenbouwkundig attest of planologisch attest: 75 EUR

        Melding van stedenbouwkundige handelingen: 75 EUR

        Omgevingsvergunningen voor het wijzigen van kleine landschapselementen of vegetaties: 75 EUR

 

Indien eenzelfde aanvraag betrekking heeft op meer dan één hier bovenvermelde categorieën, is enkel de belasting van het hoogste bedrag verschuldigd.

 

Artikel 4:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 5:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 16 december 2019 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.

 

Argumentatie

 

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van stad Hoogstraten te financieren.

 

De stad Hoogstraten doet de nodige inspanningen om parkeerplaatsen te voorzien op het gemeentelijk openbaar domein. Mede door de toenemende realisaties van meergezinswoningen, handelspanden, kantoren, sociale voorzieningen enz. en de verhoging van de parkeerdruk op het openbaar domein die hierdoor ontstaat is het eveneens noodzakelijk om bouwheren voldoende parkeerplaatsen te laten voorzien op eigen privaat terrein. Het aantal parkeerplaatsen dient in verhouding te staan tot het aantal woongelegenheden. Voor andere functies dan wonen wordt het minimum aantal parkeerplaatsen bepaald in functie van de vloeroppervlakte.

 

Bij het ontbreken of niet aanleggen van parkeerplaatsen zal er een belasting geheven worden per ontbrekende parkeerplaats.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Ontbreken van parkeerplaatsen" met nummer 73730000.

In het meerjarenplan wordt er 20.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:45:14)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op het ontbreken van parkeerplaatsen goed.

 

"Artikel 1:

De stad Hoogstraten heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op het ontbreken van voldoende parkeerplaatsen.

 

Artikel 2:

De belasting is verschuldigd na de definitieve vaststelling van het aantal ontbrekende parkeerplaatsen zoals omschreven in de omgevingsvergunning. Deze definitieve vaststelling geschiedt conform de bepalingen van de omgevingsvergunning.

De belasting is verschuldigd

        Voor de aanvang van de stedenbouwkundige vergunde handelingen waaraan de verschuldigde belasting werd gekoppeld;

        Op het ogenblik dat de bestemming van de aangelegde parkeerplaats gewijzigd wordt;

        Op het ogenblik dat vastgesteld wordt dat de in de verleende omgevingsvergunning voorziene parkeerplaats(en) niet werd(en) aangelegd en het gebouw reeds in gebruik genomen werd.

 

Artikel 3:

De belasting bedraagt 10.000 EUR per ontbrekende parkeerplaats.

 

Artikel 4:

De belasting is verschuldigd door de houder van een omgevingsvergunning of zijn rechtsopvolger(s):

        voor de aanvang van de stedenbouwkundige vergunde handelingen waaraan de verschuldigde belasting werd gekoppeld;

        op het ogenblik dat de bestemming van de aangelegde parkeerplaats gewijzigd wordt;

        op het ogenblik dat vastgesteld wordt dat de in de verleende omgevingsvergunning voorziene parkeerplaats(en) niet werd(en) aangelegd en het gebouw reeds in gebruik genomen werd.

 

Artikel 5:

Indien de houder van de omgevingsvergunning of diens rechtsopvolger(s) na het betalen van de belasting op het perceel alsnog één of meerdere van de ontbrekende parkeerplaatsen aanlegt, is deze op geen enkele wijze in staat om het betaalde bedrag terug te vorderen van de stad.

 

Artikel 6:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een belasting op het parkeren met beperkte parkeertijd (blauwe zone) én openbare weg met blauwe zonereglementering.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 16 december 2019 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op het parkeren met beperkte parkeertijd (blauwe zonereglementering) goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens;

        Artikel 29 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie op het wegverkeer;

        Artikel 27 van het Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg

        Ministerieel besluit van 07 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap;

        Ministerieel besluit van 09 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart;

        Besluit van de gemeenteraad d.d. 13 december 1999: “Goedkeuren van een aangepast politiereglement m.b.t. de parkeerreglementering voor de Vrijheid, een gedeelte van de H. Bloedlaan en in het eerste gedeelte van de erop uitgevende zijstraten”, zoals aangepast bij gemeenteraadsbesluit d.d. 28 januari 2008;

 

Argumentatie

 

Een belasting – na inkohiering – is op zich reeds een uitvoerbare titel zodat de uitvoering eenvoudiger en dus sneller en goedkoper kan.

 

De belasting kadert binnen het globale parkeerbeleidsplan voor het winkelcentrum van Hoogstraten, met bijzondere aandacht voor de Vrijheid. De invoering van deze belasting is noodzakelijk om de algemene uitgaven van de stad mee te financieren en om de kosten van organisatie en handhaving van het parkeerbeleid te dekken.

 

Een zone met beperkte parkeertijd heeft tot doel een vlotte rotatie van parkeerplaatsen te bevorderen door langparkeren overdag te ontmoedigen. Dit verhoogt de beschikbaarheid voor kort parkerende bezoekers, zoals winkelende klanten, en draagt bij aan de bereikbaarheid en het comfort van het winkelcentrum. De belasting werkt daarbij niet alleen als vergoeding voor het gebruik van publieke ruimte, maar ook als beleidsinstrument dat gewenst parkeergedrag stimuleert en het algemeen belang dient.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Fiscale aangelegenheden met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: Parkeren met nummer 73611000.

In het meerjarenplan wordt er 27.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:47:25)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op het parkeren met beperkte parkeertijd (blauwe zone) én openbare weg met blauwe zonereglementering goed.

 

"Artikel 1:

De stad Hoogstraten heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg.

 

Dit reglement beoogt het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is én waar een beperkte parkeertijd geldig is volgens artikels 27.1 en 27.2 van MB 1 december 1975.

 

Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.

 

Artikel 2:

De belasting wordt als volgt vastgesteld:

        Parkeren binnen de zone met beperkte parkeertijd is gratis zolang de maximale parkeertijd wordt gerespecteerd, zoals aangegeven op de verkeersborden.

        Voertuigen die langer parkeren dan toegestaan betalen een forfaitair bedrag van 25 EUR per dag

 

De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1.1 en artikel 27.2 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975.

 

De belasting is niet verschuldigd voor de voertuigen die gebruikt worden door personen die de door de gemeente uitgereikte officiële gemeentelijke parkeerkaart, bewonerskaart of dagkaart zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig. Deze kaart vervangt de parkeerschijf.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de houder van de nummerplaat, hetzij door de gebruikelijke bestuurder als die geregistreerd is bij de Kruispuntbank der Voertuigen.

 

De belasting is verschuldigd, van zodra het voertuig de tijd heeft overschreden die gratis is, en de aangestelde van de gemeente brengt een uitnodiging, om de belasting te betalen aan op de voorruit van het voertuig.

 

Artikel 4:

De belasting wordt zonder uitstel geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Als de contantbelasting niet zonder uitstel geïnd kan worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting.

 

Artikel 5

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een belasting op het openblijven van drankgelegenheden na het sluitingsuur.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 16 december 2019 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op openhouden van drankgelegenheden na het sluitingsuur goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.

        Artikel 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur.

        Uniform gemeentelijk politiereglement van stad Hoogstraten.

 

Argumentatie

 

Het sluitingsuur van de drankgelegenheden is bepaald om 1 uur ’s nachts, behoudens de nacht van vrijdag op zaterdag, de nacht van zaterdag op zondag en de nacht van een wettelijke feestdag en de dag na een wettelijke feestdag. Dan kunnen de uitbaters van de drankgelegenheden een aanvraag indienen om langer open te blijven.

 

Het openblijven van drankgelegenheden na het sluitingsuur kan overlast in de hand werken, hetgeen de stad wil vermijden. Het is bijgevolg redelijk om een belasting te heffen op de drankgelegenheden die wensen open te blijven na het voorziene sluitingsuur.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Werken en vrije tijd"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Openblijven van drankgelegenheden na sluitingsuur" met nummer 73407000.

In het meerjarenplan wordt er 4.500 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:49:50)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op het openblijven van drankgelegenheden na het sluitingsuur goed.

 

"Artikel 1:

De stad Hoogstraten heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 jaarlijks een belasting op het openhouden van drankgelegenheden na het bij politiereglement bepaald sluitingsuur.

 

Artikel 2:

De belasting bedraagt:

        12,50 EUR per uur verlenging per dag

        400 EUR per jaar voor het openhouden tot 04.00 uur voor inrichtingen waar niet gedanst wordt

        1.900 EUR per jaar voor het openhouden tot 04.00 uur voor inrichtingen waar gedanst wordt

Voor een half jaar wordt deze som op de helft gebracht.

 

Artikel 3:

De belastingplichtige is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de inrichting exploiteert.

 

Artikel 4:

Van de belasting zijn vrijgesteld wanneer het bijeenkomsten betreft van verenigingen waaraan uitsluitend de ingeschreven leden deelnemen én door erkende Hoogstraatse verenigingen.

 

Artikel 5:

De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste 1 maart van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur. Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag.

 

Artikel 6:

Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 5, wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover de stad beschikt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008.

De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 50%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd en ingevorderd.

 

Artikel 7:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 8:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een belasting op het plaatsen van terrassen op het openbaar domein.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 16 december 2019 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op het plaatsen van terrassen op het openbaar domein goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

 

Argumentatie

 

Het plaatsen van terrassen gebeurt door een inname van de openbare weg en brengt een last mee voor de gebruikers van het voetpad. De plaatsing van een terras betekent een uitbreiding van een handelszaak en een vergroting van hun exploitatiemogelijkheden. Om de oppervlakte van deze terrassen tot een minimum te beperken wordt van de exploitanten een financiële bijdrage gevraagd. Deze belasting verlicht de financiële behoefte van de stad.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Fiscale aangelegenheden met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: Terrassen, tafels en stoelen met nummer 73608000.

In het meerjarenplan wordt er 9.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:51:18)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op het plaatsen van terrassen op het openbaar domein goed.

 

"Artikel 1:

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten voordele van de gemeente een jaarlijkse belasting geheven op het plaatsen van terrassen (tafels, stoelen, windschermen) op het openbaar domein.

 

Artikel 2:

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die de vergunning voor het terras heeft aangevraagd.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar.

Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld:

        De belasting is ondeelbaar en voor het ganse jaar verschuldigd, welke ook de datum van de aanvraag, aanvang of beëindiging van het innemen van het openbaar domein.
De belasting wordt berekend per ingenomen oppervlakte. Een begonnen m² wordt beschouwd als een volledige m².

        Innamen Lodewijk De Konincklaan, Heilig Bloedlaan, Vrijheid, Van Aertselaerplein, Dreef: 10,00 EUR/m²;

        Innamen overige straten: 5,00 EUR/m²;

        Voor panden gelegen op de hoek van twee straten wordt voor het gedeelte gelegen in de aanpalende straat voor een lengte van 50m hetzelfde tarief toegepast als de hoofdstraat.

        De minimumaanslag bedraagt 25,00 EUR.

 

Artikel 4:

In afwijking van artikel 3 wordt er vrijstelling verleend voor terrassen geplaatst voor een maximale duur van 1 kalenderdag ter gelegenheid van braderijen, feestmarkten en bijzondere feestdagen.

 

Artikel 5:

De belastingplichtige moet jaarlijkse ten laatste op 1 oktober van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het stadsbestuur op een door het stadsbestuur ter beschikking gesteld formulier. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft gekregen, moet daar zelf om verzoeken.

 

De administratie kan aan de belastingplichtige een “voorstel van aangifte” bezorgen. De titel van dit document omschrijft duidelijk dat het om een “voorstel van aangifte” gaat. Als de gegevens op dit voorstel onjuist of onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar moet de belastingplichtige ten laatste op 1 oktober van het aanslagjaar, het voorstel verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte, geldt in dat geval als aangifte.

Als de gegevens op dit voorstel overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, is de belastingplichtige niet verplicht dit formulier tegen de voormelde indieningsdatum, terug te sturen. In dat geval is automatisch aan de aangifteplicht voldaan en wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens vermeld op het toegestuurde voorstel van aangifte.

 

Artikel 6:

Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de aangiftedatum, vermeld in artikel 5, wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover de stad beschikt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008.

De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 50%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd en ingevorderd.

 

Artikel 7:

De belastingplichtigen dienen vooraleer ze op het grondgebied van de gemeente een terras plaatsen, bij het stadsbestuur een aanvraag in te dienen om een vergunning te bekomen.

Het vooraf indienen van een aanvraag tot vergunning op een daartoe voorgeschreven formulier geldt als aangifte.

 

Artikel 8:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 9:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een belasting op de tijdelijke inname van het openbaar domein voor het uitvoeren van bouwwerken, het plaatsen van uitstallingen en andere voorwerpen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 27 september 2021 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op de inname van het openbaar domein voor het plaatsen van bouwmaterialen, stellingen, uitstallingen en andere voorwerpen goed voor de aanslagjaren 2022 tot en met 2025.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit

        Uniform gemeentelijk politiereglement stad Hoogstraten.

 

Argumentatie

 

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van stad Hoogstraten te financieren.

 

Het komt vaak voor dat er, ter gelegenheid van bouwen, verbouwen, slopen, renoveren en dergelijke, door het plaatsen van constructies en materialen zoals werfafsluitingen, stellingen, bouwkranen, werktuigen, bouwmaterialen, bouwafval, containers,… een deel van het openbaar domein wordt ingenomen. Dit brengt bijkomende kosten en lasten mee voor de stad in verband met de verkeersdoorstroming, het onderhoud en het toezicht op het openbaar domein. Naargelang er meer openbare ruimte wordt ingenomen en naargelang deze inname langer duurt, stijgt de graad van hinder als gevolg van de inname van het openbaar domein. Voor de algemene financiering van de stad Hoogstraten is het dan ook gerechtvaardigd om hiervoor een belasting aan te rekenen in functie van de duurtijd en oppervlakte van het ingenomen openbaar domein.

 

Bij de administratieve behandeling van een aanvraag dienen naast het inhoudelijk onderzoek van de aanvraag, ook de nodige adviezen van politie, brandweer, stedelijke diensten, … worden opgevraagd. Daarom wordt voor de behandeling van een aanvraag een minimaal tarief van 25,00 EUR aangerekend.

 

De aanvragen worden ingediend, verwerkt en afgehandeld via een gebruiksvriendelijke online-applicatie in het e-loket van de stad Hoogstraten. Voor eenzelfde werf kunnen meerdere aanvragen voor verschillende periodes worden ingediend. Dit geeft een grote flexibiliteit betreffende de periode en de oppervlakte van de inname.

 

Het plaatsen van andere uitstallingen van koopwaren en voorwerpen gebeurt door een inname van het openbaar domein en brengt een last mee voor de gebruikers van het voetpad, parkeerstroken ... Het plaatsen van uitstallingen betekent een uitbreiding van een handelszaak; het is billijk hiervoor een specifieke belasting te heffen.

 

Bij het verwijderen van straatmeubilair bij inname van het openbaar domein zullen kosten aangerekend worden volgens het retributiereglement bij de uitvoering van werken aan het openbaar domein uitgevoerd voor rekening van derden.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Fiscale aangelegenheden met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: Andere inname openbaar domein met nummer 73610000.

In het meerjarenplan wordt er 31.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:51:57)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op de tijdelijke inname van het openbaar domein voor het uitvoeren van bouwwerken, het plaatsen van uitstallingen en andere voorwerpen goed.

 

"Artikel 1:

De stad Hoogstraten heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op de occasionele inname van het openbaar domein voor het uitvoeren van bouwwerken zoals het bouwen, verbouwen, slopen, herstellen, herinrichten en schilderen van gebouwen, grondwerken, het plaatsen van koopwaren, uitstallingen, tekstborden, tenten, … (dit is een niet limitatieve opsomming).

 

Artikel 2:

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

        Tijdelijke inname van het openbaar domein kan gebeuren door:

        het plaatsen van schutsels, stellingen, werfketen, containers, bouwmaterialen, werktuigen, hoogtewerkers, bouwlift, kraan, silo, wc-unit, aanhangwagens en andere voertuigen ter gelegenheid van bouwen of verbouwen, inclusief schilderwerken en/of gevelreiniging van onroerende goederen of voor het uitvoeren van wegeniswerken, rioleringswerken en/of nutswerken (dit is een niet limitatieve opsomming);

        het plaatsen van verhuislift(en) en/of verhuiswagen(s) ter gelegenheid van een verhuis;

        het plaatsen van koopwaren, uitstallingen, tekstborden, tenten (dit is een niet limitatieve opsomming).

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de machtiging tot inname van het openbaar domein.

Een toelating tot tijdelijke inname van het openbaar domein dient aangevraagd te worden via het digitale systeem dat de stad aanbiedt via haar website.

 

Artikel 4:

De bedragen van de belasting worden als volgt bepaald:

        Voor elke aanvraag / wijziging: 25,00 EUR (met uitzondering van de vrijstellingen)

        Verlenging aanvraag: 10,00 EUR

        Indien het om een regularisatieaanvraag (spoed) gaat: 25,00 EUR + 0,30 EUR/m² ingenomen oppervlakte per dag met een minimum van 30,00 EUR

        Het plaatsen van bouwmaterialen en stellingen: 0,30 EUR/m² ingenomen oppervlakte per dag met een minimum van 30,00 EUR.

 

        Het plaatsen van andere permanente uitstallingen en andere voorwerpen: 12,00 EUR/m²/jaar met een minimum van 50,00 EUR.

 

        Het plaatsen van andere occasionele uitstallingen en andere voorwerpen: 0,30 EUR/m²/dag met een minimum van 30,00 EUR.

 

Artikel 5:

De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de inname van het openbaar domein.

Diegene die het openbaar domein inneemt, is gehouden vòòr het innemen van een deel van het openbaar domein hiervan aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 6:

Van de belasting zijn vrijgesteld:

        Innamen bij werken aan een beschermd monument.

        Innamen voor minder dan 3 kalenderdagen.

        Bij het bouwen, bij werken door of voor rekening van de overheid, het gewest, de provincie, stad Hoogstraten, OCMW Hoogstraten.

        Innamen voor evenementen georganiseerd in samenwerking met de stad. De aanvraag tot samenwerking dient te gebeuren via de dienst economie & evenementen (evenementen@hoogstraten.be) en goedgekeurd worden door het college van burgemeester en schepenen. Op alle communicatie rond het evenement dient het logo van de stad gebruikt te worden en de formulering "in samenwerking met de stad Hoogstraten".

 

Artikel 7:

Als er geen, geen juiste of geen volledige aangifte is gedaan voor de inname van het openbaar domein, wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover de stad beschikt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008.

 

De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 50%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd en ingevorderd.

 

Artikel 8:

        Bij een gewone aanvraag (duurtijd project tot en met 60 kalenderdagen) voor de inname van het openbaar domein voor het uitvoeren van bouwwerken dient de belasting vóór de aflevering van de vergunning betaald te worden via de digitaal overgemaakte betalingslink van de onlineapplicatie. Een vergunning is pas definitief goedgekeurd na de betaling van de verschuldigde belasting. De elektronische bezorging van de goedgekeurde vergunning geldt als betalingsbewijs.

        De belasting wordt zonder uitstel (contant of elektronisch) geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs.

        Wanneer de belasting niet contant kan geïnd worden, wordt ze ingekohierd en volgt ze de regels voor een kohierbelasting. De belasting is niet terugvorderbaar.

 

Artikel 9:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een belasting op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

        Beslissing van de gemeenteraad van 17 november 2003 houdende de beheersoverdracht aan de intergemeentelijke vereniging IOK Afvalbeheer voor de activiteiten inzake afvalbeheer, zoals verwoord in artikel 4 van de statuten van IOK Afvalbeheer.

        De beslissing van de gemeenteraad van 27 september 2004 houdende participatie in het DIFTAR-project van de opdrachthoudende vereniging IOK Afvalbeheer.

        Op 23 november 2020 keurde de gemeenteraad de belasting op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeemgoed voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen.

        Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

        Het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (Materialendecreet), in het bijzonder artikel 26.

        Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (VLAREMA), in het bijzonder art. 5.1.1 e.v.

        Het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen.

 

Argumentatie

 

Het DIFTAR-systeem impliceert dat huisvuil aangeboden moet worden in daartoe voorziene huisvuilcontainer met elektronische gegevensdrager, waarbij het aangeboden afval wordt gewogen en geregistreerd. Bij grote(re) appartementsgebouwen en gebouwencomplexen geniet echter de collectieve inzameling aan de hand van ondergrondse huisvuilcontainer(s) de voorkeur. Zo kan er vermeden worden dat grote aantallen containers op één plaats langs de openbare weg worden aangeboden. In dat geval zal er geen individuele huisvuilcontainer maar een toegangspas uitgereikt worden waarmee er toegang verleend wordt tot de ondergrondse huisvuilcontainer. Het aangeboden huisvuil wordt ofwel gewogen ofwel geregistreerd per volume aan de hand van de toegangspas voor 30 of 60 liter. Dit volume refereert naar de schuifgroottes die in de ondergrondse huisvuilcontainer zijn voorzien. Op basis van de programmatie van de toegangspas gaat de bijhorende schuif open.

 

Het thuiscomposteren van het gft heeft de voorkeur op de selectieve inzameling. Bijgevolg heeft elke inwoner de keuze tussen gratis thuiscomposteren en betalende huis-aan-huisinzameling van gft. In dit laatste geval dient het gft, analoog als bij huisvuil, aangeboden te worden in daartoe voorziene gft-container met elektronische gegevensdrager, waarbij het aangeboden afval wordt gewogen en geregistreerd.

 

Bij grote(re) appartementsgebouwen en gebouwencomplexen geniet echter de collectieve inzameling aan de hand van (een) bovengrondse verzamelcontainer(s) voor gft de voorkeur. Zo kan er vermeden worden dat grote aantallen containers op één plaats langs de openbare weg worden aangeboden. In dat geval zal er geen individuele gft-container maar een toegangspas uitgereikt worden waarmee er toegang verleend wordt tot de bovengrondse verzamelcontainer voor gft. Het aangeboden gft wordt geregistreerd aan de hand van de toegangspas en op basis van volume. Op basis van de programmatie van de toegangspas gaat de schuif open.

 

Daarnaast wordt grof vuil en groot selectief afval tevens huis-aan-huis ingezameld, gewogen en geregistreerd binnen het DIFTAR-systeem

Tot slot worden verschillende afvalstoffen huis-aan-huis, via wijkinzameling of selectief via het recyclagepark ingezameld.

 

De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen worden verhaald op de aanbieders. Dit gebeurt aan de hand van een vaste en een variabele contantbelasting. De variabele contantbelasting wordt gedifferentieerd in functie van de afvalstof en in functie van het aangeboden gewicht of volume. Hierdoor kan de stad Hoogstraten deels het principe “de vervuiler betaalt” toegepast worden, waarbij prioriteit verleend wordt aan afvalvoorkoming, in tweede instantie hergebruik en tenslotte recyclage van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.

Een vaste contantbelasting is verschuldigd voor:

        de gescheiden huis-aan-huisinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de wijkinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de toegang tot het recyclagepark en de verwerking van niet-betalende afvalstoffen op  het recyclagepark;

        de algemene reinheid van de gemeente Hoogstraten.

 

Voor de ophaling en verwerking van het aangeboden huisvuil en gft en grof vuil en groot selectief  afval is een contantbelasting voor de ingezamelde hoeveelheden afval verschuldigd. De verrekening gebeurt per kilogram of per volume. Bij de vaststelling van de kilogramtarieven wordt er rekening gehouden met de minimum- en maximumtarieven die vastgelegd zijn in het VLAREMA. Deze kunnen jaarlijks geïndexeerd worden.

 

Waar wegen niet mogelijk is bij de ondergrondse huisvuilcontainer, is het kilogramtarief niet van toepassing maar wel een volumetarief op basis van een 30- of 60-liter zak. Deze volumetarieven zijn gebaseerd op het kilogramtarief en worden omgerekend volgens de tabel in bijlage 5.1.4. van het VLAREMA. Deze manier van kostenaanrekening wordt gelijk geacht aan het weegsysteem. De omrekeningstabel stelt dat een huisvuilzak van 60 liter gelijk is aan 7,5 kilogram huisvuil. Een huisvuilzak van 30 liter wordt bijgevolg gelijkgesteld aan 3,75 kilogram huisvuil.

 

Waar wegen niet mogelijk is bij de bovengrondse verzamelcontainer voor gft, is het kilogramtarief niet van toepassing maar wel een volumetarief. Het volumetarief is gebaseerd op het gemiddeld soortelijk gewicht voor gft vastgelegd op 400 kg/m³.

 

Tot slot zijn er specifieke contantbelastingen voorzien voor:

        de terbeschikkingstelling van gft-containers, grote rolcontainers van 1100 liter, evenementencontainers;

        het gebruik van een slot;

        de vervanging of herstelling van de (onderdelen van een) container of de vervanging van de toegangspas;

        de omruiling van een container.

 

Bij de vaststelling van de contantbelastingen in dit reglement is de financiële toestand van de stad Hoogstraten in acht genomen. De kosten van inzameling, hergebruik, recyclage, nuttige toepassing en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wegen zwaar door op de gemeentelijke financiën. De gemeentelijke inkomsten en uitgaven dienen in evenwicht te zijn.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Omgeving"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Diftar/ophaalronde" met nummer 73322000.

 

In het meerjarenplan wordt er 1.452.376,54 EUR aan opbrengsten voorzien in 2026 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 1.457.424,07 EUR aan opbrengsten voorzien in 2027 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 1.462.572,55 EUR aan opbrengsten voorzien in 2028 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 1.467.824,00 EUR aan opbrengsten voorzien in 2029 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 1.473.180,84 EUR aan opbrengsten voorzien in 2030 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 1.478.644,09 EUR aan opbrengsten voorzien in 2031 op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:53:23)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 onthoudingen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem goed.

 

"Artikel 1 – Belastbaar voorwerp en definities

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting gevestigd op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem. 

 

Op de afvalstoffen vermeld in dit reglement zijn de definities van het Materialendecreet, het VLAREMA en het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval van toepassing.

 

Daarnaast wordt in dit reglement verstaan onder:

        aansluitpunt: een adres dat geregistreerd staat in het DIFTAR-systeem

        container: een mobiel inzamelrecipiënt dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement

        ondergrondse container met toegangscontrole: een inzamelrecipiënt dat vast onder de grond is geplaatst en dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement

        bovengrondse verzamelcontainer voor gft en restafval met toegangscontrole: een inzamelrecipiënt dat vast boven de grond staat en dat gebruikt wordt voor de inzameling van afvalstoffen vermeld in dit reglement

        toegangspas: een digitale kaart waarmee toegang wordt verleend tot een ondergrondse container

 

Artikel 2 – Belastingsplichtigen

De contantbelastingen in artikelen 4 t.e.m. 8 zijn per aansluitpunt hoofdelijk verschuldigd door: 

        de referentiepersoon, die op het aansluitpunt ingeschreven is/zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, verder omschreven als “gezin”, uitgezonderd studenten (personen met een inschrijvingsbewijs van de hogeschool/universiteit of die jonger zijn dan 18 jaar) die in de bevolkingsregisters of in het vreemdelingenregister ingeschreven zijn op het adres van een vergund studentenhuis.
De andere leden van het gezin zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de belasting.

        iedere natuurlijke persoon die ingestapt is in het DIFTAR-systeem, zonder op het aansluitpunt ingeschreven te zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister, verder omschreven als “2de adres”;

        ieder natuurlijke of rechtspersoon die een commerciële, industriële, landbouw- of dienstverlenende activiteit uitoefent, en die ingestapt is in het DIFTAR-systeem, verder omschreven als “bedrijf”;

        iedere natuurlijke of rechtspersoon die een gebouw beheert (eigenaar, vereniging van mede-eigenaars, syndicus, verzamelpunt …), en die ingestapt is in het DIFTAR-systeem;

        verenigingen, scholen, gemeenschapshuizen, rusthuizen, openbare en semi-openbare instellingen … die ingestapt zijn in het DIFTAR-systeem.

 

De contantbelastingen in artikel 9 zijn per evenement hoofdelijk verschuldigd door:

        ieder natuurlijke of rechtspersoon die een evenement organiseert, waarvoor op diens vraag tijdelijk een container ter beschikking wordt gesteld, verder omschreven als “evenementenorganisator”. 

 

Artikel 3 – Toekenningsregels

Het huisvuil wordt aangeboden in een huisvuilcontainer, tenzij de belastingplichtige door middel van een toegangspas toegang heeft tot een ondergrondse/bovengrondse verzamelcontainer voor huisvuil. In dit laatste geval wordt er per aansluitpunt één toegangspas op basis van volume of op basis van gewicht ter beschikking gesteld.

Het gft wordt aangeboden in een gft-container, tenzij de belastingplichtige door middel van een toegangspas toegang heeft tot een bovengrondse verzamelcontainer voor gft. In dit laatste geval wordt per aansluitpunt één toegangspas op basis van volume ter beschikking gesteld.

 

Grof vuil en groot selectief afval worden los aangeboden.

 

De containers en/of toegangspassen worden in opdracht van de stad Hoogstraten via IOK Afvalbeheer ter beschikking gesteld en blijven eigendom van IOK Afvalbeheer. Ze bevatten een ingebouwde elektronische gegevensdrager waardoor de identiteit van de normale gebruiker is gekend. Ze behoren toe aan de fysieke locatie (gebouw, infrastructuur of domein) van het aansluitpunt.

 

Per aansluitpunt zijn de volgende toekenningsregelsvoor de containers van toepassing:

        standaardvolume:

Voor huisvuil is het standaardvolume een container van 120 of 240 liter. 

Voor gft is het standaardvolume een container van 120 liter. Er is voor gft geen container van 240 liter beschikbaar.

        maximaal toekenbaar volume:

Voor huisvuil en gft is het maximaal toekenbare volume voor een gezin, 2de adres en een bedrijf 240 liter. 

        container van 40 liter:

Voor de volgende aansluitpunten kan er afgeweken worden van het standaardvolume met de nodige containers van 40 liter:

        appartement, studentenkamer of studio

        gesloten bebouwing

        assistentie- of bejaardenwoning

        verder dan 150 meter afgelegen van de reguliere ophaalronde 

        container van 1100 liter:

Voor de volgende aansluitpunten kan er afgeweken worden van het standaardvolume van het standaardvolume met een container van 1100 liter:

        jeugd-, cultuur-, sport- en andere verenigingen

        gemeenschapshuizen en rusthuizen

        scholen

        openbare en semi-openbare instellingen

        verhuring voor evenementen

 

Gemotiveerde afwijkingen op deze toekenningsregels worden beoordeeld door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 4 – Vaste kost en gebruiksrecht containers

Per aansluitpunt is een vaste contantbelasting van 5,27 EURper maand verschuldigd voor:

 

        de gescheiden huis-aan-huisinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de wijkinzameling van afvalstoffen en de verwerking daarvan;

        de toegang tot het recyclagepark en de verwerking van niet-betalende afvalstoffen op het recyclagepark;

        de algemene reinheid van de gemeente Hoogstraten.

 

Gebruiksrecht containers:

Indien de belastingsplichtige kiest voor het gebruik van één of meerdere van onderstaande containers is een vaste contantbelasting verschuldigd, die per maand wordt verrekend:

 

 

Type container

Tarief per maand

40 liter container GFT

1,00 EUR voor de eerste container en

0 EUR per bijkomende container

120 liter container GFT

1,00 EUR voor de eerste container en

1,00 EUR per bijkomende container 

1100 liter container GFT

7,50 EUR voor de eerste container en

7,50 EUR per bijkomende container

1100 liter container huisvuil

7,50 EUR voor de eerste container en

7,50 EUR per bijkomende container

 

De tarieven van de vaste kosten en het gebruiksrecht van de containers worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 10.

 

Artikel 5 – Slotkosten

Voor het gebruik van een slot is een eenmalige contantbelasting van 40,00 EUR per container verschuldigd.

 

Artikel 6 – Variabele kosten

Voor de ingezamelde hoeveelheden afval is een contantbelasting verschuldigd, die na elke aanbieding wordt verrekend. Deze verrekening gebeurt op gewicht of per volume.

 

De afronding van de kg’s gebeurt conform de toegekende nauwkeurigheidsklassen en afrondingsregels volgens het ijkcertificaat.

 

 

 

Tarief

container: huisvuil

0,25 EUR per kilogram

container: gft

0,10 EUR per kilogram

ophaling (op afroep): grof vuil

0,25 EUR per kilogram, en

25 EUR aanrijkost per ophaalbeurt

Ophaling ( op afroep): groot selectief afval

0,25 EUR per kilogram, en

25 EUR aanrijkost per ophaalbeurt

Ondergrondse/bovengrondse container met toegangscontrole: huisvuil

0,90 EUR per aanbieding van de toegangspas van 30 liter

1,80 EUR per aanbieding van de toegangspas van 60 liter

Indien een ander volume voor de toegangspas van toepassing, wordt de omrekensleutel gebruikt op basis van soortelijk gewicht voor huisvuil van 125 kg/m³

Bovengrondse verzamelcontainer met toegangscontrole: gft

0,40 EUR per aanbieding van de toegangspas van 10 liter

Indien een ander volume voor de toegangspas van toepassing is wordt de omrekensleutel gebruikt op basis van soortelijk gewicht voor gft van 400 kg/m³

 

De kilogram- en volumetarieven worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 10.

 

Artikel 7 – Vervangings- of herstellingskosten

Voor de vervanging of herstelling van de (onderdelen van een) container of de vervanging van de toegangspas is een contantbelasting verschuldigd:

 

 

40 l

120 l

240 l

1100 l

verzamelcontainer met toegangscontrole

container vervangen (EUR/stuk)

31

23

35

245

 

chip vervangen (EUR/stuk)

5

5

5

5

 

slot (EUR/stuk)

40

40

40

40

 

omruiling (EUR/interventie)

15

15

15

15

 

toegangspas (EUR/stuk)

 

 

 

 

5

 

De vervangings- of herstellingskosten zijn niet verschuldigd wanneer de containergebruiker of de houder van een toegangspas het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging niet werd veroorzaakt door zijn nalatigheid.

 

Artikel 8 – Omruilingskosten

De omruiling naar een ander containerformaat is éénmalig gratis bij wijziging van de gezinssituatie of bij aanmelding van nieuwe containergebruikers.

 

Voor een omruiling om andere redenen is een contantbelasting van 15,00 EUR per container verschuldigd. 

 

Artikel 9 – Kosten bij evenementen

Containers voor huisvuil en gft kunnen aan evenementenorganisators ter beschikking worden gesteld voor het afval dat op het evenement ontstaat. De containers worden ter beschikking gesteld voor een vastgelegde periode.

 

Voor de terbeschikkingstelling van containers op een evenement is een contantbelasting verschuldigd:

 

 

Tarief

120 liter container : huisvuil

10,00 EUR per container

120 liter container : gft

10,00 EUR per container

240 liter container : huisvuil

10,00 EUR per container

1100 liter container : huisvuil

25,00 EUR per container

1100 liter container : gft

25,00 EUR per container

 

Bijkomend is voor de ingezamelde hoeveelheden afval een variabele kost verschuldigd volgens de tarieven vastgelegd in artikel 6.

 

Indien er vervangings- of herstellingskosten van toepassing zijn worden deze aangerekend volgens de tarieven vastgelegd in artikel 7.

 

Artikel 10 – Indexering

De vaste kosten en het gebruiksrecht van de containers, vermeld in artikel 4, worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.

 

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september 2020.

Het zo verkregen getal wordt afgerond op 2 cijfers na de komma.

 

De kilogramtarieven, vermeld in artikel 6, worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.               

 

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en 

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september 2020. 

Het zo verkregen getal wordt naar beneden afgerond op 2 cijfers na de komma. 

 

De kilogramtarieven worden enkel geïndexeerd indien een even tarief na afronding op 2 cijfers na de komma bereikt wordt. Tevens wordt er voor huisvuil rekening gehouden met de minimum- en maximumtarieven die vastgelegd zijn in het VLAREMA.

 

De volumetarieven, vermeld in artikel6, worden niet zelfstandig geïndexeerd maar worden, in geval van tariefwijziging van de kilogramtarieven, eveneens aangepast volgens de omrekensleutel in VLAREMA bijlage 5.1.4. voor huisvuil. Voor gft op basis van het soortelijk gewicht van 400 kg/m³.

 

De aanrijkost voor een ophaling op afroep, vermeld in artikel 6, wordt niet geïndexeerd.

 

Artikel 11 – Wijze van inning

De contantbelastingen in artikelen 4 t.e.m. 8 worden geïnd via een provisie die vooraf te betalen is. 

De betalingsuitnodigingen voor de provisie worden door IOK Afvalbeheer verzonden, in opdracht van de financieel directeur van de stad Hoogstraten.

 

Het bedrag van de eerste betalingsuitnodiging is afhankelijk van de toegekende containers en/of toegangspassen per aansluitpunt:

 

 

Bedrag van de

eerste betalingsuitnodiging

aansluitpunt met één of meerdere containers van 40, 120 en/of 240 liter en/of een toegangspas voor de ondergrondse container

75,00 EUR

aansluitpunt met één of meerdere containers van 1100 liter

250,00 EUR

 

Zodra de provisie lager is dan een bepaald bedrag, het drempelbedrag, wordt een nieuwe betalingsuitnodiging verzonden. Het drempelbedrag is afhankelijk van de toegekende containers en/of toegangspassen per aansluitpunt:

 

 

Drempelbedrag

aansluitpunt met één of meerdere containers van 40, 120 en/of 240 liter en/of een toegangspas voor de ondergrondse container

10,00 EUR

aansluitpunt met één of meerdere containers van 1100 liter

50,00 EUR

 

Het bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging is afhankelijk van de afvalhistoriek van de belastingplichtige:

 

 

Bedrag van de nieuwe betalingsuitnodiging

afvalhistoriek

< 3 maanden

bedrag van de eerste betalingsuitnodiging + negatieve saldo van de provisie

afvalhistoriek

> 3 maanden

bedrag is gebaseerd op het geraamde gebruik van het DIFTAR-systeem voor 1 jaar + negatieve saldo van de provisie

 

In geval van afmelding naar aanleiding van een verhuis, overlijden, stopzetting,… wordt het resterende bedrag van de provisie teruggestort op het rekeningnummer van de belastingplichtige. 

Voor een aansluitpunttype andere dan “gezin” moet de afmelding uitdrukkelijk door de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger gebeuren. Na afmelding worden de containers en/of de toegangspas voor verder gebruik geblokkeerd.

 

Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd op de provisie, wordt de openstaande schuld ingekohierd.

 

De contantbelastingen voor een evenement, vermeld in artikel 9, worden geïnd via een aparte betalingsuitnodiging en worden aldus niet verrekend via een provisie. Deze betalingsuitnodiging wordt verzonden door IOK Afvalbeheer, in opdracht van de financieel directeur. Als de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de openstaande schuld ingekohierd.

 

Artikel 12 – Bezwaren

De vestiging en invordering van de belastingen en ook de behandeling van geschillen gebeuren volgens de modaliteiten vervat in het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

 

Artikel 13 – Kennisgeving

Een afschrift van dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan IOK Afvalbeheer en OVAM."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het toelagereglement inzake afvalophaling.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Om sociale redenen is het in bepaalde gevallen aangewezen om een tegemoetkoming te voorzien voor specifieke doelgroepen die ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van de gemeente, aangezien zij meer afval produceren dan een gemiddeld gezin.

 

Het huidige toelagereglement inzake afvalophaling werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 28 augustus 2017. Een aantal aanpassingen worden voorgesteld.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen.

        Het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (Materialendecreet), in het bijzonder artikel 26.

        Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (VLAREMA), in het bijzonder art. 5.1.1 e.v.

        Het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen.

 

Argumentatie

 

Volgende wijzigingen worden voorgesteld:

 

        Schrappen van de toelage aan personen ingeschreven zijn in het bevolkings- of vreemdelingenregister die gebruik maken van ondergrondse containers én die een woning huren van de sociale huisvestingsmaatschappij.
De vaste maandelijkse kost voor ondergrondse containers is niet meer opgenomen in de contantbelasting. De tussenkomst in deze kost is dan ook zonder voorwerp.

        Op 30 juni 2025 besloot het college om de toelages voor gezinnen met nieuwgeborenen en gezinnen met 1-jarigen te wijzigen van uitbetaling via DIFTAR-provisie naar rechtstreekse uitbetaling vanuit de financiële dienst.

        Vervangen van de term ‘gezinshoofd’ door ‘referentiepersoon’

        Ook crèches die ingestapt zijn in het DIFTAR-systeem en na voorlegging van een attest van Kind & Gezin krijgen een toelage (per aansluitpunt maximaal 1 toelage).

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R2/1, beleidsitem: Ophalen en verwerking van huishoudelijk afval met nummer 300-00 en algemeen rekeningnummer: Alg. werkingssubsidies aan gezinnen met nummer 64910500.

 

In het meerjarenplan wordt er 21.000,00 EUR aan uitgaven voorzien in 2026 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 21.420,00 EUR aan uitgaven voorzien in 2027 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 21.848,40 EUR aan uitgaven voorzien in 2028 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 22.285,37 EUR aan uitgaven voorzien in 2029 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 22.731,08 EUR aan uitgaven voorzien in 2030 op deze sleutel.

In het meerjarenplan wordt er 23.185,70 EUR aan uitgaven voorzien in 2031 op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:56:09)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel;

Het toelagereglement inzake afvalophaling, dat werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 28 augustus 2017, wordt opgeheven vanaf 1 januari 2026 en vervangen door onderstaand reglement.

 

"Artikel 1:

Er wordt een gemeentelijke toelage verleend van:

  1. 25,00 EUR bij elke geboorte of adoptie of pleegzorg van een kind jonger dan 1 jaar dat ingeschreven wordt in het bevolkings- of vreemdelingenregister te Hoogstraten.
  2. 25,00 EUR bij de eerste verjaardag van een kind ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister te Hoogstraten.
  3. 50,00 EUR jaarlijks aan personen ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister te Hoogstraten met een hogere afvalproductie omwille van een medische reden (incontinentie, nierdialyse, stomapatiënten) na voorlegging van een medisch attest.
  4. 75,00 EUR jaarlijks aan door Kind & Gezin erkende onthaalouders en crèches gevestigd in de gemeente en die zijn ingestapt in het DIFTAR-systeem en na voorlegging van een attest van Kind & Gezin.

 

Artikel 2:

De toelage bedoeld in artikel 1.1 wordt verhoogd met een premie van 55,00 EUR indien gebruik wordt gemaakt van herbruikbare luiers. Deze bijkomende premie moet aangevraagd worden voor de derde verjaardag van het kind door het invullen van het aanvraagformulier gestaafd met een factuur op naam voor een minimumbedrag van 150,00 EUR. Elke factuur kan slechts eenmaal gebruikt worden.

 

Artikel 3:

Per jaar kan voor eenzelfde kind, zoals bedoeld in artikel 1.1 en artikel 2 slechts éénmaal een toelage ontvangen worden.

 

Artikel 4:

De gemeentelijke toelage wordt uitgekeerd aan de referentiepersoon ingeschreven in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente voor wat betreft artikel 1.1, 1.2, 1.3 en 2.

 

Artikel 5:

De gemeentelijke toelage wordt uitgekeerd aan de door Kind & Gezin erkende onthaalouder en crèches voor wat betreft artikel 1.4. Per aansluitpunt kan maximaal 1 toelage bekomen worden."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het belastingreglement op het creëren van bijkomende wooneenheden in de vorm van groepswoningbouw of meergezinswoningen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 19 december 2022 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op het creëren van bijkomende wooneenheden in de vorm van groepswoningbouw of meergezinswoningen goed voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025.

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

 

Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

De bebouwde ruimte groeit sterk aan in Hoogstraten. Een groot aandeel van deze groei wordt ingevuld door de ontwikkeling van ruimte voor wonen.

 

De blijvende bevolkingstoename en verdere ruimtelijke verdichting leiden eveneens tot bijkomende kosten en investeringen voor het stadsbestuur. Deze omvatten onder meer:

          inspanningen om de bereikbaarheid, volume en kwaliteit van de groene en openbare ruimtes te verhogen;

          kosten voor afvalverwerking;

          inspanningen om kwaliteitsvolle kinderopvang en onderwijsvoorzieningen te behouden en uit te bouwen;

          inspanningen om te voorzien in voldoende, geschikte en gespreide vrijetijdsinfrastructuur en het ondersteunen van verenigingen;

          het organiseren en regisseren van een volwaardig zorgbeleid voor iedereen;

          inspanningen om de verkeersleefbaarheid te verhogen.

 

De financiële toestand van de gemeente vereist de heffing van verschillende belastingen. Daarbij streeft het stadsbestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

De creatie van bijkomende woongelegenheden is een motief dat redelijkerwijze kan verantwoorden dat een specifieke bijdrageplicht ten laste van de aanvragers ervan wordt ingevoerd.

 

Deze belasting geldt als een bijdrage in de bijkomende algemene openbare uitgaven als gevolg van de bijkomende woongelegenheden.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.

        Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en meer specifiek de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

        Omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.

        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Argumentatie

 

Hoogstraten heeft een grote aantrekkingskracht, wat zich vertaalt in een gestadige aangroei van de bevolking. Door de blijvende bevolkingstoename en stijgende verstedelijkingsdruk, wordt een bijkomende nood ervaren aan kwaliteitsvolle publieke ruimte en gemeenschapsvoorzieningen. Bovendien wil Hoogstraten een overaanbod vermijden van steeds dezelfde vormen van verdichting in de gemeente, die voornamelijk gerealiseerd wordt in de vorm van groepswoningbouw of meergezinswoningen en appartementen. Uit hoe meer wooneenheden dergelijke projecten bestaan, hoe meer de ruimtelijke realiteit afwijkt van het karakter en de gewenste schaalgrootte van de bestaande leefomgeving van Hoogstraten.

Daarnaast worstelt Hoogstraten met een mobiliteitsprobleem. Projecten van groepswoningen en appartementen verhogen onmiddellijk de druk op de lokale mobiliteit en leefbaarheid. Tevens is het zo dat voor de realisatie van projecten van een grotere omvang met meerdere wooneenheden tegelijk vaak waardevolle gebouwen, landschappelijke elementen of open ruimte verdwijnen, waardoor de verhardingsgraad toeneemt.

Om deze ongewenste evoluties tegen te gaan, wenst het stadsbestuur genoemde projecten niet te verbieden, maar wel te ontraden door de hogere maatschappelijke kost en druk die ze meebrengen voor de stad te vertalen in een belasting per wooneenheid dat in de vorm van groepswoningbouw, appartementen of meergezinswoning wordt gerealiseerd.

 

De bedragen zijn redelijk en, gelet op de financiële behoeften van de stad, zeker verantwoord. Het betreft een loutere doorrekening van de kosten, exclusief personeelskosten, en dit enkel aan de effectieve vergunninghouders.

 

Om deze evoluties op te vangen, wenst het stadsbestuur de hogere maatschappelijke kost en druk van deze projecten voor de stad te vertalen in een belasting per wooneenheid die in de vorm van groepswoningbouw, appartementen en meergezinswoningen wordt gerealiseerd.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Omgeving"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Andere belastingen op patrimonium" met nummer 73790000.

In het meerjarenplan wordt er 300.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:56:32)

 

BESLUIT

 

Stemming amendement
Bij 3 ja stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg) en 21 neen stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens en Natasja Snels) en 2 onthoudingen (Jef Bluekens en Corina Furdui)

Stemming besluit
Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Overeenkomstig art. 16 § 1 van het gemeentelijke huishoudelijk reglement wenst de fractie anders bijgevoegd amendement toe te voegen ter wijziging van het voorstel zoals het nu voorligt.

 

Huidige tekst

Art. 4

De belasting wordt berekend op basis van de omgevingsvergunning en bedraagt 2.500

EUR, op het totaal aantal woon- of verblijfsgelegenheden die extra gerealiseerd (kunnen)

worden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand.

 

Voorgestelde verandering

Art. 4

De belasting bedraagt € 2500 per effectief gerealiseerde bijkomende wooneenheid ten

opzichte van de laatst vergunde of vergund geachte toestand.

Als bijkomende wooneenheid wordt beschouwd: elke woonentiteit die leidt tot een netto

toename van het aantal woonentiteiten binnen hetzelfde gebouw, ongeacht of deze toename

wordt gerealiseerd in één of meerdere opeenvolgende vergunningen.

De belasting is niet verschuldigd voor zorgwonen, kangoeroewonen en intergenerationeel

wonen, evenals voor het herstellen van een eerder vergunde of vergund geachte toestand

binnen het bestaande vergunde bouwvolume. Het herstellen van een dergelijke toestand

wordt niet beschouwd als een netto toename van het aantal woonentiteiten in de zin van dit

reglement.

Voor deze vrijstellingen geldt dat:

● het bouwvolume niet wordt uitgebreid

● de bestaande footprint en verhardingsgraad behouden blijven

● het aantal bouwlagen ongewijzigd blijft

● geen bijkomende toegang of ontsluiting naar het openbaar domein wordt

gerealiseerd.

 

Dit amendement werd verworpen.

Bij 21 NEE-stemmen, 3 JA-stemmen, 2 onthoudingen.

 

Besluit

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op het creëren van bijkomende wooneenheden in de vorm van groepswoningbouw of meergezinswoningen goed.

 

"Artikel 1:

Voor een termijn ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven naar aanleiding van het afleveren van een omgevingsvergunning voor:

 

          het bouwen van een groepswoningbouwproject;

          het bouwen van meergezinswoningen;

          het verbouwen of herbouwen van een bestaand gebouw waarbij meer woongelegenheden worden gecreëerd dan in het oorspronkelijk vergund of vergund geachte gebouw.

 

op het totaal aantal woon- of verblijfsgelegenheden die extra gerealiseerd (kunnen) worden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand

 

Artikel 2:

Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder:

          Meergezinswoning: een gebouw waarin meer dan één woning wordt onder gebracht. Een gebouw met één hoofdwooneenheid en één ondergeschikte wooneenheid in het kader van het zorgwonen, wordt niet gezien als een meergezinswoning.

          Groepswoningbouwproject: Het gelijktijdig oprichten van meerdere gebouwen bestemd voor bewoning die één samenhangend geheel vormen door ruimtelijke of vormelijke eenheid en samenhang. Deze woningen kunnen niet apart worden vergund voor de realisatie van individuele projecten.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de titularis van de omgevingsvergunning.

De titularis van de omgevingsvergunning blijft steeds het volledige bedrag van de belasting verschuldigd, dit zelfs bij eventuele gehele of gedeeltelijke verkoop.

 

Artikel 4:

De belasting wordt berekend op basis van de omgevingsvergunning en bedraagt 2.500 EUR, op het totaal aantal woon- of verblijfsgelegenheden die extra gerealiseerd (kunnen) worden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand.

 

Artikel 5:

De belasting is verschuldigd zodra de beslissing waarbij de omgevingsvergunning werd verleend definitief is, zijnde een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld (cfr. art. 2,4° omgevingsvergunningsdecreet). De belasting is verschuldigd voor de totaliteit van het projectgebied en kan niet opgedeeld of uitgesteld worden door fasering van het project.

 

Artikel 6:

Vrijstelling van deze belasting wordt verleend voor het herbouwen van meergezinswoningen of groepswoningbouwproject die door brand of een natuurramp werden vernield., voor zover de natuurramp als dusdanig werd erkend door de overheid. De vrijstelling geldt enkel voor de herbouw voor zover deze geen verhoging meebrengt van het aantal wooneenheden in het gebouw.

Zijn eveneens van de belasting vrijgesteld: de omgevingsvergunningen voor het bouwen, herbouwen en uitbreiden van meergezinswoningen of groepswoningbouwproject door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, evenals door het Vlaams Woningfonds, de sociale verhuurkantoren en het OCMW.

 

Artikel 7:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor het belastingreglement op tweede verblijven.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 14 december 2020 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op tweede verblijven goed voor de aanslagjaren 2020 tot en met 2025.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.

        De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Artikel 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.

        Artikel 40, §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur.

        Gelet op de financiële toestand van de gemeente.

 

Argumentatie

 

Het bestaan en het gebruik van woon- of verblijfsentiteiten waar niemand is ingeschreven in het bevolkingsregister geeft aanleiding tot kosten die door de gemeente worden gedragen betreffende investeringen in onder andere openbaar domein, openbare dienstverlening, veiligheid en administratie. De gebruikers van tweede verblijven, zijnde de eigenaar, huurder of een andere gebruiker, halen voor die woon- of verblijfsentiteiten wel voordeel uit de gemeentelijke dienstverlening, doch dragen er niet fiscaal toe bij, zodat het redelijk verantwoord is dat ook voor tweede verblijven een billijke bijdrage wordt geleverd en dat op de tweede verblijven een belasting wordt geheven.

 

Het betreft een loutere doorrekening van de kosten voor de administratieve prestaties exclusief personeelskosten.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Tweede verblijven" met nummer 73770000.

In het meerjarenplan wordt er 30.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 2/12/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:04:38)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op tweede verblijven als volgt goed:

 

"Artikel 1:belastbare grondslag 

Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten voordele van de gemeente een jaarlijkse belasting gevestigd op de tweede verblijven, gelegen op het grondgebied van de gemeente.

 

Artikel 2:definitie

Als tweede verblijf wordt beschouwd elke woon- of verblijfsgelegenheid, waarvoor niemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters of het vreemdelingenregister op 1 januari van het aanslagjaar. Een tweede verblijf kan zowel een residentiële woning voor occasioneel gebruik zijn, als een recreatief verblijf.

 

Worden beschouwd als tweede verblijf:

 

        landhuizen, bungalows, villa's, appartementen, studio's, weekendhuisjes, optrekjes, chalets en alle vaste woon- of verblijfsgelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans of stacaravans, en ongeacht of voormelde woon- of verblijfsgelegenheden ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

        een verblijf dat tegelijkertijd kan worden gebruikt als woon- of verblijfsgelegenheid en voor de uitoefening van een beroepsactiviteit, maar niet tot hoofdverblijf dient.

 

Worden niet beschouwd als tweede verblijf:

 

        toeristisch logies die onder het toepassingsgebied vallen van de gemeentebelasting op toeristisch logies.

        het verblijf uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit; Het louter vestigen van een maatschappelijke zetel wordt niet beschouwd als een gebruik voor een beroepsactiviteit.

        de tenten, woonaanhangwagens, motorhomes en verplaatsbare caravans, tenzij zij ten minste 6 maanden opgesteld blijven om als woon- of verblijfsgelegenheid te worden aangewend.

        de woon- of verblijfsgelegenheid die onbewoonbaar, ongeschikt of onveilig is.

        de woon- of verblijfsgelegenheid die werd opgenomen in het leegstandsregister.

        nood- en crisiswoningen.

 

Artikel 3:tarief

De belasting is verschuldigd op 1 januari van het aanslagjaar. Het bedrag van de belasting wordt forfaitair en ondeelbaar vastgesteld op 500,00 EUR per tweede verblijf.

 

Artikel 4: belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de houder van één van de hierna vermelde zakelijke rechten op het betreffende verblijf op 1 januari van het aanslagjaar:

de volle eigendom.

het recht van opstal of van erfpacht.

het vruchtgebruik.

 

Als het zakelijk recht in onverdeeldheid toebehoort aan meer dan één persoon, geldt de onverdeeldheid als belastingplichtige. De leden van de onverdeeldheid zijn hoofdelijk aansprakelijk tot betaling van de algehele belasting. De belastingplicht geldt, ongeacht het feit of de belastingplichtige al dan niet is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeente.

 

Artikel 5: vestiging en invordering van de belasting

De belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 juli van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier. Een belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft gekregen, moet daar zelf om verzoeken. De aangifte blijft geldig zolang deze niet wordt herroepen door de belastingplichtige, tot maximaal de eindtermijn van dit reglement.

 

Artikel 6: procedure van ambtshalve vaststelling

Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 6 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, wordt de belasting ambtshalve gevestigd op basis van de gegevens waarover de gemeente beschikt, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het Decreet van 30 mei 2008.

 

De ambtshalve gevestigde belasting wordt verhoogd met 50%. Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve gevestigde belasting ingekohierd en ingevorderd.

 

Artikel 7: betaling van de belasting

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Artikel 8: bezwaar tegen de belasting De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor het belastingreglement op verwaarloosde gebouwen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Naar aanleiding van het reglement voor verwaarlozing dat staat voor de inventarisering van verwaarloosde panden in Hoogstraten en de wil om verwaarloosde panden en verloedering tegen te gaan binnen stad Hoogstraten is het doorvoeren van heffingen een volgende stap.

De relevante Vlaamse woonregelgeving wordt vanaf 1 januari 2021 gecoördineerd in een ‘Vlaamse Codex Wonen’ en een globaal ‘besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen’. Voor de regelgeving inzake verwaarlozing gaat het enkel om een tekstuele coördinatie en niet om een inhoudelijke wijziging. Het bestaande reglement van 27 april 2020 inzake de heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen wordt aangepast aan de gecoördineerde tekst.

 

Op 27 april 2020 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op verwaarloosde gebouwen en woningen goed voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025.

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        De Grondwet, zoals gewijzigd, inzonderheid artikel 170, §4.

        De Vlaamse Wooncode van 2021.

        Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.

        Gelet op het door de gemeenteraad van 27 april 2020 vastgesteld reglement inzake het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

        Gelet op de financiële toestand van de stad, het streven van de stad om een financieel evenwicht te handhaven en de wens om de bestaande belasting op verwaarloosde gebouwen te continueren.

 

Argumentatie

 

De stad wenst verwaarlozing van woningen en gebouwen te voorkomen en bestrijden om de verloedering van de leef- en woonomgeving tegen te gaan.

De stad kan een heffing op verwaarloosde gebouwen en woningen innen op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie. De vrijstellingen in het reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.

Het is nuttig om een geïntegreerd beleid te voeren ter bestrijding van leegstand en verwaarlozing van woningen en gebouwen.

De vrijstellingen in het reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

 

De relevante Vlaamse woonregelgeving wordt vanaf 1 januari 2021 gecoördineerd in een ‘Vlaamse Codex Wonen’ en een globaal ‘besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen’. Voor de regelgeving inzake verwaarlozing gaat het enkel om een tekstuele coördinatie en niet om een inhoudelijke wijziging.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Fiscale aangelegenheden met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: Krotten/verwaarloosde/ongeschikte woningen en gebouwen met nummer 73750000.

In het meerjarenplan wordt er 1.500 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 zijn visum gegeven.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:06:51)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

 

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande reglement met betrekking op belasting op leegstaande gebouwen voor de periode van 01 januari 2026 tot en met 31 december 2031 goed.

 

1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
    1. Een aangetekend schrijven.
    2. Een afgifte tegen ontvangstbewijs.
  2. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitzondering van de bebouwde onroerende goederen die vallen onder de toepassing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  3. Register van verwaarloosde gebouwen en woningen: het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen, als vermeld in artikel 2.15. Vlaamse Codex Wonen
  4. Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
  5. Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.
  6. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen wordt opgenomen.
  7. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum.

 

2. Heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen

 

Artikel 2.Belastbare grondslag

 

§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting, zijnde de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen, gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

§2. De belasting voor een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen

 

§3. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde woningen en gebouwen is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de opnamedatum.

 

§4. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 3. Belastingplichtige

 

§1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen houder van het zakelijk recht is van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning.

 

§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het register van verwaarloosde gebouwen en woningen is geschrapt, is de houder van het zakelijk recht, vermeld in §1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.

 

§3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

 

§4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger, voorafgaand aan de overdracht, in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen.

 

Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

 

        Naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel.

        Datum van de akte, naam en standplaats van de notaris.

        Nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 4.Berekening van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen

 

§1. Het bedrag van de belasting wordt forfaitair vastgesteld op:

• 1.500,00 EUR voor een verwaarloosd gebouw.

• 1.500,00 EUR voor een verwaarloosde woning.

 

§2. Voor elke bijkomende nieuwe termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning in het register van verwaarloosde gebouwen en woningen staat, wordt de belasting vermeerderd met:

1° 1.000 EUR voor een verwaarloosd gebouw.

2° 1.000 EUR voor een verwaarloosde woning.

De belasting, zoals vastgesteld in §1, kan maximaal 4 maal vermeerderd worden met bovenvermeld bedrag.

 

§3. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

 

Artikel 5. Vrijstellingen

 

§1. Van de heffing op verwaarloosde woningen en gebouwen zijn vrijgesteld:

  1. de belastingplichtige die geheel of gedeeltelijk volle eigenaar is van 1 enkele woning, die die woning uitsluitend gebruikt als hoofdverblijfplaats en die geen zakelijk recht heeft op een ander onroerend goed.
  2. De belastingplichtige die maximaal 1 jaar zakelijk gerechtigde houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning.
     

§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

  1.  Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.
  2. Geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.
  3. Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts gedurende een periode van maximaal 3 jaar volgende op de datum van de vernieling of de beschadiging.
  4. Krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument.
  5. Deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van  een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp  van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap.
  6. Opgenomen is op de gemeentelijke lijst van waardevol, niet-beschermd bouwkundig erfgoed.
  7. Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts gedurende een periode van maximaal 2 jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik verleend kan worden.
  8. Gerenoveerd wordt voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van maximaal 3 jaar. De vrijstelling wordt toegekend indien de belastingplichtige aantoont dat er op datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt ten opzichte van het voorgaande jaar. Bijvoorbeeld foto's, aankoopfacturen, overige documenten, ...
  9. Het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30., §2 Vlaamse Codex Wonen.
  10. Het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig boek 5, deel 7 Vlaamse Codex Wonen.
  11. Indien de belastingplichtige de verwaarlozing laat aanhouden omwille van een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, wordt eveneens een vrijstelling verleend.

 

§3. Het verkrijgen van een vrijstelling voor één of meerdere aanslagjaren, doet geen afbreuk aan het gegeven dat de berekening van de heffing op verwaarloosde gebouwen of woningen, in het bijzonder de tariefverhoging, zoals bepaald in artikel 4, doorloopt.

 

 

Artikel 6. Inkohiering

 

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7. Betaling van de belasting

 

De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8. Bezwaar tegen de aanslag

 

§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
 

Het bezwaarschrift moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de 3de werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag. Van het bezwaarschrift wordt binnen 15 dagen na de indiening ervan een ontvangstmelding afgegeven.
 

§2. Het bezwaarschrift wordt behandeld in overeenstemming met het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor het belastingreglement op leegstaande gebouwen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 14 december 2020 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op leegstaande gebouwen en woningen goed voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025.

 

Stadsbestuur Hoogstraten geeft aan dat het wenselijk is om beschikbare panden optimaal te benutten.

Hoogstraten wil langdurige leegstand van woningen en gebouwen voorkomen en bestrijden en daarom het heffingsreglement doorvoeren.

De relevante Vlaamse woonregelgeving wordt vanaf 1 januari 2021 gecoördineerd in een ‘Vlaamse Codex Wonen’ en een globaal ‘besluit tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen’.

 

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031. Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        De Grondwet, zoals gewijzigd, inzonderheid artikel 170, §4.

        Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals gewijzigd.

        De Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.

        Het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.

        Het gemeenteraadsbesluit van 23 januari 2023 betreffende het intergemeentelijk reglement leegstand.

        Gelet op de financiële toestand van de stad, het streven van de stad om een financieel evenwicht te handhaven en de wens om de bestaande leegstandsbelasting te continueren.

 

Argumentatie

 

Het verwerven van inkomsten via belastingen is noodzakelijk om de algemene uitgaven van stad Hoogstraten te financieren.

 

De stad kan een heffing op leegstaande gebouwen en woningen innen op grond van de gemeentelijke fiscale autonomie. De vrijstellingen in het reglement sluiten aan bij de noden en het beleid van de stad.

 

Als stad zetten we hier reeds op in sinds 2020, dit met betrekking op leegstaande woningen.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Fiscale aangelegenheden met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: Leegstaande  woningen en gebouwen met nummer 73740000.

In het meerjarenplan wordt er 30.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 23/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:09:16)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op leegstaande gebouwen goed als volgt:

 

1. ALGEMENE BEPALINGEN

 

Artikel 1: Definities

 

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:

        een aangetekend schrijven.

        een afgifte tegen ontvangstbewijs.

  1. Eengezinswoning: elk bebouwd onroerend goed dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van één gezin of één alleenstaande, waarin zich geen andere woningen bevinden.
  2. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
  3. Kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.
  4. Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding , of uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
    Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
    In afwijking hiervan wordt een nieuw gebouw als leegstaand beschouwd indien dat gebouw binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid.
  5. Leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een afgeleverde of gedane stedenbouwkundige vergunning of -melding, milieuvergunning of -melding, of omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden;
    In afwijking hiervan wordt een nieuwe woning als leegstaand beschouwd indien de woning binnen 7 jaar na de afgifte van een stedenbouwkundige vergunning in laatste administratieve aanleg of een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig het 1ste lid;
  6. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, vermeld in art 2.9. Vlaamse Codex Wonen.
  7. Woning: elk onroerend goed of het deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
  8. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen.
  9. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum.
  10. Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning .

 

2. LEEGSTANDSHEFFING

 

Artikel 2: Belastbare grondslag

 

§1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten voordele van de gemeente een jaarlijkse belasting, zijnde de leegstandsheffing, gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens 12 opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister.

 

§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.

 

§3. Zolang het leegstaand gebouw of de leegstaande woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt,

blijft de leegstandsheffing verschuldigd op het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van 12 maanden vanaf de datum van de 1ste verjaardag van de opnamedatum.

 

§4. Bij de volledige overdracht van het zakelijk recht van een gebouw of een woning geldt de datum van de authentieke overdrachtsakte als aanvangspunt voor het berekenen van de termijnen van 12 maanden.

 

Artikel 3: Belastingplichtige

 

§1. Belastingplichtig is diegene die op het ogenblik van het verschuldigd worden van de leegstandsheffing zakelijk gerechtigde houder van het zakelijk recht is van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning.

 

§2. Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, is de zakelijk gerechtigde houder van het zakelijk recht, vermeld in § punt 1, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt, de belastingplichtige voor de nieuwe belasting.

 

§3. Zo er meerdere belastingplichtigen zijn, zijn deze hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde belasting.

 

§4. In het geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger, voorafgaand aan de overdracht, in kennis stellen dat de woning of het gebouw is opgenomen in het leegstandsregister.

 

Tevens moet hij per beveiligde zending een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente, binnen 2 maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:

        Naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel.

        Datum van de akte, naam en standplaats van de notaris.

        Nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

 

De overdrager van het zakelijk recht kan de instrumenterende ambtenaar vragen om dit in zijn plaats te doen.

 

Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van §1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

 

Artikel 4: Berekening van de leegstandsheffing

 

Het bedrag van de belasting wordt forfaitair vastgesteld op:

  1. 1.250,00 EUR voor een leegstaand gebouw.
  2. Voor een leegstaande woning:
    1. 1.250,00 EUR voor een eengezinswoning.
    2. 250,00 EUR voor een kamer.
    3. 1.250,00 EUR voor elke andere woning dan deze vermeld onder a) en b ).

 

§2. Voor elke bijkomende nieuwe termijn van 12 maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat, wordt de belasting vermeerderd met:

  1. 750,00 EUR voor een leegstaand gebouw.
  2. Voor een leegstaande woning:
    1. 750,00 EUR voor een eengezinswoning.
    2. 150,00 EUR voor een kamer.
    3. 750,00 EUR voor elke andere woning dan deze vermeld onder a) en b).

 

§3. Voor elke woning die of elk gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk leegstandsregister en op 31 december 2009 nog opgenomen was in de gewestelijke inventaris van leegstaande gebouwen en/of woningen, wordt de belasting vermenigvuldigd met het aantal volledige termijnen van twaalf maanden dat de woning of het gebouw in de gewestelijke inventaris van leegstaande gebouwen en/of woningen was opgenomen.

 

§4. De belasting, zoals vastgesteld in §1, kan maximaal 4 keer vermenigvuldigd worden met bovenvermeld bedrag, ook bij gezamenlijke toepassing van §2 en §3.

 

Artikel 5: Vrijstellingen

 

§1. Van de leegstandsheffing zijn vrijgesteld:

  1. De belastingplichtige die geheel of gedeeltelijk volle eigenaar is van 1 enkele woning.
  2. De belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft, of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, met dien verstande dat deze vrijstelling maximaal voor 2 opeenvolgende aanslagjaren verleend kan worden.
  3. De belastingplichtige waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 2 jaar volgend op de gerechtelijke beslissing.
  4. De belastingplichtige die maximaal 1 jaar houder van het zakelijk recht is van het gebouw of de woning.

 

§2. Een vrijstelling wordt verleend indien het gebouw of de woning:

  1. Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan.
  2. Geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning voor vergunningsplichtige handelingen omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.
  3. Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 3 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging verleend kan worden.
  4. Krachtens decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument.
  5. Deel uitmaakt van een krachtens decreet beschermd stads- of dorpsgezicht of landschap, of van een stads- of dorpsgezicht of landschap dat opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als stads- of dorpsgezicht of landschap.
  6. Onmogelijk daadwerkelijk gebruikt kan worden omwille van een verzegeling in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een periode van 2 jaar volgend op de aanvang van de onmogelijkheid tot daadwerkelijk gebruik verleend kan worden.
  7. Gerenoveerd wordt voor stabiliteitswerken, renovatiewerken of sloopwerkzaamheden, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt gedurende een termijn van maximaal 3 jaar. De vrijstelling wordt toegekend indien de belastingplichtige aantoont dat er op datum van de verjaardag van de opnamedatum vooruitgang is geboekt ten opzichte van het voorgaande jaar. Bijvoorbeeld foto's, aankoopfacturen, overige documenten, ... .
  8. Het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van artikel 3.30., §2 Vlaamse Codex Wonen.
  9. Het voorwerp uitmaakt van een door de gemeente, het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn of een sociale woonorganisatie verkregen sociaal beheersrecht, overeenkomstig boek 5, deel 7 Vlaamse Codex Wonen.
  10. Vervat is in een project dat aangemeld is bij de VMSW via het Projectportaal conform artikel 4.13 van het besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Indien de belastingplichtige de leegstand laat aanhouden omwille van een vreemde oorzaak die de belastingplichtige niet kan worden toegerekend, wordt eveneens een vrijstelling verleend.

 

§3. Het verkrijgen van een vrijstelling voor één of meerdere aanslagjaren, doet geen afbreuk aan het gegeven dat de berekening van de leegstandsheffing, in het bijzonder de tariefverhoging, zoals bepaald in artikel 4, doorloopt.

 

Artikel 6: Wijze van inning

 

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

 

Artikel 7: Bezwaar

 

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement inzake begraafplaatsen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 16 december 2019 werden een belastingreglement op de ontgravingen op de gemeentelijke begraafplaatsen en een retributiereglement op de gemeentelijke begraafplaatsen goedgekeurd.

 

Het is aangewezen om het retributiereglement op de begraafplaatsen te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

        Besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.

        Artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet.

 

Argumentatie

 

De levering en plaatsing van afdekplaten van columbariumnissen en gedenkplaten voor de strooiweide gebeurt door tussenkomst van de bevoegde gemeentelijke diensten.

 

Het is billijk dat de gemeente een retributie aanrekent aan de aanvrager als bijdrage in de kosten voor de aangeboden prestaties.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Welzijn" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/2, beleidsitem: Begraafplaatsen met nummer 990-00 en algemeen rekeningnummer: Begraving / bijzetting / verstrooiing met nummer 70020000.

In het meerjarenplan wordt er 32.320 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

Valt onder actie "Welzijn" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/2, beleidsitem: Begraafplaatsen met nummer 990-00 en algemeen rekeningnummer: Ontgraving met nummer 70022000.

In het meerjarenplan wordt er 250 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:10:01)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement inzake begraafplaatsen goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het verlenen van concessies op de gemeentelijke begraafplaatsen, alsook op de door de gemeente geleverde prestaties zoals omschreven in artikel 2.

 

Artikel 2:

Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:

        Concessies voor een periode van 50 jaar:

        Een concessie in een kelder of volle grond: 400,00 EUR per persoon

        Een concessie op het urnenveld: 200,00 EUR per persoon.

        Een concessie in een columbariumnis: 300,00 EUR per persoon.

        Ontgravingen van een asurn of columbariumnis: 50,00 EUR

        Ontgravingen van een kist: 125,00 EUR

        Afdekplaat columbariumnis: 150,00 EUR

        Aanbrengen van een gedenkplaatje op de strooiweide: 20,00 EUR

 

Artikel 3:

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de hiervoor vermelde diensten en prestaties en mag niet aan een derde persoon afgestaan of overgedragen worden.

 

Artikel 4:

Van de retributie zijn vrijgesteld wanneer de ontgraving of verwijdering van stoffelijke overblijfselen:

        verricht wordt ingevolge een rechterlijke beslissing.

        van de voor het vaderland gevallen militairen en burgers.

        verricht wordt ingevolge een bestuurlijke beslissing.

 

Artikel 5:

Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd concessies toe te staan binnen de perken van onderhavig reglement.

 

Artikel 6:

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement op standplaatsen tijdens marktdagen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 16 december 2019 werd een retributiereglement op standplaatsen tijdens marktdagen goedgekeurd.

 

Het is van oudsher gebruikelijk dat innamen van het openbaar domein en standplaatsen op de openbare markten worden belast. De gemeente zorgt namelijk voor de aanleg, het onderhoud en de terbeschikkingstelling van het openbaar domein en bijhorende infrastructuur. Bovendien vergt de organisatie van de markten op het openbaar domein extra inspanningen van de gemeentelijke diensten m.b.t. veiligheid, ordehandhaving en technische ondersteuning.

 

Het is aangewezen dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten.

        Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.

        Artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Werken en Vrije tijd" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: Handel en middenstand met nummer 500-00 en algemeen rekeningnummer: Plaatsrecht markten met nummer 70050000.

In het meerjarenplan wordt er 300 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:10:24)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement op standplaatsen tijdens marktdagen goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven ten laste van eenieder die voor de uitoefening van zijn handel of beroep, afgezien van de aard van de koopwaren of van de inrichting, tijdens de marktdagen, op de openbare plaatsen en wegen van de gemeente, een standplaats inneemt een plaatsrecht geheven van:

        jaarabonnement: 0,50 EUR per maand marktdag, per strekkende meter van de inrichting, te betalen tijdens de eerste maand van het dienstjaar;

        half-jaar abonnement: 0,75 EUR per maand marktdag, per strekkende meter van de inrichting, te betalen tijdens de eerste maand van de periode;

        per maand: 1,25 EUR per maand marktdag, per strekkende meter van de inrichting, te betalen maandelijks bij de inname.

 

Artikel 2:

De opmeting van de ingenomen oppervlakte geschiedt door de zorgen van het stadsbestuur. Het plaatsrecht is eisbaar zodra de plaats op het openbaar domein ingenomen wordt.

 

Artikel 3:

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.

Bij niet-betaling kan het gebruik van het openbaar domein geweigerd worden."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement op standplaatsen ambulante handel op het openbaar domein buiten markt- en kermisdagen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 16 december 2019 werd een retributiereglement goedgekeurd voor standplaatsen ambulante handel op het openbaar domein buiten markt- en kermisdagen.

 

Door de stad wordt aan de handelaars die voor hun handelsactiviteit een standplaats innemen op de openbare weg buiten de wekelijkse markt een retributie aangerekend voor de hinder en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Koninklijk Besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante activiteiten.

        Besluit van de Vlaamse Regering houdende de wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2006.

        Artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet.

        Artikel 40 §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur.

 

Argumentatie

 

Het is billijk dat de stad een retributie aanrekent aan de ambulante handelaars als bijdrage in de kosten voor de aangeboden standplaats ingenomen op het openbaar domein.

Handelaars die voor hun ambulante activiteiten waarvan de inname toegewezen werd overeenkomstig de artikelen 38 tot 41 van het Koninklijk Besluit van 24 september 2006 over de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten, kunnen hun standplaats en uren vrij kiezen.

De stad wil voor de verhoogde kosten voor onder andere controles voor deze innames een bijdrage vragen. Om controle en werking te vereenvoudigen wordt er overgegaan tot bedragen per strekkende meter.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Werken en Vrije Tijd" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: Handel en middenstand met nummer 500-00 en algemeen rekeningnummer: Dagbladkiosken, frituurkramen, handelsinrichtingen met nummer 70053000.

In het meerjarenplan wordt er 50.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:12:21)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement op standplaatsen ambulante handel op het openbaar domein buiten markt- en kermisdagen goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het innemen van standplaatsen op het openbaar domein buiten markt- en kermisdagen.

 

Artikel 2:

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        Vaste kramen: 1,00 EUR/m²/dag;

        Mobiele kramen: 2,50 EUR/m²/dag.

Een verschillend tarief wordt toegepast omdat mobiele kramen bij het opstellen telkens extra toezicht vergen.

 

Artikel 3:

Voor het opstellen van de inrichting dient er aangifte gedaan bij het stadsbestuur met opgave van de ingenomen oppervlakte en de duur van de opstelling.

 

Artikel 4:

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.

Bij niet-betaling kan het gebruik van het openbaar domein geweigerd worden."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het retributiereglement op het langdurig parkeren met gemeentelijke parkeerkaart en/of officiële bewonerskaart in zones waar een beperking van parkeertijd geldt.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

De kerkwachters- die steeds in shiften van 3 uur werken - hebben regelmatig verzocht om te worden opgenomen in de categorieën, welke in aanmerking komen voor een dagkaart.

Burgers hebben regelmatig verzocht om in aanmerking te komen voor een bewonerskaart, om twee nummerplaten op de bewonerskaart te kunnen vermelden, zodanig dat de bewoners zelf kunnen kiezen welk voertuig op welk moment gebruik kan maken van de bewonerskaart, doch zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de regel dat de gemeentelijke parkeerkaart (bv. de bewonerskaart) slechts recht geeft op het parkeren van één auto.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens.

        Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (Wegcode), en latere wijzigingen.

        MB van 3 mei 2004, waarbij personen die de bewonerskaart of het bewonersvignet kunnen bekomen en de overheid die bevoegd is om deze kaart of het bewonersvignet uit te reiken worden aangewezen, en waarbij het model ervan alsmede nadere regels voor uitreiking en gebruik worden bepaald.

        Artikel 2, §2, 4. van het ministerieel besluit van 09 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart, bepaalt de gemeenteraad het maximum aantal nummerplaten dat op de kaart vermeld kan worden.

 

Argumentatie

 

In het centrum van de stad Hoogstraten geldt een beperking van de parkeerduur voor motorvoertuigen, via een blauwe zone - reglementering. Aan de andere kant bestaat voor bewoners van het centrum de behoefte om langdurig parkeren tegen gunstigere voorwaarden mogelijk te maken aangezien zij niet altijd beschikken over de nodige private parkeerfaciliteiten. De aflevering van bewonerskaarten die langdurig parkeren mogelijk maken, gebeurt tegen betaling van een retributie. Bewoners in de blauwe zone krijgen de mogelijkheid om 1 bewonerskaart aan te kopen. Het beschikbaar stellen van parkeerplaatsen en de controle op de naleving van de parkeervoorwaarden wegen door op de financiële toestand van de stad Hoogstraten.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Parkeren met nummer 220-00 en algemeen rekeningnummer: Parkeervergoedingen met nummer 70058000.

In het meerjarenplan wordt er 4.500 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:12:48)

 

BESLUIT

 

Stemming amendement
Bij 24 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels en Lydia Bottenburg) en 2 onthoudingen (Jef Bluekens en Corina Furdui)

Stemming besluit
Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Overeenkomstig art. 16 § 1 van het gemeentelijke huishoudelijk reglement wensen de fracties Hoogstraten LEEFT en samen! bijgevoegd amendement toe te voegen ter wijziging van het voorstel zoals het nu voorligt.

 

Huidige tekst

Art. 2 §2

De bewonerskaart wordt slechts uitgereikt aan de natuurlijke persoon die zijn domicilie heeft

in de blauwe zone of straat vermeld op de bewonerskaart én niet beschikt over een

parkeerplaats, garage of inrij gelegen in of gelegen binnen een straal van 200m van de

blauwe zone of straat vermeld op de bewonerskaart.

De bewonerskaart wordt niet toegekend aan bewoners van wooneenheden waarvoor bij de

aflevering van de stedenbouwkundige vergunning één of meerdere parkeerplaatsen per

wooneenheid werden opgelegd, ongeacht of de aanvrager effectief over zo’n parkeerplaats

beschikt. In deze gevallen wordt ervan uitgegaan dat de parkeerbehoefte op eigen terrein of

binnen het projectgebied moet worden opgevangen.

Een uitzondering kan worden toegestaan indien de aanvrager aantoont dat de voorziene

parkeerplaats structureel en onherroepelijk niet meer beschikbaar is voor gebruik door de

bewoner, bijvoorbeeld omdat deze afzonderlijk werd verkocht of langdurig werd verhuurd

aan derden, en er geen realistische mogelijkheid is om alsnog over een parkeerplaats te

beschikken binnen het projectgebied.

Voorgestelde verandering

Art. 2 §2

De bewonerskaart wordt slechts uitgereikt aan de natuurlijke persoon die zijn

domicilie heeft in de blauwe zone of straat vermeld op de bewonerskaart én niet

beschikt over een parkeerplaats, garage of inrij gelegen in of gelegen binnen een straal

van 200m van de blauwe zone of straat

De bewonerskaart wordt niet toegekend aan bewoners van wooneenheden waarvoor bij

de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning één of

meerdere parkeerplaatsen per wooneenheid werden opgelegd, ongeacht of de

aanvrager effectief over zo’n parkeerplaats beschikt. In deze gevallen wordt ervan

uitgegaan dat de parkeerbehoefte op eigen terrein of binnen het projectgebied moet

worden opgevangen.

Een uitzondering kan worden toegestaan indien de aanvrager aantoont dat de voorziene

parkeerplaats structureel en onherroepelijk niet meer beschikbaar is voor gebruik door

de bewoner, hem niet toerekenbaar, bijvoorbeeld omdat deze afzonderlijk werd

verkocht of langdurig werd verhuurd aan derden, en er geen realistische mogelijkheid is

om alsnog over een parkeerplaats te beschikken binnen het projectgebied.

 

 

 

 

Besluit

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement op het langdurig parkeren met gemeentelijke parkeerkaart en/of officiële bewonerskaart in zones waar een beperking van parkeertijd geldt goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het afleveren van een bewonerskaart en/of gemeentelijke parkeerkaart.

 

Artikel 2:

§1 De gemeentelijke parkeerkaart wordt slechts uitgereikt aan de natuurlijke persoon welke beroepsmatig actief is op het grondgebied van de stad en die behoort tot één van volgende categorieën:

        Zorgverstrekkers (zoals artsen, thuisverpleging, kinesisten… dit is een niet-limitatieve opsomming)

 

Ze kan schriftelijk aangevraagd worden bij het gemeentebestuur. De aanvrager moet de elementen aanbrengen die bewijzen dat hij tot één van de in het eerste lid beschreven categorieën behoort.

 

§2 De bewonerskaart wordt slechts uitgereikt aan de natuurlijke persoon die zijn domicilie heeft in de blauwe zone of straat vermeld op de bewonerskaart én niet beschikt over een parkeerplaats, garage of inrij gelegen in of gelegen binnen een straal van 200m van de blauwe zone of straat vermeld op de bewonerskaart.

De bewonerskaart wordt niet toegekend aan bewoners van wooneenheden waarvoor bij de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning één of meerdere parkeerplaatsen per wooneenheid werden opgelegd, ongeacht of de aanvrager effectief over zo’n parkeerplaats beschikt. In deze gevallen wordt ervan uitgegaan dat de parkeerbehoefte op eigen terrein of binnen het projectgebied moet worden opgevangen. Een uitzondering kan worden toegestaan indien de aanvrager aantoont dat de voorziene parkeerplaats structureel en onherroepelijk niet meer beschikbaar is voor gebruik door de bewoner, bijvoorbeeld omdat deze afzonderlijk werd verkocht of langdurig werd verhuurd aan derden, en er geen realistische mogelijkheid is om alsnog over een parkeerplaats te beschikken binnen het projectgebied.

 

§3 Een dagkaart wordt op verzoek overhandigd aan de personen die behoren tot één van

volgende categorieën: dienstverleners welke sporadisch werkzaamheden dienen te verrichten in de blauwe zone of in een straat waar de blauwe zone-reglementering van toepassing is, en voor wie het in de onmiddellijke nabijheid hebben van hun bedrijfsauto met materialen onontbeerlijk is voor de uitoefening van hun beroepsactiviteit (bv. installateurs sanitair, elektriciens, schilders, e.d.).

 

Voor het afleveren van deze dagkaart wordt een vrijstelling gegeven.

 

Artikel 3:

De gemeentelijke parkeerkaart en/of bewonerskaart geeft recht op het parkeren van één voertuig. Daartoe vermeldt ze de nummerplaten van de voertuigen die door de betreffende kaart gedekt worden.

De bewonerskaart kan maximaal twee nummerplaten vermelden, doch het vermelden van twee nummerplaten doet geen afbreuk aan de regel dat de gemeentelijke parkeerkaart (bv. de bewonerskaart) recht geeft op het parkeren van slechts één voertuig op hetzelfde moment.

Er kan per wooneenheid maximaal één bewonerskaart afgeleverd worden. In overeenstemming met het Ministerieel Besluit van 18 december 1991, gewijzigd door het Ministerieel Besluit van 9 januari 2007, moet de aanvrager van een bewonerskaart het bewijs voorleggen dat hij zijn hoofdverblijfplaats heeft in de blauwe zone en dat het voertuig op zijn naam is ingeschreven of dat hij er bestendig over beschikt.

 

Artikel 4:

De retributie wordt vastgesteld voor het afleveren van een bewonerskaart en/of gemeentelijke parkeerkaart op 100 EUR per jaar.

Indien een duplicaat van de kaart dient afgeleverd te worden ingeval van verlies, gestolen of vernietigde kaart, dient een bijkomend recht van 25 EUR betaald te worden.

 

Artikel 5:

De retributie is verschuldigd op het moment van de aanvraag. Wanneer de aanvrager zijn verzoek voor een gemeentelijke parkeerkaart en/of bewonerskaart indient, levert hij een kopie van de inschrijvingsbewijzen van de voertuigen waarop de aanvraag betrekking heeft.

 

Artikel 6:

Er worden enkel gemeentelijke parkeerkaarten en/of bewonerskaarten met een looptijd van één jaar afgeleverd. De looptijd vangt aan vanaf de datum van aflevering. De retributie is ondeelbaar en verschuldigd voor gans de periode, om welke reden ook.

 

Na afloop van deze termijn bezorgt de aanvrager of de rechthebbende de gemeentelijke parkeerkaart en/of bewonerskaart terug aan het gemeentebestuur. Als hij de kaart wenst te verlengen, doet hij zijn aanvraag binnen dezelfde termijn als bij zijn oorspronkelijke aanvraag

In afwijking van het eerste lid loopt de gemeentelijke kaart van rechtswege af bij het definitief stopzetten van de activiteiten van de fysiek persoon, die de parkeerkaart verkregen heeft. De bewonerskaart loopt van rechtswege af als zijn begunstigde niet meer gedomicilieerd is in de blauwe zone of straat vermeld op de bewonerskaart.

 

Artikel 7:

Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen om gemotiveerd af te wijken van het bovenstaande reglement."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het retributiereglement voor administratieve prestaties.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 25 april 2022 werd een retributiereglement voor administratieve prestaties goedgekeurd.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikel 173 van de Grondwet.

        Wetboek van de Belgische nationaliteit van 28 juni 1984 en latere wijzigingen.

        Het decreet van 30 mei 2008 over de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.

        De artikelen 119 t.e.m. 136 van de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing.

 

Argumentatie

 

Het is billijk om een vergoeding te vragen aan personen waarvoor welbepaalde administratieve prestaties geleverd worden. Onder administratieve prestaties verstaat men onder meer opzoekingswerk en het maken van kopieën. De financiële toestand van de stad maakt het wenselijk een retributie te heffen bij het verstrekken van administratieve prestaties als vergoeding voor de geleverde dienst. Het betreft een loutere doorrekening van de kosten voor de administratieve prestaties exclusief personeelskosten, en dit enkel aan de effectieve gebruikers van de dienst.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Administratie" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/3/1, beleidsitem: Overige algemene diensten met nummer 119-00 en algemeen rekeningnummer: Retributies voor andere stukken met nummer 70004000.

In het meerjarenplan wordt er 130.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:18:53)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement op administratieve prestaties goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op administratieve prestaties zoals omschreven in artikel 2.

 

Artikel 2:

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

 

        Het maken van een fotokopie:

        1,00 EUR instelkost per origineel (een recto-verso blad betekent dus een instelkost van 2,00 EUR)

        Een papierkost van 0,02 EUR per blad op A4-formaat (papier van 80 gram)

        Een papierkost van 0,04 EUR per blad op A4-formaat (papier van 160 gram)

        Een papierkost van 0,04 EUR per blad op A3-formaat (papier van 80 gram)

        Voor vouwen en nieten vragen wij een vergoeding van 25% bovenop de totaalkost.

        Opvraging bouwplannen en vergunningen (digitaal of analoog): 5 EUR per plan

        Opzoeken van genealogische gegevens door de eigen stadsdiensten ten voordele van derden: 12,50 EUR per begonnen halfuur (fotokopieën van akten in het kader van stamboomonderzoek vallen onder het tarief van opzoekingswerk).

        Het opmaken, controleren en afleveren van een dossier voor de aanvraag van de Belgische nationaliteit: 100,00 EUR.

 

Artikel 3:

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die de administratieve prestaties vraagt.

 

Artikel 4:

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.

 

Artikel 5:

De retributie is niet verschuldigd voor het afleveren van deze inlichtingen en stukken aan de gerechtelijke overheden, de openbare besturen en de daarmee gelijkgestelde instellingen, alsmede de instellingen van openbaar nut."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement voor materiële en logistieke dienstverlening.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 22 maart 2021 werd een retributiereglement voor materiële dienstverlening goedgekeurd.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikel 40 §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur

 

Argumentatie

 

Het is billijk dat de stad een retributie aanrekent aan de gebruiker als bijdrage in de kosten voor de aangeboden materiële en logistieke dienstverlening.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Werken en vrije tijd" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: Overige evenementen met nummer 719-00 en algemeen rekeningnummer: Ontlening van materiaal met nummer 70061000.

In het meerjarenplan wordt er 10.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:19:24)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 onthoudingen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor materiële en logistieke dienstverlening goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op materiële en logistieke dienstverlening.

 

Artikel 2:

De retributie is verschuldigd door de gebruiker van de dienstverlening. Het globaal reglement op de ondersteuning van het vrijetijdsleven bepaalt de categorieën van gebruikers van onze dienstverlening voor de organisatie van socioculturele initiatieven, sportevenementen of andere (niet-commerciële) evenementen met openbaar karakter in Hoogstraten.

 

Artikel 3:

Het bedrag van de retributie inclusief reservatiekosten wordt vastgesteld als volgt:

 

Uitleendienst:

 

Materiaal

stock

cat. 0

cat. 1

cat. 2

automegafoon/omroepinstallatie

 

1

gratis

5 EUR

10 EUR

Borden voorbehouden parking minder validen

2

gratis

5 EUR

10 EUR

houten dansvloer

 

1

gratis

0,25 EUR

per stuk

1 EUR

per stuk

verstelbaar podium (elementen)

 

25

gratis

0,50 EUR

per stuk

1 EUR

per stuk

vaste podiumelementen

 (27 cm hoog)

28

gratis

 

0,50 EUR

per stuk

 

1 EUR

per stuk

 

vaste podiumelementen

 (50 cm hoog)

20

gratis

 

0,50 EUR

per stuk

 

1 EUR

per stuk

 

vaste podiumelementen

 (100 cm hoog)

14

gratis

 

0,50 EUR

per stuk

 

1 EUR

per stuk

 

trap met 2 treden, 3 treden, 4 treden voor podium

3

gratis

 

0,50 EUR

per stuk

 

1 EUR

per stuk

muziekinstallatie met CD speler

 

2

gratis

 

5 EUR

10 EUR

fuifkoffer

 

1

gratis

 

5 EUR

10 EUR

 

handmegafoon

 

1

gratis

 

5 EUR

10 EUR

 

nadar per wagen, 100m, 2x150m

 

3

gratis

 

5 EUR

10 EUR

 

nadar per wagen 200m

 

2

gratis

 

7,50 EUR

15 EUR

nadar per wagen 300m, 400m

 

2

gratis

 

10 EUR

20 EUR

LCD projector + scherm

 

2

gratis

 

5 EUR

10 EUR

soundmix met USB/MP3 bluetooth (geen cd-speler)

2

gratis

 

5 EUR

10 EUR

speelpakket kleuters

 

1

gratis

 

5 EUR

10 EUR

speelpakket plus 6-jarigen

 

1

gratis

 

5 EUR

10 EUR

speelpakket reuze gezelschapsspelen

1

gratis

 

5 EUR

10 EUR

speelpakket rollend materiaal

 

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

set beach volleybal

 

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

set volleybal

 

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

set baseball

 

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

set korfbal

 

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

set hockeysticks met opbergtas

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

set van 20 fluovestjes

 

2

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

toneelspots en statieven

 

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

groepstent 10x5m

 

3

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

partytent 4x4m

 

8

gratis

 

5 EUR

per stuk

10 EUR

per stuk

 

trektouw 10m

 

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

set van 4 vlaggen (B/EU/VL/Ho)

 

4

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

set van 4 vlaggenmasten

 

2

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

set van 8 volksspelen

 

1

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

stoelen per ontlening

 

200

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

klaptafels per ontlening

 

12

gratis

 

5 EUR

 

10 EUR

 

 

 

Drukwerk voor Hoogstraatse verenigingen:

  1. Een instelkost van 1,00 EUR per origineel
    (een recto-verso blad betekent dus een instelkost van 2,00 EUR)
  2. Een papierkost van 0,02 EUR per blad op A4-formaat (papier van 80 gram)
  3. Een papierkost van 0,04 EUR per blad op A4-formaat (papier van 160 gram)
  4. Een papierkost van 0,04 EUR per blad op A3-formaat (papier van 80 gram)
  5. Voor vouwen en nieten vragen wij een vergoeding van 25% bovenop de totaalkost.

 

 

Artikel 4:

 Het bedrag van de retributie voor het leveren van materialen wordt vastgesteld als volgt:

        Het bedrag van de retributie zoals bepaald in artikel 3

        Voor wijzigingen ten opzichte van het afgesproken vervoer op vraag van de vereniging (buiten de normale termijn van 14 dagen) wordt voor elke bijkomende rit een tarief van 35,00 EUR aangerekend.

De verenigingen hebben namelijk de mogelijkheid om al de materialen te laten leveren door onze diensten.

 

Artikel 5:

Het bedrag van de retributie bij beschadiging, onherstelbare beschadiging of verlies van de ontleende materialen wordt vastgesteld als volgt:

        de effectieve kosten van de herstelling;

        een percentage van de actuele aanschafwaarde op basis van de boekhoudkundige waarde bij onherstelbare beschadiging of verlies.

 

Het bedrag van de retributie bij het laattijdig inleveren van ontleende materialen wordt vastgelegd op

        de verschuldigde retributie volgens artikel 3 vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de materialen te laat werden binnen geleverd, te tellen van de dag dat de ontleende materialen volgens de reservatiebevestiging moesten worden binnengebracht.

 

Artikel 6:

De aanvraag om uitlening dient in principe minimum 14 dagen en maximum 1 jaar op voorhand te gebeuren. De normale uitleenperiode bedraagt 7 dagen. Alle aanvragen die minder dan de voorziene termijn van 14 dagen vooraf worden gedaan, kunnen worden geweigerd.

Annulering van reservering kan kosteloos tot 14 dagen voor de datum van uitlening. Bij een annulering binnen deze 14 dagen is de volledige retributie verschuldigd.

 

Artikel 7:

De retributie is verschuldigd op het ogenblik bij het ontlenen van materialen.

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement voor het uitlenen van bibliotheekwerken en -materialen en voor het gebruik van andere diensten van de openbare bibliotheek.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 16 december 2019 werd een retributiereglement goedgekeurd voor het uitlenen van bibliotheekwerken en -materialen en voor het gebruik van andere diensten van de openbare bibliotheek.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Het gemeentebestuur doet inspanningen om het bibliotheekgebruik te bevorderen. Het is evenwel billijk om een vergoeding te vragen aan personen die bibliotheekwerken en -materialen lenen of gebruik maken van andere diensten van de bibliotheek. De financiële toestand van de gemeente maakt het wenselijk een retributie te heffen voor het uitlenen van die bibliotheekwerken en -materialen en het gebruik van andere diensten van de bibliotheek. Het betreft louter een gedeeltelijke doorrekening van de kosten voor de dienstverlening exclusief personeelskosten, en dit enkel aan de effectieve gebruikers van de dienst.

 

Tevens kan er ook gebruik gemaakt worden van het kopieermachines. Het tarief om gebruik te maken van kopieën zit vervat in het retributiereglement administratieve prestaties.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Uitleningen, vergoedingen laattijdig inleveren:

Valt onder actie "Werken en Vrije Tijd" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: Openbare bibliotheken met nummer 703-00 en algemeen rekeningnummer: Bibliotheekdiensten met nummer 70081000.

In het meerjarenplan wordt er 21.548 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

Boekenverkoop:

Valt onder actie "Werken en Vrije Tijd" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: Openbare bibliotheken met nummer 703-00 en algemeen rekeningnummer: Andere verkopen en doorfacturaties met nummer 70100000.

In het meerjarenplan wordt er 5.264 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:33:42)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 onthoudingen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor het uitlenen van bibliotheekwerken en -materialen en voor het gebruik van andere diensten van de openbare bibliotheek goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op:

        Reserveren: Werken kunnen gereserveerd worden mits betaling van 0,50 EUR;

        Leenverkeer: Werken die niet voorhanden zijn in de bibliotheken van Hoogstraten, kunnen in het kader van het reglement op het leenverkeer onder bibliotheken worden aangevraagd mits betaling van 8,00 EUR;

        Vervanging lenerskaart: Bij verlies wordt een nieuwe kaart afgeleverd tegen betaling van 1,50 EUR;

        Bij laattijdig inleveren van werken: 0,50 EUR per materiaal per begonnen week (de maximale retributie voor het te laat inleveren wordt bepaald op 6,50 EUR per uitgeleend materiaal);

        Schadevergoedingen: Bij verlies of (gedeeltelijke) beschadiging , bepaalt de bibliothecaris de kosten aan de hand van de aanschafwaarde van het werk;

        Tweedehandsverkoop:

        boeken: 1,00 EUR

        CD/ DVD: 1,00 EUR

        tijdschriftenjaargang: 2,00 EUR

        games: 5,00 EUR

        gezelschapsspellen:

        Groot: 5,00 EUR

        Middelgroot: 3,00 EUR

        Klein: 1,00 EUR

 

Artikel 2:

De retributie is verschuldigd door de houder van de lenerskaart of door diegene die er burgerlijk verantwoordelijk voor is.

 

Artikel 3:

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement voor het gebruik van vrijetijdsinfrastructuur.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 22 mei 2023 werd een retributiereglement voor het gebruik van vrijetijdsinfrastructuur goedgekeurd.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet.

 

Argumentatie

 

Het stadsbestuur stelt infrastructuur ter beschikking die gebruikt kan worden. Het is noodzakelijk een vergoeding te vragen voor het gebruik van deze infrastructuur als recuperatie voor allerlei kosten waaronder die van verlichting, verwarming, onderhoud, enzovoort.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Werken en vrije tijd" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: Overige evenementen met nummer 719-00 en algemeen rekeningnummer: Huur van lokale infrastructuur met nummer 70060000.

In het meerjarenplan wordt er 65.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:36:44)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement op het gebruik van vrijetijdsinfrastructuur goed.

 

"Artikel 1. Overzicht vrijetijdsinfrastructuur

Met ingang van 01 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van de hierna genoemde vrijetijdsinfrastructuur:

 

  1. Voor sociocultureel gebruik:

        Lokalen van het gemeenschapscentrum

        Rabboenizaal Spijker, Lindendreef 37, 2320 Hoogstraten

        Grote zaal – max 600 personen

        Cafetaria – max 200 personen

        Ontmoetingsruimte bib, Lindendreef 1b, 2320 Hoogstraten – max 50 personen

        Auditorium IKO, Buizelstraat 11, 2320 Hoogstraten – max 48 personen

 

        Polyvalente zaal 4-5-6, Gemeenteplein, 2328 Meerle – max 320 personen

 

        Het Raadhuis, Gemeenteplein, 2328 Meerle

        Polyvalente zaal – max 50 personen

        Vergaderlokaal - max 12 personen

        Cafetaria – max 35 personen

        Vormingslokaal – max 15 personen

 

        Infrastructuur  gemeentelijke basisscholen

        Refter GBS TorenHoog, Gravin Elisabethlaan 21, 2320 Hoogstraten

        Refter GBS De Wijsneus, Worteldorp 13, 2323 Wortel

        Kleuterzaal GBS De Meerpaal-Kiekeboe, Terbeeksestraat 6, 2321 Meer

        Refter GBS ‘t Dreefke, Kapelweg 2, 2328 Meersel-Dreef

 

        LDC Klooster Meer, Mussenakker 13, 2321 Meer

        Kleine zaal – max 49 personen

        Grote zaal – max 99 personen

 

        Polyvalente zalen Den Dijk, Gelmelstraat 109B, 2320 Hoogstraten

        Zaal 1 – zonder keuken – max 120 personen

        Zaal 2 – met keuken – max 120 personen

 

 

  1. Voor gebruik voor sport- en beweegactiviteiten:

        Turnzalen Hoogstraatse basisscholen

        GBS TorenHoog, Gravin Elisabethlaan 21, 2320 Hoogstraten

        GBS De Wijsneus, Kerkpad 1, 2323 Wortel (toegang via Kerkpad)

        Scharrel, Witherenweg 2, 2322 Minderhout

        GBS De Meerpaal, Terbeeksestraat 6, 2321 Meer

        Meerle, Ulicotenseweg 1, 2328 Meerle

        GBS ’t Dreefke, Kapelweg 2, 2328 Meersel-Dreef

        Sporthallen Hoogstraatse secundaire scholen

        Sporthal ASO Spijker, Lindendreef 37, 2320 Hoogstraten

        Sporthal Klein Seminarie, Vrijheid 234, 2320 Hoogstraten (toegang via Katelijnestraat)

        Sporthal VITO, Gravin Elisabethlaan 30, 2320 Hoogstraten (toegang via Karel Boomstraat)

        Sporthal VTI Spijker, Gelmelstraat 62, 2320 Hoogstraten

        Sportoase polyvalente zaal (gevechtssporten), Katelijnestraat 31, 2320 Hoogstraten

        Buitensportinfrastructuur

        Kunstgrasveld vzw Spijker, Lindendreef 37, 2320 Hoogstraten (toegang via Gelmelstraat)

        Atletiekpiste, Katelijnestraat 23A, 2320 Hoogstraten

Gebruik en voorwaarden van gemeentelijke infrastructuur die niet expliciet vermeld staat in bovengenoemd overzicht is steeds te bespreken met de gebouwverantwoordelijke van die locatie.

 

Artikel 2. Definitie ‘gebruik’

Onder het gebruik van vrijetijdsinfrastructuur wordt verstaan het naakte gebruik van een accommodatie, met een niet-permanent karakter, met inbegrip van verlichting en verwarming.

 

Specificaties en modaliteiten omtrent reservatie en gebruik staan vermeld in de respectievelijke huishoudelijke reglementen van de verschillende infrastructuren.

 

Artikel 3. Gebruikerscategorieën

Het globaal reglement op de ondersteuning van het vrijetijdsleven bepaalt de categorieën van gebruikers. Per infrastructuur wordt aangegeven welke categorieën hiervan gebruik kunnen maken.

 

Artikel 4. Retributie voor vrijetijdsinfrastructuur bestemd voor socioculturele activiteiten

 

Artikel 4.1 Lokalen van het Gemeenschapscentrum

 

Voor de lokalen van het Gemeenschapcentrum en bijhorende materialen werd volgende retributie bepaald:

 

Ruimte

Categorie 0

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

EUR/Dag

EUR/Dag

 

EUR/Dag

 

EUR/Dag

 

Rabboenizaal: grote zaal

0

225

400

600

Rabboenizaal: grote
zaal repetitietarief

0

115

115

115

Rabboenizaal: cafetaria

0

100

125

150

Ontmoetingsruimte bib

0

25

30

35

Auditorium IKO

0

50

60

70

 

Opmerkingen:
- Voor de Rabboenizaal is het mogelijk om kosteloos op te bouwen en/of af te breken (als de agenda dit toelaat). De zaal wordt dan niet verwarmd. Indien wel verwarmd, geldt het repetitietarief. Kosteloos opbouwen en afbreken is beperkt tot maximum één dag voor en één dag na de activiteit.

- Indien gebruik gemaakt wordt van de Rabboenizaal is er de optie om gebruik te maken van theatertechnisch materiaal van het gemeenschapscentrum. Raadpleeg het huishoudelijk reglement voor de modaliteiten rond de standaardset en de uitgebreide set.

-Indien de Rabboenizaal (grote zaal) gehuurd wordt, is gebruik van de cafetaria inbegrepen in de huurprijs.

 

Artikel 4.2 Polyvalente zaal 4-5-6 Meerle

Voor de polyvalente zaal ‘4-5-6’ in Meerle werd volgende retributie bepaald:

 

Ruimte

Categorie 0

Categorie 1

EUR/dagdeel

EUR/dagdeel

Polyvalente zaal ‘4-5-6’

0

10

 

 

Artikel 4.3 Raadhuis Meerle

Voor het Raadhuis Meerle werd volgende retributie bepaald:

 

Ruimte

Categorie 0

Categorie 0

Categorie 1

Categorie 1

 

EUR/dagdeel

EUR/dag

EUR/dagdeel

EUR/dag

Polyvalente zaal

 

0

0

10

30

Vergaderlokaal

 

0

0

5

15

Cafetaria

 

0

0

10

30

Vormingslokaal

 

0

0

5

15

 

Opmerking: Voor het Raadhuis is het mogelijk om kosteloos op te bouwen en/of af te breken (als de agenda dit toelaat). De zaal wordt dan niet verwarmd. Kosteloos opbouwen en afbreken is beperkt tot maximum één dag voor en één dag na de activiteit.

 

 

Artikel 4.4 Refters/zalen van de gemeentelijke basisscholen

Voor de refters/zalen van de gemeentelijke basisscholen werd volgende retributie bepaald:

Ruimte

Categorie 0

Categorie 1

EUR/dagdeel

EUR/dagdeel

Refter/kleuterzaal

0

10

 

Artikel 4.5 LDC Klooster Meer

Voor LDC Klooster Meer werd volgende retributie bepaald:

 

Ruimte

Categorie 0

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

EUR/
Dagdeel

EUR/ Dag

EUR/ Dagdeel

EUR/ Dag

EUR/ Dagdeel

EUR/ Dag

EUR/ Dagdeel

EUR/ Dag

Volledige zaal

 

 

0

0

30

90

45

135

60

180

Kleine zaal

 

0

0

10

30

15

45

20

60

Grote zaal

0

0

20

60

30

90

40

120

 

Opmerking: Voor het Klooster is het mogelijk om kosteloos op te bouwen en/of af te breken (als de agenda dit toelaat). De zaal wordt dan niet verwarmd. Kosteloos opbouwen en afbreken is beperkt tot maximum één dag voor en één dag na de activiteit.

 

 

Artikel 4.6 Polyvalente zalen Den Dijk, Hoogstraten

Voor de polyvalente zalen Den Dijk werd volgende retributie bepaald:

 

Ruimte

Categorie 0

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

EUR/ Dagdeel

EUR/ Dagdeel

EUR/ Dagdeel

EUR/ Dagdeel

Polyvalente zaal 1 – zonder keuken

0

10

15

20

Polyvalente zaal 2 – met keuken

0

10

15

20

Polyvalente zaal 1 en 2 tegelijkertijd afhuren

0

20*

30

40

 

 

Jaarlijks

 

 

Berging**

NVT

175

NVT

NVT

 

Opmerkingen:
* Voor de vaste huurders van de exclusieve ruimtes van Den Dijk geldt dat zij 5,00 EUR retributie dienen te betalen bij het gemeenschappelijk afhuren van polyvalente zaal 1 en 2.

** Enkel van toepassing voor de vaste huurders van de exclusieve ruimtes van Den Dijk.

 

Artikel 5. Retributie voor vrijetijdsinfrastructuur bestemd voor sport- en beweegactiviteiten

 

Artikel 5.1 Turnzalen gemeentelijke en vrije basisscholen:

Voor turnzaal GBS TorenHoog, De Wijsneus, Scharrel, De Meerpaal-Kiekeboe, Meerle en ’t Dreefke werd volgende retributie bepaald (uurtarief):

 

Ruimte

Cat. 0

EUR

Cat. 1

EUR

Cat. 1 jeugd *

EUR

Cat. 2 + 3 **

EUR

Sportzaal, kleedkamers en douches (uurtarief)

0

7

3

14

Kleedkamers en douches (dagtarief)

0

14

NVT

28

Opmerkingen:

* Tarief categorie 1 jeugd is enkel geldig voor geregistreerde Hoogstraatse jeugd- en ouderenverenigingen en voor gebruik door jeugd (-18 jaar) van andere geregistreerde Hoogstraatse verenigingen.

** Sportverenigingen uit Sportregio Noorderkempen betalen het tarief van categorie 1 (incl. jeugd).

 

 

Artikel 5.2 Sportinfrastructuur Hoogstraatse secundaire scholen

Voor sportinfrastructuur van Hoogstraatse secundaire scholen werd volgende retributie bepaald, inclusief gebruik van kleedkamers en douches indien beschikbaar (uurtarief):

 

Ruimte

Cat. 0

EUR

Cat. 1

EUR

Cat. 1 jeugd *

EUR

Cat. 2 + 3

EUR

Sporthal ASO Spijker ½

Sporthal ASO Spijker 2/2

0

0

7

12

3

5

14

24

Sporthal Klein Seminarie 1/3

Sporthal Klein Seminarie 2/3

Sporthal Klein Seminarie 3/3

0

0

0

7

12

15

3

5

7

14

24

30

Sporthal VITO Turnzaal

Sporthal VITO 1/3

Sporthal VITO 2/3

Sporthal VITO 3/3

0

0

0

0

7

7

12

15

3

3

5

7

14

14

24

30

Sporthal VTI Spijker 1/3

Sporthal VTI Spijker 2/3

Sporthal VTI Spijker 3/3

0

0

0

7

12

15

3

5

7

14

24

30

Opmerking:

* Tarief categorie 1 jeugd is enkel geldig voor geregistreerde Hoogstraatse jeugd- en ouderenverenigingen en voor gebruik door jeugd (-18 jaar) van andere geregistreerde Hoogstraatse verenigingen.

 

 

Artikel 5.3 Polyvalente zaal Sportoase (gevechtssporten)

Voor de polyvalente zaal bij Sportoase werd volgende retributie bepaald, inclusief gebruik van kleedkamers en douches (uurtarief):

 

Ruimte

Cat. 0

EUR

Cat. 1

EUR

 

Cat. 1 jeugd *

EUR

 

Cat. 2 + 3**

EUR

Polyvalente zaal (gevechtssporten)

0

 

5

 

2

 

10

Opmerkingen:

* Tarief categorie 1 jeugd is enkel geldig voor geregistreerde Hoogstraatse jeugd- en ouderenverenigingen en voor gebruik door jeugd (-18 jaar) van andere geregistreerde Hoogstraatse verenigingen.

** Sportverenigingen uit Sportregio Noorderkempen betalen het tarief van categorie 1 (incl. jeugd).

 

Artikel 5.4 Buitensportinfrastructuur

Voor de atletiekpiste en het kunstgrasveld Spijker werd volgende retributie bepaald (uurtarief):

 

Ruimte

Cat. 0

EUR

Cat. 1

EUR

Cat. 1 jeugd * EUR

Cat. 2 + 3

EUR

Kunstgrasveld 1/2

Kunstgrasveld 2/2

0

0

7

12

3

5

14

24

Atletiekpiste

0

12

5

24**

Opmerkingen:

* Tarief categorie 1 jeugd is enkel geldig voor geregistreerde Hoogstraatse jeugd- en ouderenverenigingen en voor gebruik door jeugd (-18 jaar) van andere geregistreerde Hoogstraatse verenigingen.

** Sportverenigingen uit Sportregio Noorderkempen betalen het tarief van categorie 1 (incl. jeugd).

 

Artikel 6: voorschot en annulering

De retributie voor het gebruik van de lokalen is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van de vrijetijdsinfrastructuur van de stad.

 

Er wordt geen voorschot aangerekend voor gebruik van de infrastructuur. Het volledige saldo dient vereffend te worden na de activiteit, wanneer het stadsbestuur voor deze retributie een betalingsuitnodiging opmaakt aan de gebruiker/organisator. Vanaf het moment dat de stad een reservatie bevestigt, geldt de locatie als gereserveerd en is een retributie verschuldigd.

 

In het voorkomend geval dat een annulering zich opdringt, gelden hiervoor specifieke richtlijnen. Deze staan beschreven in de respectievelijke huishoudelijke reglementen van de locaties.

 

Artikel 7: bijkomende retributies

Indien na afloop van de activiteit de ontleende sleutel en/of toegangsbadge niet wordt ingeleverd of hier schade aan is, zal hiervoor een bijkomende retributie worden aangerekend bij de betalingsuitnodiging. Daarbij zullen volgende retributies gehanteerd worden:

        Sleutel: 50,00 EUR

        Toegangsbadge: 25,00 EUR

 

De gepresteerde uren van het stadspersoneel worden aangerekend volgens de geldende tarieven en toeslagen, indien bij verhuringen:

        Op vraag van de gebruiker/organisator de afgesproken uurroosters m.b.t. de aanwezigheid van personeel worden overschreden.

        Het opruimen/schoonmaak niet of onvoldoende is gebeurd tegen het afgesproken moment.

 

Voor het beschadigen en/of verlies van materiaal en/of van infrastructuur wordt de kostprijs of herstellingskost van het betreffende materiaal aangerekend.

 

Het college van burgemeester en schepenen kan van bovenstaande bepalingen gemotiveerd afwijken.

 

Artikel 8:Betwistingen

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement voor het gebruik van vrijetijdsinfrastructuur zaal Pax.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 22 juni 2020 werd een retributiereglement goedgekeurd voor het gebruik van vrijetijdsinfrastructuur - zaal Pax. Ook werd hierbij het huishoudelijk reglement zaal Pax goedgekeurd.

 

Het is aangewezen om het retributiereglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikel 41, 162 en 173 van de Grondwet.

 

Argumentatie

 

Het stadsbestuur stelt infrastructuur ter beschikking die gebruikt kan worden. Het is noodzakelijk een vergoeding te vragen voor het gebruik van deze infrastructuur als recuperatie voor allerlei kosten waaronder die van verlichting, verwarming, onderhoud, enzovoort.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Werken en en vrije tijd" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: Overige culturele instellingen met nummer 709-00 en algemeen rekeningnummer: Huur van lokale infrastructuur met nummer 70060000.

In het meerjarenplan wordt er 16.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:37:12)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor het gebruik van vrijetijdsinfrastructuur zaal Pax goed.

 

"Artikel 1. Overzicht vrijetijdsinfrastructuur

Met ingang van 01 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het gebruik van de hierna genoemde vrijetijdsinfrastructuur:

 

      Lokalen van zaal Pax, Dokter Versmissenstraat 3, 2320 Hoogstraten (max 250 personen in totaal)

        Grote zaal – max 150 personen

        Gelagzaal – max 100 personen

        Vergaderzaal – max 25 personen

        Groene zaal – max 25 personen

        Keuken – max 15 personen

 

Artikel 2. Definitie ‘gebruik’

Onder het gebruik van vrijetijdsinfrastructuur wordt verstaan het naakte gebruik van een accommodatie, met een niet-permanent karakter, met inbegrip van verlichting en verwarming.

 

Specificaties en modaliteiten omtrent reservatie en gebruik staan vermeld in het betreffende huishoudelijke reglement van de infrastructuur.

 

De vrijetijdsinfrastructuur kan gebruikt worden voor:

1. Socioculturele activiteiten
2. Private dagactiviteiten georganiseerd tussen 8:00u en 23:59u waarbij geen gebruik wordt gemaakt van elektronisch versterkte muziek boven 85 dB(A) LAeq,15min.

 

Artikel 3. Gebruikerscategorieën
De vrijetijdsinfrastructuur wordt ter beschikking gesteld aan volgende categorieën van gebruikers:

- Categorie 0: stadsdiensten, adviesraden en Hoogstraatse basisscholen

- Categorie 1: Hoogstraatse verenigingen en middelbare scholen

- Categorie 2: niet-Hoogstraatse verenigingen

- Categorie 3: Privaat gebruik

 

Artikel 4. Retributie Lokalen van zaal Pax

 

De verschuldigde retributie voor het gebruik van de lokalen van zaal Pax en bijhorende materialen bedraagt:

 

 

Categorie 0

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

EUR/
dagdeel

EUR/
dagdeel

EUR/
dagdeel

EUR/
dagdeel

Klein lokaal

0

7,5

15

22,5

Keuken (als kooklokaal + gas)

0

10

20

30

Gelagzaal

0

40

75

115

Grote zaal

0

50

100

150

 

 

Categorie 0

Categorie 1

Categorie 2

Categorie 3

EUR/dag

EUR/dag

EUR/dag

EUR/dag

Klein lokaal

0

22,5

45

67,5

Keuken (als kooklokaal + gas)

0

30

60

90

Gelagzaal

0

75

150

225

Grote zaal

0

100

200

300

Opmerkingen:

- Voor zaal Pax is het mogelijk om kosteloos op te bouwen en/of af te breken (als de agenda dit toelaat). De zaal wordt dan niet verwarmd. Kosteloos opbouwen en afbreken is beperkt tot maximum één dag voor en één dag na de activiteit.

- Vaste gebruikers betalen voor de grote zaal of de gelagzaal 10,6 EUR per dagdeel. Een vaste gebruiker is een geregistreerde Hoogstraatse vereniging die op regelmatige basis gebruik maakt van de grote zaal of gelagzaal met minstens 40 repetities per kalenderjaar volgens een herhalend patroon.

 

Artikel 5. voorschot en annulering

De retributie voor het gebruik van de lokalen is verschuldigd door eenieder die gebruik maakt van de vrijetijdsinfrastructuur van de stad.

 

Er wordt geen voorschot aangerekend voor gebruik van de infrastructuur. Het volledige saldo dient vereffend te worden na de activiteit, wanneer het stadsbestuur voor deze retributie een betalingsuitnodiging opmaakt aan de gebruiker/organisator. Vanaf het moment dat de stad een reservatie bevestigt, geldt de locatie als gereserveerd en is een retributie verschuldigd.

 

In het voorkomend geval dat een annulering zich opdringt, gelden hiervoor specifieke richtlijnen. Deze staan beschreven in de respectievelijke huishoudelijke reglementen van de locaties.

 

Artikel 6. bijkomende retributies

Indien na afloop van de activiteit de ontleende sleutel en/of toegangsbadge niet wordt ingeleverd of hier schade aan is, zal hiervoor een bijkomende retributie worden aangerekend bij de betalingsuitnodiging. Daarbij zullen volgende retributies gehanteerd worden:

- Sleutel: 50,00 EUR

- Toegangsbadge: 25,00 EUR

 

De gepresteerde uren van het stadspersoneel worden aangerekend volgens de geldende tarieven en toeslagen, indien bij verhuringen:

        Op vraag van de gebruiker/organisator de afgesproken uurroosters m.b.t. de aanwezigheid van personeel worden overschreden.

        Het opruimen/schoonmaak niet of onvoldoende is gebeurd tegen het afgesproken moment.

 

Voor het beschadigen en/of verlies van materiaal en/of van infrastructuur wordt de kostprijs of herstellingskost van het betreffende materiaal aangerekend.

 

Het college van burgemeester en schepenen kan van bovenstaande bepalingen gemotiveerd afwijken.

 

Artikel 7.

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen. "

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement Vakantie in Hoogstraten - speelpleinwerking.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 16 december 2019 werd een retributiereglement goedgekeurd voor deelname aan grabbelpasactiviteiten en speelpleinwerking.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

De organisatie van een speelpleinwerking tijdens de schoolvakanties vergt van het bestuur heel wat inzet van mensen en middelen. Het is noodzakelijk aan de deelnemers een bijdrage in deze kosten te vragen voor de aangeboden diensten.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Werken en Vrije Tijd" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: Jeugdsector- en verenigingsondersteuning met nummer 750-00en algemeen rekeningnummer: Andere retributies inzake onderwijs, jeugdwerking en sportactiviteiten met nummer 70072000.

In het meerjarenplan wordt er 45.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:37:42)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement Vakantie in Hoogstraten goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor deelname aan activiteiten in het kader van Vakantie in Hoogstraten.

 

Artikel 2:

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        Een vergoeding van 6,50 EUR per deelnemend kind aan de speelpleinwerking per dag.

 

Artikel 3:

Een verminderde retributie geldt voor:

        Financieel kwetsbare gezinnen, zij kunnen rekenen op steun via het UiTPAS kansentarief. Zij krijgen dan 80% korting op de activiteiten.

 

Artikel 4:

De retributie is verschuldigd door de ouders van het kind dat wenst deel te nemen aan de speelpleinwerking.

 

Artikel 5:

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het stadsbestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het retributiereglement voor het recreatiedomein De Mosten.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het retributiereglement voor recreatiedomein De Mosten werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 24 april 2023.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikel 40 §3 en 41, 14° van het Decreet over het lokaal bestuur.

 

Argumentatie

 

Stad Hoogstraten beschikt over een dagrecreatiedomein met zwemvijver, waarvoor in de periode tussen 1 mei en 15 september inkom gevraagd wordt.

 

De afgelopen jaren werd er sterk ingezet om de dienstverlening op het recreatiedomein te verbeteren met o.a. nieuwe speeltuigen, een aangepaste look and feel.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Werken en vrije tijd"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/3, beleidsitem: "Openluchtrecreatie" met nummer 711-00 en algemeen rekeningnummer: "Andere retributies gebruik openbaar domein en publ. middelen" met nummer 70062000.

In het meerjarenplan wordt er 145.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:38:09)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor het recreatiedomein De Mosten goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang vanaf 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op het betreden van het zwem- en recreatiegebied ‘De Mosten’ en het gebruik van de voorzieningen.

 

Artikel 2:

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

 

        Inkom-dagtarieven (tijdens openingsuren zwemvijver):

        0,00 EUR voor kinderen tot en met 5 jaar;

        3,00 EUR voor personen tussen 6 en 14 jaar, vanaf 65 jaar en personen met een beperking;

        4,00 EUR voor inwoners vanaf 14 jaar;

        5,00 EUR voor niet-inwoners vanaf 14 jaar;

        2,00 EUR per persoon voor groepen van min. 20 personen;

        2,00 EUR per schoolkind van een buitengemeentelijke school, in schoolverband.

 

        Abonnementen–10-beurten-kaarten (tijdens openingsuren zwemvijver):

        25,00 EUR voor personen tussen 6 en 14 jaar, vanaf 65 jaar en personen met een beperking;

        35,00 EUR voor inwoners vanaf 14 jaar;

        45,00 EUR voor niet-inwoners vanaf 14 jaar.

 

        Sportvoorziening (tijdens openingsuren zwemvijver):

        0,50 EUR voor het vullen met lucht van bootjes, luchtmatrassen, enz.;

        3,00 EUR per paar zwembandjes

 

        Vissen (waterskivijver):

        5,00 EUR voor een dagvergunning vissen;

        50,00 EUR voor een jaarvergunning vissen (1 jaar geldig vanaf datum van aankoop);

Enkel inwoners van Hoogstraten kunnen een vergunning vissen aankopen.

 

Artikel 3:

De retributie is verschuldigd op het moment van het betreden van het recreatiedomein en het gebruik van de voorzieningen.

 

Artikel 4:

Van de retributie zijn vrijgesteld:

        kinderen beneden de 6 jaar.

        toegang vanaf één uur voor sluitingstijd.

        schoolkinderen van een basisschool uit Hoogstraten, in schoolverband.

        personeelsleden van de stad Hoogstraten.

 

Een verminderde retributie (inkom-dagtarieven) geldt voor:

        Financieel kwetsbare gezinnen, zij kunnen rekenen op steun via het UiTPAS kansentarief. Zij krijgen dan 80% korting op het inkomtarief.

 

Artikel 5:

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het stadsbestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor het retributiereglement betreffende de vergoeding voor een conformiteitsonderzoek.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 27 mei 2024 werd een retributiereglement goedgekeurd betreffende de vergoeding voor conformiteitsonderzoeken.

 

Het lijkt aangewezen om voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, uitgevoerd door een erkende woningcontroleur, en de bijkomende administratieve verwerking een vergoeding vast te stellen.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen met ingang vanaf 1 januari 2026.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

        Decreten over het Vlaamse Woonbeleid, gecodificeerd op 17 juli 2020, zoals gewijzigd, hierna Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder toekomstig artikel 3.3/1.

        Het besluit van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd, hierna Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder toekomstig artikel 3.4, vierde lid.

        Het decreet van 21 april 2023 tot wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen (‘middellange termijndecreet’).

        Het besluit van 8 december 2023 tot wijziging van diverse besluiten betreffende het Woonbeleid.

 

Argumentatie

 

Door de gewijzigde regelgeving werd het vanaf 1 juni 2024 (enkel nog) mogelijk een vergoeding per conformiteitsonderzoek te vragen. Voorheen werd er een vergoeding gevraagd voor de behandeling van de aanvraag van een conformiteitsattest. In de praktijk blijkt bv. echter dat er vaak meer dan één conformiteitsonderzoek wordt uitgevoerd alvorens de woning conform kan worden verklaard. Sinds 1 juni 2024 kan aldus in dit geval een retributie per conformiteitsonderzoek worden gevraagd (i.p.v. één retributie per aanvraag voor een attest), waardoor de vergoeding meer in verhouding zal staan tot de gemaakte kosten.

 

Sinds 1 juni 2024 kan het maximale bedrag dat kan worden gevraagd, verhoogd worden naar 200 euro per conformiteitsonderzoek. Dit bedrag mag jaarlijks geïndexeerd worden en voor de eerste maal op 1 januari 2027. De vergoeding moet beperkt zijn tot de werkelijke kosten. Het betreffende conformiteitsonderzoek wordt steeds uitgevoerd door een woningcontroleur in opdracht van de gemeente.

Dergelijk onderzoek gaat steeds gepaard met een administratieve verwerking. Hierdoor blijkt de huidige vergoeding die gevraagd kan worden niet in overeenstemming te zijn met de werkelijke kosten. In de praktijk liggen de kosten van een conformiteitsonderzoek omstreeks of zelfs hoger dan 200 euro per conformiteitsonderzoek.

 

Het lokale bestuur wenst echter in te zetten op het verhogen van de woningkwaliteit en wil in dat opzicht deze werkelijke kost niet volledig doorrekenen.

 

De vergoeding wordt gevraagd per onderzochte woning en dus per opgemaakt technisch verslag, en dient betaald te worden voorafgaand aan de uitvoering van het conformiteitsonderzoek.

 

Een kamer wordt als een bepaald type woning beschouwd (art. 1.3, §1, eerste lid, 25° Vlaamse Codex Wonen van 2021). In geval van kamers is dit dus een vergoeding per kamer.

De vergoeding kan enkel worden gevraagd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op verzoek.

 

Er wordt een vergoeding gevraagd voor conformiteitsonderzoeken in volgende gevallen (deze gevallen worden altijd als een verzoek beschouwd):

        In het kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        In het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;

        In het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

In een aantal gevallen zal er geen vergoeding (kunnen) worden gevraagd:

        Voor de uitvoering van het eerste conformiteitsonderzoek in het kader van een waarschuwingsprocedure (veelal op vraag van de huurder) of een procedure tot ongeschikt- en onbewoonbaarverklaring (veelal op initiatief van de gemeente/burgemeester, de zogenaamde ambtshalve onderzoeken), cf.  artikel 3.3/1 Vlaamse Codex Wonen van 2021.

 

Het onderzoek wordt uitgevoerd door een woningcontroleur die door de burgemeester wordt aangewezen. Binnen Hoogstraten voert een woningcontroleur van IOK deze controles uit, met bijhorende administratieve verwerking.

 

Het is aangewezen om een vergoeding te vragen voor elke woonstcontrole die de woningcontroleur uitvoert.

 

Het is billijk dat de stad een retributie aanrekent aan de aanvrager als bijdrage in de kosten voor de aangeboden prestaties.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Welzijn"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/1/2, beleidsitem: "Overig woonbeleid" met nummer 629-00 en algemeen rekeningnummer: "Conformiteitsattesten" met nummer 70002000.

In het meerjarenplan wordt er 15.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op  visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:40:33)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor de vergoeding van een conformiteitsonderzoek goed. Dit reglement vervangt het huidige reglement van 27 mei 2024 en treedt in voege vanaf 1 januari 2026.

 

Artikel 1:

Met ingang vanaf 1 januari 2026 wordt in de hieronder opgesomde gevallen een retributie gevestigd voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek, op verzoek, dat verloopt volgens de procedure vermeld in artikel 3.3 van de Vlaamse Codex Wonen:

        In het kader van de procedure van het verzoek tot afgifte van een conformiteitsattest, vermeld in artikel 3.7, §1, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        In het kader van een melding van herstel van eerder vastgestelde gebreken in de loop van een procedure om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren, met toepassing van artikel 3.12 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        In het kader van een melding van herstel in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, derde lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

Artikel 2:

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        62,50 euro voor de uitvoering van het eerste conformiteitsonderzoek voor een zelfstandige woning.

        62,50 euro voor elke woonstcontrole voor een zelfstandige woning, volgend op het eerste conformiteitsonderzoek.

        62,50 euro voor de uitvoering van het eerste conformiteitsonderzoek voor een kamerwoning.

        62,50 euro voor elke woonstcontrole voor een kamerwoning, volgend op het eerste conformiteitsonderzoek.

Artikel 3:

De retributie is verschuldigd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon die als houder van het zakelijk recht of onderverhuurder een woning verhuurt of te huur of ter beschikking stelt.

Artikel 4:

Van de retributie zijn vrijgesteld:

        Voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek na een verzoek om een woning ongeschikt of onbewoonbaar te verklaren met toepassing van artikel 3.13 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek na een melding in de waarschuwingsprocedure als vermeld in artikel 3.10, eerste lid van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.

        Voor de uitvoering van een conformiteitsonderzoek op vraag van de woonmaatschappij, stedelijke diensten en OCMW diensten.

Artikel 5:

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 16 december 2019 werd een retributiereglement goedgekeurd op het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten.

 

Stad Hoogstraten heeft, verspreid over haar grondgebied, een aantal elektriciteitskasten geplaatst en is bereid deze ter beschikking te stellen aan bepaalde gebruikers. Deze terbeschikkingstelling van elektriciteitskasten ten behoeve van derden brengt voor de stad extra kosten met zich mee. Met dit reglement beoogt de gemeente dan ook de doorrekening van deze kosten, alsook de kosten van het elektriciteitsverbruik, naar de effectieve gebruikers zonder daarbij een meerwaarde of winst te willen realiseren.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Het betreft een loutere doorrekening van de kosten voor het gebruik van de elektriciteitskasten, en dit enkel aan de effectieve gebruikers. Het feit dat er voor sommige groepen van gebruikers bijkomende kosten van installatie en controle zijn, rechtvaardigt een aangepast tarief.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Elektriciteitsvoorziening met nummer 640-00 en algemeen rekeningnummer: Andere retributies gebruik openbaar domein en publ. middelen met nummer 70062000.

In het meerjarenplan wordt er 3.773 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:40:58)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor het gebruik van de gemeentelijke elektriciteitskasten goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven ten laste van diegenen die gebruik maken van een door de gemeente ter beschikking gestelde elektriciteitskast.

 

Artikel 2:

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

 

 

32A (blauwe ingang)

63A (rode ingang)

Ééndagsactiviteit

15 EUR

30 EUR

Meerdaagse activiteit (max. 4 dagen)

25 EUR

50 EUR

Extra dag

5 EUR

10 EUR

Maandelijkse markt en ambulante handel

2 EUR

4 EUR

 

Artikel 3:

Enkel de gebruiker die voor zijn installatie(s) een positief keuringsverslag mag gebruik maken van een gemeentelijke elektriciteitskast.

 

Artikel 4:

De retributie is verschuldigd door de gebruiker op het moment van de aanvraag.

 

Artikel 5:

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen.

Bij niet-betaling kan het gebruik van het openbaar domein geweigerd worden."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement voor de uitvoering van werken aan het openbaar domein uitgevoerd voor rekening van derden.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 16 december 2019 werd een retributiereglement goedgekeurd voor de uitvoering van werken aan het openbaar domein uitgevoerd voor rekening van derden.

 

Het is aangewezen om dit reglement te hernieuwen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

De stad voert een aantal werkzaamheden uit die in privaat belang van de burger zijn. De stad moet ook regelmatig schade herstellen aan gemeentelijke eigendommen, toegebracht door derden. De uitvoering hiervan bezorgt de stad een financiële kost. Door de financiële toestand van de stad is het noodzakelijk deze kosten te verhalen op de aanvrager of schadeverzoeker.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Openbaar domein" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/3, beleidsitem: Wegen met nummer 200-00 en algemeen rekeningnummer: Inname openbaar domein voor werken met nummer 70056000.

In het meerjarenplan wordt er 6.375 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:41:25)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor de uitvoering van werken aan het openbaar domein uitgevoerd voor rekening van derden goed.

 

"Artikel 1:

Met ingang vanaf 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor het uitvoeren van werken aan het openbaar domein voor rekening van derden.

 

Artikel 2:

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

        40 EUR per werkuur arbeider;

        50 EUR forfaitaire administratiekosten;

        75 EUR per werkuur kraan, bestuurder inbegrepen

        75 EUR per werkuur vrachtwagen, bestuurder inbegrepen;

        60 EUR per werkuur bestelwagen, bestuurder inbegrepen;

        300 EUR per maand container, met een minimum van 100 EUR per gebruik;

        Materialen aan kostprijs;

        Stortkosten aan kostprijs;

        72,50 EUR per m² voor aanpassen van verhardingen.

        Als bij de plaatsing van elektriciteitskasten het voetpad of het fietspad ontoegankelijk wordt gemaakt voor rolstoel- of zwakke weggebruikers dan dient de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, die de hinder veroorzaakt, deze kasten te verplaatsen op eigen kosten.
Als de stad Hoogstraten deze kasten dient te verplaatsen, dan worden de kosten doorgerekend zoals hierboven vermeld en wordt er een bijkomende retributie aangerekend van 250,00 EUR.

 

Artikel 3:

De retributie is verschuldigd door de aanvrager van de hiervoor vermelde diensten en prestaties.

Ingeval het voetpad of fietspad ontoegankelijk wordt gemaakt voor rolstoel- of zwakke weggebruikers, is de retributie verschuldigd door de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die de hinder veroorzaakt.

 

Artikel 4:

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het stadsbestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het retributiereglement voor werken aan nutsvoorzieningen elektriciteit en gas op gemeentelijk openbaar domein 2026-2027-2028.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

De stad en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.

Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en deze hebben aldus een impact op het openbaar domein.
 

De goedkeuring door de stad van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen heeft tot doel een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.

Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
 

Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.

De actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP...

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Het gemeentelijk retributiereglement voor werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein dient ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de gemeenteraad.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Ruimte" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R2/1, beleidsitem: "Elektriciteitsvoorziening" met nummer 640-00 en algemeen rekeningnummer: "Inname openbaar domein voor werken aan nutsvoorzieningen" met nummer 70057000.

In het meerjarenplan wordt er 30.127,17 EUR aan opbrengsten voorzien in 2026, 2027 en 2028 op deze sleutel.

 

 

Valt onder actie "Ruimte" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: "Gasvoorziening" met nummer 650-00 en algemeen rekeningnummer: "Inname openbaar domein voor werken aan nutsvoorzieningen" met nummer 70057000.

In het meerjarenplan wordt er 5.063,04 EUR aan opbrengsten voorzien in 2026, 2027 en 2028 op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 13/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:41:53)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor werken aan nutsvoorzieningen elektriciteit en gas op gemeentelijk openbaar domein 2026-2027-2028 goed.

 

"Artikel 1 - Algemeen

Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.

 

Permanente nutsvoorzieningen omvatten:

- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, ver-deel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof; 2/3

 

- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.

 

De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.

 

Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.

 

Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31

december 2028.

 

Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken

De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.

 

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.

 

Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.

 

Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onder-houdswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen

Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.

 

Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.

 

Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.

Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad/gemeente. 3/3

 

Artikel 4 – Inning

De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.

 

Artikel 5 – Definitief karakter

Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.

Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het retributiereglement voor vastgoedinformatie.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

In de gemeenteraad van 26 februari 2024 werd een retributiereglement voor vastgoedinformatie goedgekeurd.

 

Notarissen en vastgoedmakelaars wensen informatie over onroerende goederen van verschillende overheidsinstanties, waaronder gemeenten, centraal en gebundeld te ontvangen.

Het is immers belangrijk dat potentiële kopers met kennis van zaken een beslissing kunnen nemen over een onroerend goed.

 

Steden en gemeenten zijn op zoek gegaan naar mogelijkheden om informatie over onroerende goederen efficiënter en veiliger te delen en werkten daarom samen met het agentschap Digitaal Vlaanderen om een vastgoedinformatieplatform (VIP) te ontwikkelen.

 

Het vastgoedinformatieplatform is een elektronisch informatiesysteem voor de ontsluiting, samenvoeging en veilige gegevensdeling van vastgoedinformatie en vastgoeddossiers tussen bronhouders en aanvragers, zoals in eerste instanties notarissen en vastgoedmakelaars. Via het VIP kan de aanvrager van vastgoedinformatie via één eenvoudige weg de benodigde data opvragen. Het platform verzamelt hiervoor alle data uit de beschikbare, aangesloten bronnen (centrale registers & gemeenten).

 

Het vastgoedinformatieplatform wordt beheerd wordt door het Vlaams Datanutsbedrijf (verder “Athumi” genoemd) zoals geregeld in het Decreet van 22 december 2023 over het vastgoedinformatieplatform.

 

Het is aangewezen om dit reglement te verlengen.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikels 5.2.1, 5.2.5, 5.2.6 en 5.2.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening

        Artikel 173 van de Grondwet

        Artikel 21, eerste lid, van het Decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform

 

Argumentatie

 

Het verzamelen en ontsluiten, via het vastgoedinformatieplatform, van vastgoedinformatie en het samenvoegen van deze vastgoedinformatie in een product, op verzoek van aanvragers brengt voor de gemeente een administratieve last en bijhorende kost met zich mee.

 

De stad Hoogstraten wenst de kost voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie via producten op de aanvrager te verhalen.

 

Daarnaast wordt met een verwerkingsovereenkomst de modaliteiten van de eventuele verwerking van persoonsgegevens in het kader van het vastgoeddossier geregeld.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Ruimtelijke planning met nummer 600-00 en algemeen rekeningnummer: Vastgoedinformatie met nummer 70003000.

In het meerjarenplan wordt er 30.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:43:19)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor vastgoedinformatie dat in voege treedt, vanaf 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031, goed.

 

"Artikel 1 - Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:

 vastgoedinformatie: gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;

 lokale gegevensbron: vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;

 centrale gegevensbron: vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;

 Vastgoedinformatieplatform of VIP: elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;

 product: een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;

 externe overheid: overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

 Vlaamse instantie: een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;

 aanvrager: een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet) of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;

 algemene verordening gegevensbescherming: Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;

10° persoonsgegevens: de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

11° verwerking: een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;

12° verwerkingsverantwoordelijke: een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;

13° betrokkene: een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;

14° VIP-decreet: decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;

15° gemeentelijke bronretributie: de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;

 

Artikel 2 - Algemeen

De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager.

In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.

Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van stad Hoogstraten een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.

 

Artikel 3 – Aanvrager van vastgoedinformatie

Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.

Een oplijsting van alle organisaties die als aanvrager toegang krijgen tot het Vastgoedinformatieplatform voor aanvragen van producten wordt door Athumi ter beschikking gesteld op de website van Athumi.

De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.

Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:

        externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

        Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022.

        lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;

        gerechtelijke overheden;

        hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;

        politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.

 

Artikel 4 - Bedrag

Voor het product vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in hoofdstuk 8 van het VIP-decreet wordt het retributiebedrag vastgelegd op 75,00 EUR per kadastraal perceel.

Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet.

 

Artikel 5 - Inning

Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.

 

Artikel 6 - Verwerking van persoonsgegevens

§1. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden de stad Hoogstraten en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken.

Athumi treedt op als verwerker voor de stad Hoogstraten wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.

De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de stad Hoogstraten en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die te vinden is als Bijlage 1.

 

Artikel 7 – Ondertekening

De vastgoedinformatie in het product die de stad Hoogstraten via het vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.

 

Artikel 8

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het gemeentebestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van het retributiereglement voor de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op het recyclagepark en verkoop van producten.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

        De beslissing van de gemeenteraad van 27 september 2004 houdende participatie in het DIFTAR-project van de opdrachthoudende vereniging IOK Afvalbeheer.

        In de gemeenteraad van 16 december 2019 werd een retributiereglement goedgekeurd op thuiscomposteren.

        In de gemeenteraad van 23 november 2020 werd een retributiereglement goedgekeurd op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op het recyclagepark en verkoop van producten, dat daarna werd gewijzigd in de gemeenteraad van 18 december 2023.

        De beslissing van de gemeenteraad van 17 november 2023 houdende beheersoverdracht aan de intergemeentelijke vereniging IOK Afvalbeheer voor de activiteiten inzake afvalbeheer, zoals verwoord in artikel 4 van de statuten van IOK Afvalbeheer.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen.

        Het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

        Het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (Materialendecreet), in het bijzonder artikel 26.

        Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, en latere wijzigingen (VLAREMA), in het bijzonder art. 5.1.1 e.v.

        Het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval 2023 - 2030, goedgekeurd op 26 mei 2023 door de Vlaamse regering, en latere wijzigingen.

 

Argumentatie

 

Het is aangewezen om het huidige reglement te hernieuwen.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Afval brengen naar recyclagepark:

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R2/1, beleidsitem: Overig afval- en materialenbeheer met nummer 309-00 en algemeen rekeningnummer: Toegang recyclagepark met nummer 70033000.

In het meerjarenplan wordt er 165.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

Verkoop producten:

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan2026-2031, met actienummer: R2/1, beleidsitem: Ophalen en verwerken van huishoudelijk afval met nummer 300-00 en algemeen rekeningnummer: Zakken, klevers, recipiënten met nummer 70031000.

In het meerjarenplan wordt er 75.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:43:50)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 onthoudingen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande retributiereglement voor de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op het recyclagepark en verkoop van producten goed.

 

"Artikel 1: Belastbaar voorwerp en definities

 

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie gevestigd op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op het recyclagepark en verkoop van producten.

 

Op de afvalstoffen vermeld in dit reglement zijn de definities van het Materialendecreet, het VLAREMA, het Uitvoeringsplan Huishoudelijk Afval en Gelijkaardig Bedrijfsafval en het huishoudelijk reglement van het recyclagepark van toepassing.

 

Artikel 2: Retributieplichtigen

 

De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen, vermeld in artikelen 3, 4, 5 en 7 aanlevert op het recyclagepark, of de producten, vermeld in artikel 6, overhandigd krijgt.

 

Artikel 3: Kilogramtarieven

 

 

Tarief

grof vuil en huisvuil

0,25 EUR per kilogram

hechtgebonden asbestcement (> 200 kg per gezin per jaar)

cellenbeton, kalk, gips

0,15 EUR per kilogram

hout C

roofing

groenafval (excl. snoeihout):

        boomstronken

        bladeren en boomvruchten (excl. van oktober tot december)

        grasmaaisel

        tuinafval

0,10 EUR per kilogram

hout A & B

vlak glas

harde kunststoffen

steen- en betonpuin

0,02 EUR per kilogram

zand

hechtgebonden asbestcement (≤ 200 kg per gezin per jaar)

0,00 EUR per kilogram

snoeihout

bladeren en boomvruchten (van oktober tot december)

 

De kilogramtarieven worden jaarlijks geïndexeerd zoals bepaald in artikel 9.

 

Er wordt steeds minstens 10 kg aangerekend per weegcyclus.
 

Ongesorteerde leveringen dienen betaald te worden tegen het tarief van de duurst aangeleverde afvalsoort.

 

Artikel 4: Volumetarieven

 

 

Tarief

piepschuim (< 60 liter)

0,00 EUR

piepschuim (60-200 liter)

1,00 EUR

piepschuim (> 200 liter)

6,50 EUR

 

Artikel 5: Tarief per stuk

 

 

Tarief

Professioneel AEEA

(enkel afkomstig van het particuliere circuit)

25,00 EUR per stuk

 

Artikel 6: Producten

 

 

Tarief

Papieren zakken voor inzameling gft:

        Pakket van 80 zakken van 8 liter

6,50 EUR per pakket

papieren zakken voor inzameling gft:

        pakket van 5 zakken van 120 liter

3,75 EUR per pakket

PMD-zak: rol van 24 zakken van 60 liter

3,60 EUR per rol

PMD-zak: rol van 10 zakken van 120 liter

1,50 EUR per rol

Fijne compost: zak van 40 liter

5,00 EUR per zak

Gewone compost: zak van 40 liter

3,00 EUR per zak

Compostbak

140,00 EUR per stuk

Compostvat (incl. verluchtingstok)

65,00 EUR per stuk

Verluchtingstok

8,5 EUR per stuk

 

Artikel 7: Landbouwfolies

 

 

Tarief

Landbouwfolies (kuil- en wikkelfolies)

Volgens de op het ogenblik van de inzameling geldende tarieven vastgesteld door IOK Afvalbeheer.

 

Artikel 8: Toegangskaart

 

Personen met een tweede woning, bedrijven en/of verenigingen in de stad kunnen een toegangskaart voor het recyclagepark bekomen. Personen, bedrijf en/of verenigingen die geen vast recht betalen conform het belastingreglement gevestigd op de inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen via het DIFTAR-systeem kunnen deze toegangskaart bekomen tegen betaling van 45,00 EUR. De toegangskaart is geldig voor de periode van 1 jaar startende vanaf de aankoopdatum.

 

Voor de vervanging van een beschadigde of verloren toegangskaart voor het recyclagepark, wordt een bedrag gevraagd van 10,00 EUR. De vervangingskost is niet verschuldigd wanneer de houder van de toegangskaart het bewijs levert dat het verlies of de beschadiging niet werd veroorzaakt door zijn nalatigheid.

 

Artikel 9: Indexering

 

De kilogramtarieven worden jaarlijks op 1 januari geïndexeerd op basis van de evolutie van de consumptieprijsindex.

 

De tarieven worden vermenigvuldigd met een factor:

        met in de teller de consumptieprijsindex die van toepassing was in september van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin het tarief wordt gewijzigd, en

        met in de noemer de consumptieprijsindex die van toepassing was in september 2020.

Het zo verkregen getal wordt naar beneden afgerond op 2 cijfers na de komma.

 

De kilogramtarieven worden enkel geïndexeerd indien een even tarief na afronding op 2 cijfers na de komma bereikt wordt.

 

Artikel 10: Wijze van inning

 

Op het recyclagepark wordt de retributie vereffend door betaling volgens de procedure vastgesteld in het huishoudelijk reglement van het recyclagepark.

 

Voor de verkoop van producten elders dan op het recyclagepark wordt de retributie vereffend volgens de betalingsprocedure die van toepassing is op het verkooppunt.

 

Een betalingsbewijs wordt afgeleverd.

 

Artikel 11: Openbaar onderzoek

 

Indien geen bezwaren worden ingediend gedurende het openbaar onderzoek, wordt dit reglement als definitief aanzien en overgemaakt aan de hogere overheid.

 

Artikel 12: Kennisgeving

 

Een afschrift van dit reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt aan IOK Afvalbeheer en OVAM."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van een retributiereglement voor het verwijderen en verwerken van sluikstorten.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het stadsbestuur vaardigt een retributie uit om de financiële kosten voor het verwijderen en verwerken van sluikstorten te kunnen verhalen op de sluikstorter.

 

Juridische grond

 

        Artikel 16.6.3 §2  en artikel 16.1.2., 2° van het Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM).

        Artikel 12 van het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet).

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Wanneer de stad wordt geconfronteerd met sluikstorten, moet zij middelen aanwenden om die sluikstorten zo vlug mogelijk op te ruimen. Dit past immers in een algemeen streven naar een nette en leefbare stad.

Het verwijderen en verwerken van de achtergelaten afvalstoffen vergt extra inspanningen van de stadsdiensten en/of het inzetten van een externe firma en gaat gepaard met extra kosten voor de stad, die de stad vanuit het principe “de vervuiler betaalt” wil verhalen op de veroorzaker van deze kosten.

 

Aangezien de teruggevonden sluikstorten variëren van aard en van grootte zullen de verschuldigde tarieven worden gedifferentieerd op basis van:

        De aard en de hoeveelheid van de achtergelaten afvalstoffen.

        De middelen die nodig zijn om deze afvalstoffen te verwijderen en te verwerken.

 

De kosten worden berekend en verhaald op de sluikstorter, tegen een kostendekkend tarief.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Omgeving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: Overig afval- en materialenbeheer met nummer 309-00 en algemeen rekeningnummer: Opruiming sluikstorten met nummer 70036000.

In het meerjarenplan wordt er 3.300 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:45:38)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het retributiereglement voor het verwijderen en verwerken van sluikstorten goed.

 

"Artikel 1: Bepaling inwerkingtreding en aard van de prestatie

Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven voor het weghalen en verwijderen van sluikstorten.

 

Artikel 2: Definities

Onder sluikstorten wordt verstaan: het achterlaten van afvalstoffen op niet reglementaire wijze.

 

Artikel 3: Heffingsplichtige

De retributie is verschuldigd door iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die afvalstoffen achterlaat. In voorkomend geval is de retributie verschuldigd door de burgerlijk verantwoordelijke van de natuurlijke persoon.

De persoon die de opdracht of de toelating gaf of de eigenaar van de afvalstoffen is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie.

 

Artikel 4: Tarief en berekeningswijze

De retributie dekt de kosten voor het verwijderen en verwerken van de afvalstoffen. De stad kan de sluikstorten door eigen personeel laten opruimen of door derden.

De retributie wordt als volgt vastgesteld

             40 EUR per begonnen werkuur arbeider;

             75 EUR per begonnen werkuur kraan, bestuurder inbegrepen;

             75 EUR per begonnen werkuur vrachtwagen, bestuurder inbegrepen;

             60 EUR per begonnen werkuur bestelwagen, bestuurder inbegrepen;

             De stockagekost indien er gestockeerd moet worden, aan de werkelijke kostprijs per dag.

             De verwerkingskosten van de afvalstoffen.

             In geval van verwijdering en/of verwerking door een externe firma op verzoek van de stad: aanrekening aan de werkelijke kostprijs volgens de factuur van de externe firma.

 

Artikel 5: Betaling en invordering

De retributie moet voldaan worden binnen de 30 dagen na de toezending van het verzoek tot betaling.

Artikel 177 van het Decreet lokaal bestuur voorziet in de mogelijkheid om een dwangbevel uit te vaardigen met het oog op de invordering van onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen.

Bij betwisting kan het stadsbestuur zich tot de burgerlijke rechtbank wenden om de retributie in te vorderen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Vaststellen van de gemeentelijke aanvullende belasting op de personenbelasting (APB) - aanslagjaar 2026.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanduiding

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Administratie" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/3/1, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Aanvullende belasting op de personenbelasting" met nummer 73010000.

In het meerjarenplan wordt er 6.838.764,79 EUR aan opbrengsten voorzien in 2026 op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 30/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:47:38)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad stelt de onderstaande gemeentelijke aanvullende belasting op de personenbelasting vast.

 

"Artikel 1: Belastbare grondslag en belastbare periode:

Voor het aanslagjaar 2026 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.

 

Artikel 2: Berekeningsgrondslag en tarief of aanslagvoet:

De belasting wordt vastgesteld op 5,7 % van het overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.

 

Artikel 3: Wijze van inning:

De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen."

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing - aanslagjaar 2026.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Raming van de onroerende voorheffing voor 2026:  14.851.204,39 EUR.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 41, 162 en 170, §4, van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994.

        Artikel 464/1, 1°, van het Wetboek Inkomstenbelastingen van 10 april 1992.

        Artikel 2.1.4.0.2. en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

 

Argumentatie

 

Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Administratie" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R3/1, beleidsitem: Fiscale aangelegenheden met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: Opcentiemen op de onroerende voorheffing met nummer 73000000.

Budget nodig volgens laatste raming:  14.851.204,39 EUR.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 01:56:10)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing goed.

 

"Artikel 1: Belastbare grondslag en belastbare periode:

Voor het aanslagjaar 2026 worden 950 gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven.

 

Artikel 2: Wijze van inning:

De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst."

 

 

INFOBLOK

 

De voorzitter deelde aan het begin van de gemeenteraad mee dat agendapunten 55 en 56 eerst zouden worden behandeld, vóór agendapunten 53 en 54.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van de gemeentelijke dotaties 2026 aan HVZ Taxandria.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

De zoneraad van HVZ Taxandria heeft de begroting 2026 goedgekeurd op 22 oktober 2025.

 

De dotaties van de gemeenten van de zone worden jaarlijks vastgelegd door de raad op basis van een akkoord, bereikt tussen de verschillende betrokken gemeenteraden.

 

Conform de omzendbrief betreffende de onderrichtingen voor de opmaak van de begroting van de hulpverleningszones voor 2026 is het na de stemming over de begroting vereist dat de gemeenteraad van elke gemeente van de zone kennisneemt van de nieuwe verdeelsleutel en de gemeentelijke dotatie die aan de zone wordt toegekend.  

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikel 68 §1 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid en latere wijzigingen.

        Artikel 89 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid en latere wijzigingen.

        De zoneraad van HVZ Taxandria heeft de begroting 2026 goedgekeurd op 22 oktober 2025.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Veiligheid, hulpverlening en handhaving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/4/1, beleidsitem: Brandweer met nummer 410-00 en algemeen rekeningnummer: Alg. werkingssub. overheidsinst. ESC 470 - HVZ met nummer 64940470.

Voorziene budget 2026 in het meerjarenplan: 1.384.220,00  EUR.

Reeds gebruikt budget: 0,00 EUR

Beschikbaar budget op vandaag:  1.384.220,00 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: 1.384.220,00 EUR.

 

 

Valt onder actie "Veiligheid, hulpverlening en handhaving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/4/1, beleidsitem: Brandweer met nummer 410-00 en algemeen rekeningnummer: Toegestane investeringssubsidies ESC 470 - HVZ met nummer 66400470.

Voorziene budget 2026 in het meerjarenplan: 269.896,00 EUR.

Reeds gebruikt budget: 0,00 EUR

Beschikbaar budget op vandaag: 269.896,00 EUR.

Budget nodig voor dit besluit: 269.896,00 EUR.

 

 

De financieel directeur heeft op visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 02:00:50)

 

BESLUIT

 

Bij 24 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 2 onthoudingen (Fons Jacobs en Lydia Bottenburg)

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de nieuwe verdeelsleutel en de gemeentelijke dotaties in 2026 aan Hulpverleningszone Taxandria goed.

        werkingsdotatie: 1.384.220,00 EUR;

        investeringsdotatie: 269.896,00 EUR.

Artikel 2:

Na akkoord van de gemeenteraad zal dit besluit ter kennisgeving bezorgd worden aan HVZ Taxandria.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuren van de gemeentelijke dotaties 2026 aan de politiezone Noorderkempen.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Het budget 2026 voor de politiezone Noorderkempen werd voorgelegd op de politieraad van 13 oktober 2025.

De gemeente financiert zowel de reguliere werking als de investeringen van de politiezone. Dat betekent dat de gemeentelijke dotatie in principe opgesplitst moet worden in een werkingssubsidie (subsidie als tussenkomst in de werking van de zone) en een investeringssubsidie (subsidie om vaste activa te verwerven of te behouden).

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikel 71 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder actie "Veiligheid, hulpverlening en handhaving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/4/1, beleidsitem: Politiediensten met nummer 400-00 en algemeen rekeningnummer: Alg. werkingssub. overheidsinst. ESC 460 - politie met nummer 64940460

Voorziene budget 2026 in het meerjarenplan: 2.704.972,49 EUR.

Reeds gebruikt budget: 0 EUR

Beschikbaar budget op vandaag: 2.704.972,49 EUR

Budget nodig voor dit besluit: 2.704.972,49 EUR.

 

Valt onder actie "Veiligheid, hulpverlening en handhaving" van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/4/1, beleidsitem: Politiediensten met nummer 400-00 en algemeen rekeningnummer: Toegestane investeringssubsidies ESC 460 - Politie met nummer 66400460

Voorziene budget 2026 in het meerjarenplan: 105.220,91 EUR.

Reeds gebruikt budget: 0 EUR

Beschikbaar budget op vandaag: 105.220,91 EUR

Budget nodig voor dit besluit: 105.220,91 EUR.

 

De financieel directeur heeft op visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 02:02:55)

 

BESLUIT

 

Bij 26 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Lydia Bottenburg, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de onderstaande gemeentelijke dotaties in 2026 aan de politiezone Noorderkempen goed:

        Werkingsdotatie: 2.704.972,49 EUR

        Investeringsdotatie: 105.220,91 EUR.

 

 

INFOBLOK

 

De voorzitter schorst de gemeenteraad, om eerst de raad voor maatschappelijk welzijn te behandelen.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/2025-2 (journaalnummer 10290103) boekjaar 2025 herziening 2.

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Een ontwerp van wijziging van de kredieten volgens noodzaak wordt opgemaakt.

De gemeenteraad wordt gevraagd over te gaan tot het goedkeuren van de aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025/2025-2 (zie bijlage).

 

Naast de verplichte schema's vindt u ook een detail van de wijzigingen.

 

De aanpassing meerjarenplan (budgetwijziging) 2025/2 werd goedgekeurd op het college van 17/11/2025, en besproken in de commissie financiën op 11/12/2025.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de BBC.

        Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de BBC.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder diverse acties van het meerjarenplan 2020-2025 en heeft financiële impact.

Zie officiële BBC-schema's hiervoor in bijlage.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:00:09)

 

BESLUIT

 

Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 onthoudingen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Artikel 1:

De gemeenteraad gaat akkoord met de bijgevoegde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 nr. 2025/2 (journaalnummer 10290103) zoals vastgesteld door het vast bureau en goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft het OCMW.

Artikel 2:

De gemeenteraad gaat akkoord met de bijgevoegde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 nr. 2025/2 (journaalnummer 10290103) voor wat betreft het gedeelte van de stad.

Artikel 3:

De gemeenteraad gaat akkoord met de bijgevoegde aanpassing van het meerjarenplan 2020-2025 nr. 2025/2 (journaalnummer 10290103) voor wat betreft de consolidatie van stad en OCMW.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links Aanpassing_MJP_2020-2025_2025_herziening_2.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Openbare zitting van GR van donderdag 18 december 2025.

 

Goedkeuring voor het meerjarenplan 2026-2031 (journaalnummer 10481283).

 

MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Een ontwerp voor het meerjarenplan 2026-2031 werd opgemaakt.

 

Qua vorm hebben we de officiële rapportering in één document gegoten met daarin

de link naar de omgevingsanalyse.

 

Het meerjarenplan 2026-2031 werd besproken op de commissie van financiën op 11 december 2025.

 

Het meerjarenplan 2026-2031 voor het gedeelte OCMW wordt voorgelegd aan de raad voor

maatschappelijke welzijn en de gemeenteraad van 18 december 2025.

 

Het meerjarenplan 2026-2031 voor het gedeelte Stad wordt voorgelegd aan de gemeenteraad van 18 december 2025.

 

Het geconsolideerde meerjarenplan 2026-2031 wordt voorgelegd aan de gemeenteraad van 18 december 2025.

 

Juridische grond

 

        Artikel 40 en 41 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 over de BBC.

        Ministerieel Besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de BBC.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt onder diverse acties van het meerjarenplan 2026-2031 en heeft financiële impact.

Zie officiële BBC-schema's hiervoor in bijlage.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:01:02)

 

BESLUIT

 

Bij 21 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens en Natasja Snels) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg) en 2 onthoudingen (Jef Bluekens en Corina Furdui)

Artikel 1:

De gemeenteraad gaat akkoord met het bijgevoegde meerjarenplan 2026-2031 (journaalnummer 10481283) zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn voor wat betreft het gedeelte van het OCMW.

Artikel 2:

De gemeenteraad gaat akkoord met het bijgevoegde meerjarenplan 2026-2031 (journaalnummer 10481283) voor wat betreft het gedeelte van de stad.

Artikel 3:

De gemeenteraad gaat akkoord met het bijgevoegde meerjarenplan 2026-2031 (journaalnummer 10481283) voor wat betreft de consolidatie van stad en OCMW.

 

Publicatiedatum: 27/01/2026
Punt bijlagen/links 20251201_Bundel_MJP_2026-2031.pdf Download
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.