MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op 1 september 2026 treedt het nieuwe strafwetboek van 8 april 2024 in werking. Het betreft een doorgedreven wijziging die zich op vele wetgevende domeinen laat voelen. Aangezien in de GAS-wet verwezen wordt naar verschillende bepalingen uit het strafwetboek, werd deze GAS-wet ondertussen ook gewijzigd en zullen deze wijzigingen tevens op 1 september 2026 in werking treden.

 

het Uniform Gemeentelijk Politiereglement van de stad Hoogstraten (UGP) is gebaseerd op voormelde wetgeving. Om straffeloosheid te vermijden, dient het UGP aangepast te worden.

 

Tevens werden het protocolakkoord GAS 2-3 en het protocolakkoord GAS 4 herbekeken (ontwerpen in bijlage). Het protocolakkoord GAS 2-3 bevat bepalingen over de gemengde overlastinbreuken (welke zowel strafrechtelijk als middels een gemeentelijke administratieve sanctie kunnen gesanctioneerd worden). Het protocolakkoord GAS 4 gaat onder meer over de inbreuken stilstaan en parkeren. Beide protocolakkoorden bevatten bepalingen over informatie-uitwisseling tussen parket, politiezone en de stad, alsook omtrent de wijze van behandeling en rapportering van gemengde inbreuken. Deze protocolakkoorden zorgen zodoende voor een efficiënte en snelle behandeling m.b.t. deze inbreuken.

 

Naast deze aanpassingen n.a.v. het nieuwe strafwetboek en de GAS-wet, zijn er sinds de laatste aanpassing van het UGP op 23 augustus 2021 ook andere diverse aanpassingen aan de orde.

 

Juridische grond

 

        Artikelen 40 en 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Artikelen 119, 119bis en 135 Nieuwe Gemeentewet.

        Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013 (GAS-wet) en haar uitvoeringsbesluiten.

 

Argumentatie

 

In bijlage wordt het ontwerp van het gewijzigd UGP gevoegd, met daarin aangeduid de wijzigingen t.a.v. de versie dd. 23 augustus 2021.

 

M.b.t. de wijziging van de bepaling inzake vuurwerk - welke bepaling ook sanctioneerbaar is ingeval deze gepleegd wordt door minderjarigen - werd advies gevraagd aan de jeugdraad. Positief advies werd bekomen (bijlage). Aangezien de overige wijzigingen ofwel inbreuken betreffen die enkel sanctioneerbaar zijn ingeval gepleegd door meerderjarigen, ofwel tekstuele of technische wijzigingen betreffen op basis van gewijzigde wetgeving, is het advies van de jeugdraad niet vereist.

 

Overzicht van de wijzigingen:

 

                    Globaal reglement: Verhogen maximaal boetebedrag voor meerderjaringen van 350 EUR naar 500 EUR: ingevolge de wijziging van art. 4, §1, 1° van de GAS-wet. Geen verhoging voor minderjarigen: blijft op maximum 175 EUR, waarbij steeds een GASbemiddeling verplicht is.

                    Algemene bepalingen, Art. 6 GASbemiddeling: ingevolge wijzigingen op dit punt in de GAS-wet (bv. aanpassing termen “lokale bemiddeling” naar “GASbemiddeling”).

                    Algemene bepalingen, Art. 9 Ouderlijke betrokkenheid: De procedure van de ouderlijke betrokkenheid zoals bedoeld in art. 17 GAS-wet wordt ingevoerd. Deze procedure betreft geen administratieve sanctie of een bemiddeling. Het is enkel een mogelijkheid voor de gemeenten om de sanctionerende ambtenaar toe te laten om de ouders te betrekken en te horen alvorens te beslissen tot het eventueel opstarten van de verplichte bemiddelingsprocedure.

                    Afdeling I, Hoofdstukken I, II en VII: Aanpassing aan nieuw strafwetboek van 8 april 2024, dat in werking treedt op 1 september 2026.

                    Afdeling I, Hoofdstuk III Vuurwerk, wensballonnen, springstoffen: Het maatschappelijk draagvlak voor het gebruik en opslag van vuurwerk wordt alsmaar kleiner. Meerdere gemeenten houden ook al preventieve acties tegen het afschieten van vuurwerk. Vergunningen voor het gebruik en opslag van vuurwerk worden slechts zeer uitzonderlijk afgeleverd. Afsteken van vuurwerk e.d. in het algemeen brengt gevaar met zich mee voor personen (brandwonden, oogletsels, gehoorschade, …), dieren (angst, losbreken, …) , alsook voor de omgeving (brandgevaar, beschadigingen, …). Bijkomend zijn er op het grondgebied van de stad reeds verschillende incidenten geweest, waarbij vuurwerk voor gevaarlijke situaties heeft gezorgd zodanig dat de openbare veiligheid en gezondheid in het gedrang werden gebracht en overlast werd veroorzaakt (bv. horizontaal afsteken in menigte, richten van vuurwerk op personen, auto’s, straatmeubilair, woningen, enz.). De jeugdraad verleende positief advies (bijlage). Aanpassing art. 1.3.1., invoegen alinea 2: naast het afsteken op zich (alinea 1), is nu ook het zichtbaar bezit, het tonen, uitstallen en elke voorbereidende handeling met het oog op ontsteking, ontploffing, het afsteken, het oplaten of het gebruik van vuurwerk e.d., verboden. Op deze manier wordt de politie in staat gesteld proactief in te grijpen. Aanpassing voetnoot bij art. 1.3.1., §1: schrappen verwijzing naar Decreet van 26 april 2019 houdende een reglementering op het gebruik van vuurwerk, voetzoekers, carbuurkanonnen en wensballonnen, wegens vernietigd door Grondwettelijk Hof- arrest nr. 165/2020. Aanpassing artikel 1.3.3.: De oude regeling waarbij het inbeslaggenomen vuurwerk werd teruggeven aan de eigenaar is maatschappelijk gezien steeds minder aanvaardbaar gelet op het gevaar voor de openbare veiligheid en gezondheid (brandgevaar, overlast, lichamelijke schade). Vandaar dat ervoor wordt geopteerd om het inbeslaggenomen vuurwerk te laten vernietigen.

                    Aanpassen art. 1.7.9. i.v.m. bedelen: ingevolge arrest van het EHRM van 19 januari 2021, nr. 14065/15 (algemeen verbod op bedelen is onwettig). Formulering artikel en voetnoot overgenomen uit UGP Turnhout.

                    Schrappen art. 1.7.16  i.v.m. lachgas: Ingevolge het Koninklijk besluit van 11 maart 2024 betreffende het oneigenlijk gebruik van distikstofmonoxide (B.S. 29 maart 2024) wordt deze inbreuk gesanctioneerd door hogere wetgeving en kan de stad ter zake geen gemeentelijke administratieve sancties meer opleggen.

                    Aanvullen artn. 1.8.1. en 1.8.2. Plaatsverbod: Ingevolge wijziging art. 134sexies nieuwe gemeentewet.

                    Aanvullen art. 1.11.8: in lijn brengen met opsomming artn. 1.12.25 (horecazaken) en 1.13.28 (andere vergunnings- en meldingsplichtige inrichtingen).

                    Afdeling I, Hoofdstuk XIII Andere vergunnings- en meldingsplichtige inrichtingen: Schrappen van ‘wedkantoren’ en ‘spe(e)lautomatenhallen’: aanpassing n.a.v. art. 43/4 Kansspelwet van 7 mei 1999: advies ARIEC (federale Arrondissementele Informatie en Expertisecentra-bestuurlijke handhaving) dd. 30.03.2023 (bijlage): “Tenslotte (en belangrijk), wil ik graag meegeven dat de wedkantoren niet (meer) mogen opgenomen worden in het uitbatingsreglement aangezien de wet nu oplegt aan de gemeente om een convenant af te sluiten met een wedkantoor [art. 43/4, §1, vierde lid wet 7 mei 1999]. Deze convenant werd door de KSC (Kanspelcommissie) als onverenigbaar beschouwd met een uitbatingsvergunning. In onze nieuwsbrieven hebben we deze evolutie vorig jaar meegegeven. Op onze website kan u ook meer info hieromtrent vinden. Ook speelhallen kunnen niet onderworpen worden aan een uitbatingsvergunning”. Cfr. ook R.v.St. nr. 255.063 van 21 november 2022.

                    Afdeling I, Hoofdstuk XIII Andere vergunningsplichtige- en meldingsplichtige inrichtingen: Aanpassing ingevolge wijziging artikel 3, 2° GAS-wet juncto art. 18 van de wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening voor wat betreft de voorafgaande vergunning die kan worden opgelegd bij gemeentelijk reglement. De vereiste van voorafgaande vergunning betreft een gemengde inbreuk, sanctioneerbaar met gemeentelijke administratieve sancties-cfr. opgenomen in protocol GAS 2-3-in bijlage). Conform art. 18, §4 van voormelde wet zijn krantenwinkels en videowinkels (cfr. definitie art. 16, §2, eerste lid, a) en b) van voormelde wet) vrijgesteld van deze vergunningsplicht “wanneer de toegang van de consument tot de vestigingseenheid en de verkoop van producten aan consumenten enkel na 5 uur en vóór 21 uur plaatsvinden”, zodat de 'standaard' krantenwinkels geen vergunningsplicht hebben. Op die manier wordt het mogelijk om de problematiek van “schijn-krantenwinkels/videowinkels” aan te pakken. Dit zijn inrichtingen die zich voordoen als krantenwinkel/videowinkel (maar in feite vooral andere producten verkopen) om te kunnen profiteren van de in voormelde wet voorziene  vrijstellingen voor krantenwinkels/videowinkels o.a. qua openingsuren en zo veel langer open kunnen zijn, waardoor ze o.a. feitelijk nachtwinkels worden en daarmee de regels voor nachtwinkels omzeilen. Krantenwinkels of videowinkels die langer willen openblijven dan 21 uur moeten daarvoor een speciale vergunning aanvragen. Zo kan de stad controleren of ze een echte krantenwinkel of videowinkel zijn of niet.

                    Afdeling II, Hoofdstuk VII Gemengde verkeersinbreuken: Aanpassen artn. 2.7.1. t/m 2.7.4 ingevolge wijzigingen art. 3 GAS-wet, het Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen en wijzigingen van de Wegcode (koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg).

                    Overige beperkte aanpassingen aan gewijzigde wetgeving: o.a. aanpassing aan uitbreiding bevoegdheden burgemeester art. 134septies nieuwe gemeentewet; voetnoot bij artikel 1.7.6 UGP: verwijzing naar art. 6.11.1. (i.p.v. opgeheven art. 4.4.1.1.) Vlarem II; artikel 3.4.1.: wijziging art.1.2.1., 71° Vlarema (definitie reclamedrukwerk); voetnoot bij artikel 1.6.1. (afvalstof-gewijzigde richtlijn); art. 1.3.1., §1: opheffing ministerieel besluit 3 februari 2000; voetnoot bij art. 1.3.1., §1 (schrappen verwijzing naar Decreet van 26 april 2019 houdende een reglementering op het gebruik van vuurwerk, voetzoekers, carbuurkanonnen en wensballonnen: vernietigd door Grondwettelijk Hof- 165/2020); voetnoot bij artikel 2.2.1. (nieuw Burgerlijk Wetboek).

                    Afdeling II, Hoofdstuk VIII Uitstallingen: de artikelen “Uitstallingen” waren in de vorige versie opgenomen in het Hoofdstuk I Algemene bepalingen  - Uitstallingen. Dit was verwarrend. Voor de duidelijkheid werd ‘Uitstallingen’ in een apart hoofdstuk opgenomen en de betrokken sancties hernomen. Inhoud bepalingen werd niet gewijzigd.

 

Bij besluit van 3 augustus 2026 nam het college van burgemeester en schepenen kennis van de wijzigingen van het UGP en keurde de protocolakkoorden GAS-2-3 en GAS4 goed.

 

De protocolakkoorden dienen in toepassing van art. 23 GAS-wet door de gemeenteraad te worden bekrachtigd.

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.

 

BESPREKING

 

De bespreking van dit agendapunt kan via deze link beluisterd worden. (vanaf 00:10:43)

 

BESLUIT

 

Bij 25 ja stemmen (Tinne Rombouts, Arnold Wittenberg, Piet Van Bavel, Hilde Vermeiren, Marc Haseldonckx, Ann Fockaert, Mariëlle Schalk, Herman Snoeys, Mai Sterkens, Ward Baets, Fons Jacobs, Danny Adams, Katrien Brosens, Dimitri Van Pelt, Joël Adams, Maarten Leemans, Koen Van Leuven, Tom Gabriëls, Marleen De Bie, Kobe Van Den Ouweland, Vicky Rombouts, Nick Martens, Natasja Snels, Jef Bluekens en Corina Furdui)

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de wijzigingen m.b.t. het UGP zoals opgenomen in het document in bijlage - welk document integraal deel uitmaakt van onderhavig besluit - goed.

Artikel 2:

Dit gewijzigde UGP treedt in werking de dag na de dag van bekendmaking ervan op de website van de stad.

Artikel 3:

De gemeenteraad bekrachtigt de protocolakkoorden GAS 2-3 en GAS 4, zoals gevoegd in bijlage.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.