MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 19 december 2022 keurde de gemeenteraad het belastingreglement op het creëren van bijkomende wooneenheden in de vorm van groepswoningbouw of meergezinswoningen goed voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025.

Het reglement wordt hernieuwd voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

 

Deze periode stemt overeen met de verdere duurtijd van de huidige legislatuur met één extra jaar (2031) om de continuïteit te verzekeren.

 

De bebouwde ruimte groeit sterk aan in Hoogstraten. Een groot aandeel van deze groei wordt ingevuld door de ontwikkeling van ruimte voor wonen.

 

De blijvende bevolkingstoename en verdere ruimtelijke verdichting leiden eveneens tot bijkomende kosten en investeringen voor het stadsbestuur. Deze omvatten onder meer:

          inspanningen om de bereikbaarheid, volume en kwaliteit van de groene en openbare ruimtes te verhogen;

          kosten voor afvalverwerking;

          inspanningen om kwaliteitsvolle kinderopvang en onderwijsvoorzieningen te behouden en uit te bouwen;

          inspanningen om te voorzien in voldoende, geschikte en gespreide vrijetijdsinfrastructuur en het ondersteunen van verenigingen;

          het organiseren en regisseren van een volwaardig zorgbeleid voor iedereen;

          inspanningen om de verkeersleefbaarheid te verhogen.

 

De financiële toestand van de gemeente vereist de heffing van verschillende belastingen. Daarbij streeft het stadsbestuur naar een rechtmatige verdeling van de belastingdruk.

 

De creatie van bijkomende woongelegenheden is een motief dat redelijkerwijze kan verantwoorden dat een specifieke bijdrageplicht ten laste van de aanvragers ervan wordt ingevoerd.

 

Deze belasting geldt als een bijdrage in de bijkomende algemene openbare uitgaven als gevolg van de bijkomende woongelegenheden.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 41, 162 en 170, §4 van de Grondwet.

        Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, en meer specifiek de artikelen 2, 40, 41, 252, 286 t.e.m. 287 en 326 t.e.m. 335.

        Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en latere wijzigingen.

        Omzendbrief KB ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit.

        Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.

 

Argumentatie

 

Hoogstraten heeft een grote aantrekkingskracht, wat zich vertaalt in een gestadige aangroei van de bevolking. Door de blijvende bevolkingstoename en stijgende verstedelijkingsdruk, wordt een bijkomende nood ervaren aan kwaliteitsvolle publieke ruimte en gemeenschapsvoorzieningen. Bovendien wil Hoogstraten een overaanbod vermijden van steeds dezelfde vormen van verdichting in de gemeente, die voornamelijk gerealiseerd wordt in de vorm van groepswoningbouw of meergezinswoningen en appartementen. Uit hoe meer wooneenheden dergelijke projecten bestaan, hoe meer de ruimtelijke realiteit afwijkt van het karakter en de gewenste schaalgrootte van de bestaande leefomgeving van Hoogstraten.

Daarnaast worstelt Hoogstraten met een mobiliteitsprobleem. Projecten van groepswoningen en appartementen verhogen onmiddellijk de druk op de lokale mobiliteit en leefbaarheid. Tevens is het zo dat voor de realisatie van projecten van een grotere omvang met meerdere wooneenheden tegelijk vaak waardevolle gebouwen, landschappelijke elementen of open ruimte verdwijnen, waardoor de verhardingsgraad toeneemt.

Om deze ongewenste evoluties tegen te gaan, wenst het stadsbestuur genoemde projecten niet te verbieden, maar wel te ontraden door de hogere maatschappelijke kost en druk die ze meebrengen voor de stad te vertalen in een belasting per wooneenheid dat in de vorm van groepswoningbouw, appartementen of meergezinswoning wordt gerealiseerd.

 

De bedragen zijn redelijk en, gelet op de financiële behoeften van de stad, zeker verantwoord. Het betreft een loutere doorrekening van de kosten, exclusief personeelskosten, en dit enkel aan de effectieve vergunninghouders.

 

Om deze evoluties op te vangen, wenst het stadsbestuur de hogere maatschappelijke kost en druk van deze projecten voor de stad te vertalen in een belasting per wooneenheid die in de vorm van groepswoningbouw, appartementen en meergezinswoningen wordt gerealiseerd.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Dient voorzien te worden onder actie "Omgeving"  van het meerjarenplan 2026-2031, met actienummer: R/2/1, beleidsitem: "Fiscale aangelegenheden" met nummer 020-00 en algemeen rekeningnummer: "Andere belastingen op patrimonium" met nummer 73790000.

In het meerjarenplan wordt er 300.000 EUR aan opbrengsten voorzien in elk jaar op deze sleutel.

 

De financieel directeur heeft op 21/10/2025 visum verleend.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden (vanaf 00:56:32)

 

BESLUIT

 

Stemming amendement
Bij 3 ja stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg) en 21 neen stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens en Natasja Snels) en 2 onthoudingen (Jef Bluekens en Corina Furdui)

Stemming besluit
Bij 23 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Jos Matthé, Danny Adams, Joël Adams, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Caroline Martens, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui) en 3 neen stemmen (Fons Jacobs, Maarten Leemans en Lydia Bottenburg)

Overeenkomstig art. 16 § 1 van het gemeentelijke huishoudelijk reglement wenst de fractie anders bijgevoegd amendement toe te voegen ter wijziging van het voorstel zoals het nu voorligt.

 

Huidige tekst

Art. 4

De belasting wordt berekend op basis van de omgevingsvergunning en bedraagt 2.500

EUR, op het totaal aantal woon- of verblijfsgelegenheden die extra gerealiseerd (kunnen)

worden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand.

 

Voorgestelde verandering

Art. 4

De belasting bedraagt € 2500 per effectief gerealiseerde bijkomende wooneenheid ten

opzichte van de laatst vergunde of vergund geachte toestand.

Als bijkomende wooneenheid wordt beschouwd: elke woonentiteit die leidt tot een netto

toename van het aantal woonentiteiten binnen hetzelfde gebouw, ongeacht of deze toename

wordt gerealiseerd in één of meerdere opeenvolgende vergunningen.

De belasting is niet verschuldigd voor zorgwonen, kangoeroewonen en intergenerationeel

wonen, evenals voor het herstellen van een eerder vergunde of vergund geachte toestand

binnen het bestaande vergunde bouwvolume. Het herstellen van een dergelijke toestand

wordt niet beschouwd als een netto toename van het aantal woonentiteiten in de zin van dit

reglement.

Voor deze vrijstellingen geldt dat:

● het bouwvolume niet wordt uitgebreid

● de bestaande footprint en verhardingsgraad behouden blijven

● het aantal bouwlagen ongewijzigd blijft

● geen bijkomende toegang of ontsluiting naar het openbaar domein wordt

gerealiseerd.

 

Dit amendement werd verworpen.

Bij 21 NEE-stemmen, 3 JA-stemmen, 2 onthoudingen.

 

Besluit

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt het onderstaande belastingreglement op het creëren van bijkomende wooneenheden in de vorm van groepswoningbouw of meergezinswoningen goed.

 

"Artikel 1:

Voor een termijn ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven naar aanleiding van het afleveren van een omgevingsvergunning voor:

 

          het bouwen van een groepswoningbouwproject;

          het bouwen van meergezinswoningen;

          het verbouwen of herbouwen van een bestaand gebouw waarbij meer woongelegenheden worden gecreëerd dan in het oorspronkelijk vergund of vergund geachte gebouw.

 

op het totaal aantal woon- of verblijfsgelegenheden die extra gerealiseerd (kunnen) worden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand

 

Artikel 2:

Voor de toepassing van dit reglement moet worden verstaan onder:

          Meergezinswoning: een gebouw waarin meer dan één woning wordt onder gebracht. Een gebouw met één hoofdwooneenheid en één ondergeschikte wooneenheid in het kader van het zorgwonen, wordt niet gezien als een meergezinswoning.

          Groepswoningbouwproject: Het gelijktijdig oprichten van meerdere gebouwen bestemd voor bewoning die één samenhangend geheel vormen door ruimtelijke of vormelijke eenheid en samenhang. Deze woningen kunnen niet apart worden vergund voor de realisatie van individuele projecten.

 

Artikel 3:

De belasting is verschuldigd door de titularis van de omgevingsvergunning.

De titularis van de omgevingsvergunning blijft steeds het volledige bedrag van de belasting verschuldigd, dit zelfs bij eventuele gehele of gedeeltelijke verkoop.

 

Artikel 4:

De belasting wordt berekend op basis van de omgevingsvergunning en bedraagt 2.500 EUR, op het totaal aantal woon- of verblijfsgelegenheden die extra gerealiseerd (kunnen) worden ten opzichte van de laatste vergunde of vergund geachte toestand.

 

Artikel 5:

De belasting is verschuldigd zodra de beslissing waarbij de omgevingsvergunning werd verleend definitief is, zijnde een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld (cfr. art. 2,4° omgevingsvergunningsdecreet). De belasting is verschuldigd voor de totaliteit van het projectgebied en kan niet opgedeeld of uitgesteld worden door fasering van het project.

 

Artikel 6:

Vrijstelling van deze belasting wordt verleend voor het herbouwen van meergezinswoningen of groepswoningbouwproject die door brand of een natuurramp werden vernield., voor zover de natuurramp als dusdanig werd erkend door de overheid. De vrijstelling geldt enkel voor de herbouw voor zover deze geen verhoging meebrengt van het aantal wooneenheden in het gebouw.

Zijn eveneens van de belasting vrijgesteld: de omgevingsvergunningen voor het bouwen, herbouwen en uitbreiden van meergezinswoningen of groepswoningbouwproject door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de door haar erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, evenals door het Vlaams Woningfonds, de sociale verhuurkantoren en het OCMW.

 

Artikel 7:

De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.

 

Artikel 8:

De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan overeenkomstig de bepalingen van artikel 9 van het Decreet van 30 mei 2008 bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen."

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.