MOTIVERING

 

Voorgeschiedenis en aanleiding

 

Op de raad voor maatschappelijk welzijn van 24 november 2025 werd de overeenkomst CRA en intentieverklaring goedgekeurd, alsook het algemeen huishoudelijk reglement van de medische activiteit. Uittreksel zie bijlage.

 

Ondertussen startte op 1 april 2026 dr. Vince Van Oorschot als CRA in het woonzorgcentrum.

 

De intentieverklaring beoogt de samenwerking tussen behandelende artsen en de initiatiefnemer van het woonzorgcentrum (WZC)* te bevorderen met de Coördinerend en Raadgevend Arts (CRA) als verbindend figuur. De verklaring beschrijft vijf algemene doelstellingen van samenwerking en een aantal concrete samenwerkingsafspraken. Zo wordt er samen gestreefd naar een door de bewoner bepaalde optimale medische zorg in de woonzorgomgeving. Deze intentieverklaring is een aanvulling op het algemeen reglement voor de medische activiteit binnen woonzorgcentra en de rol van de CRA, zoals vastgelegd in het Besluit van de Vlaamse Regering (BVR) van 5 juli 2024.

 

Art. 35.§1. van de bepalingen in het Woonzorgdecreet BVR 28 juni 2019 - Bijlage 11. Woonzorgcentra beschrijft dat voor de organisatie van het medische zorgbeleid de initiatiefnemer beschikt over een algemeen reglement van de medische activiteit met de rechten en plichten van de behandelende artsen die actief zijn in het woonzorgcentrum (WZC)*. Dat reglement wordt overhandigd aan elke behandelende arts. Art. 35 § 2. vermeldt welke elementen het algemeen reglement van de medische activiteit omvat.

 

 

Vandaag ligt er een update voor van deze intentieverklaring en algemeen (huishoudelijk) reglement van de medische activiteit.

 

 

Juridische grond

 

        Artikel 84 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

        Besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2024.

        Besluit van de Vlaamse regering van 28 juni 2019.

        Raad voor maatschappelijk welzijn van 24.11.2025.

 

Argumentatie

 

Vanuit HVRT wordt er geprobeerd om het algemeen reglement van medische activiteit (ARMA) zoveel mogelijk te uniformiseren tussen de verschillende WZC's. Dit komt de duidelijkheid en continuïteit van zorg ten goede.

 

De belangrijkste wijzigingen in de update worden hier opgesomd:

 

* BELRAI instrument

De huisartsen engageren zich om de dossiers van bewoners op punt te stellen. Het WZC en de behandelende artsen maken afspraken over hoe de nodige gegevens voor het BelRAI-instrument tijdig aangeleverd worden  

 

ipv

 

Het WZC en de behandelende artsen maken afspraken over hoe de nodige gegevens voor het BelRAI-instrument tijdig aangeleverd worden.

 

 

* Artikel adviesbevoegdheid

Toevoegen:

        Hygiëne en preventie

        Kwaliteit van zorg

        Wondzorg

        Begeleiding van bewoners in kortverblijf

 

 

Verwijderen:

        Psychisch welbevinden, agressie

 

 

Artikel CRA en mandaat

Toevoegen:

        De opmaak en het up-to-date houden van de medische dossiers door de huisartsen. 

 

Artikel processen en procedures

Aanpassing van de opsomming met duidelijke vaststelling prioriteiten:

 

        Procedure vrijheidsbeperkende maatregelen 

        Procedure voor geneesmiddelenmanagement 

        Procedure voor infectiepreventie  

        Procedure MRSA  

        Procedure wondzorg  

        Procedure euthanasie  

        Werkvoorschrift palliatieve sedatie 

 

Artikel 6:

Toevoeging bij palliatieve zorg en levenseinde:

 

        Voor elke bewoner wordt de vroegtijdige zorgplanning besproken, de DNR-codering is voor de huisarts. 

        De PICT wordt gebruikt om in te schatten of een bewoner palliatief is. 

        Het WZC streeft naar een proactief beleid in zake palliatieve zorgen zodat de bewoner kan overlijden zoals en waar hij/zij dit wenst op een serene manier. 

        Bij een euthanasievraag is het aan de huisarts om hierover in gesprek te gaan met de bewoner en indien gewettigd door te verwijzen naar een collega, indien hij/zij dit zelf niet kan/wil doen.

 

Artikel 8: afspraken over bezoek aan wzc

Toevoeging en verduidelijking:

        Bij geplande consulten wordt de datum voor de volgende keer afgesproken indien mogelijk. Niet geplande huisbezoeken worden door de verpleegkundige aangevraagd voor 11u ’s morgens, tenzij bij hoogdringendheid. 

        De behandelende artsen wordt gevraagd om de bezoeken te plannen buiten de zorgmomenten en de maaltijden.   

        Na het bezoek brengt de arts de verpleegkundige op de hoogte van het beleid en schrijft dit neer in het medisch dossier. De informatie dient voldoende te zijn zodat de juiste verzorging gegarandeerd is.  Bij elk bezoek wordt het medicatieschema kritisch nagekeken, zo nodig aangepast en ondertekend. Via elektronische weg worden de voorschriften ter ondertekening aangeboden. De arts is verantwoordelijk om deze voorschriften maandelijks te ondertekenen.  

        Ook de andere medisch-administratieve formulieren worden correct ingevuld en ondertekend. 

 

 

Artikel 9: interdisciplinaire samenwerking en overlegstructuur

Verduidelijking:

 

De CRA organiseert of neemt deel aan de volgende overlegmomenten (aan te passen in functie van de lokale context en afspraken):

        Het MDO van een bewoner wanneer de behandelende arts niet beschikbaar is;

        Op uitnodiging van de initiatiefnemer over het te voeren medische zorgbeleid;

        Op uitnodiging van de initiatiefnemer over deelname aan de verschillende werkgroepen georganiseerd door het WZC;

        Op uitnodiging van de leden van de bewonersraad, op de gebruikersraad;

        De overlegmomenten of navorming georganiseerd door de huisartsenkring die actief is in de huisartsenzone waarin het WZC zich bevindt;

        Overleg met de zorgvoorzieningen en de coördinerende en adviserende apotheker met wie het WZC een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst heeft;

        Organisatie van overlegmomenten met de behandelende artsen op vraag.

 

Artikel 10: inzage in medisch dossier

Onderscheid maken in bewonersdossier en medisch dossier.

 

1. Het bewonersdossier 

Het WZC voorziet toegang tot het (elektronisch) bewonersdossier. De behandelende arts is verantwoordelijk voor de opmaak van het medisch luik van het woonzorgleefplan (ook bekend als het zorgdossier) van de bewoner.  

Tot het dossier behoren minstens:  

        Een fiche met de belangrijkste medische antecedenten 

        Vaccinaties en allergieën 

        Wie bereikbaar is bij de afwezigheid van de huisarts 

        Staand orders in specifieke situaties 

 

  1. Het medische dossier: 

De arts noteert bij ieder bezoek de vaststellingen in het medisch dossier en valideert het medicatieschema bij wijzigingen.  

 

Het volledige, uniform medisch dossier dient steeds in het WZC te blijven. Na overlijden is de behandelende arts verantwoordelijk voor het archiveren van het medisch dossier (aan te passen naargelang de situatie). 

 

De CRA mag, in uitzonderlijke gevallen, ook toegang hebben tot het medisch dossier van de bewoner (bv. bij verlof van de behandelend arts of bij dringende zaken en als de behandelend arts niet meteen beschikbaar is). 

 

In het belang van de bewoner en om de continuïteit van zorg mogelijk te maken - rekening houdend met het gedeeld beroepsgeheim* - kan de hoofdverpleegkundige het medisch dossier raadplegen. Deze raadpleging moet wel steeds traceerbaar zijn.  

 

BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE

 

 

 

Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.

 

BESLUIT

 

 

Enig artikel:

Het vast bureau neemt kennis van de nieuwe intentieverklaring en het reglement van de medische activiteit en legt onderstaande ter goedkeuring voor aan de raad voor maatschappelijk welzijn:

 

 

Artikel 1: Voorwerp van het reglement

Door dit reglement te ondertekenen,engagerende arts, de Coördinerend en Raadgevend Arts (CRA) en het WZC zich om zo efficiënt mogelijk samen te werken aan het medische zorgbeleid van het WZC in het belang van de bewoner.

 

Artikel 2: Het medisch zorgbeleid

Het medisch zorgbeleid wordt bepaald door de initiatiefnemer van het WZC en de CRA’s.

Het zorgbeleid maakt integraal deel uit van het globale beleid van het WZC. Het omvat de organisatie en de coördinatie van de medische activiteit, de afspraken over de opvolging van de opdrachten van de CRA en de toepassing ervan in beleidsthema’s waarin medische aspecten aan bod komen. Het WZC spant zich in om dit beleid af te stemmen op/met de behandelend arts (zie artikel 5 van dit reglement).

 

De initiatiefnemer communiceert het medische zorgbeleid actief aan de volgende personen:

(1) de bewoner of zijn vertegenwoordiger;

(2) de gebruikers- en familieraad;

(3) alle behandelende artsen in het WZC.
 

Het medisch zorgbeleid wordt minstens elke twee jaar geëvalueerd en geactualiseerd. De initiatiefnemer is de eindverantwoordelijke voor het medisch zorgbeleid.

 

Artikel 3: Adviesbevoegdheid van de CRA(‘s) ten aanzien van de initiatiefnemer

De CRA verstrekt, in overeenstemming met dit reglement van medische activiteit van het WZC, advies aan de initiatiefnemer over beleidsmatige medische aangelegenheden. Dit advies strekt zich met name uit tot de volgende aangelegenheden:

        Voorschrijven en opvolgen van medicatie, in het bijzonder van antibiotica en psychofarmaca

        Dementiezorg

        Palliatieve en levenseindezorg

        Valpreventie

        Infectiepreventie en -bestrijding

 

        Ondervoeding

        Vrijheidsbeperkende maatregelen

        Tand en Mondzorg

        Hygiëne en preventie

        Kwaliteit van zorg

        Wondzorg

        Begeleiding van bewoners in kortverblijf

 

Artikel 4: De CRA en het mandaat

Binnen het WZC is een CRA (of meerdere) aangeduid. Deze arts heeft een mandaat op volgende thema’s:

        Populatiegerichte medische zorg: medische zorg die inspeelt op de algemene gezondheidsbehoeften van alle bewoners in het WZC, zoals vaccinatieprogramma’s, preventieve maatregelen en een beleid rond medicatiebeheer;

        De afstemming tussen populatiegerichte medische zorg en de individuele behandeling van bewoners door hun behandelend arts;

        Risicoparaatheid: het ontwikkelen van strategieën en handelingswijzen om voorbereid te zijn op risico’s zoals infectie-uitbraken of noodsituaties;

        De opmaak en het up-to-date houden van de medische dossiers door de huisartsen.

 

De titelvoerend CRA* van de instelling is
Dr Vince van Oorschot

Rizivnummer: 1-08096-39-004

Contact: Tinnenpotstraat 36, 2320 Hoogstraten – gsm 0470 07 53 02

 

*Als verschillende artsen de taken en functies van de CRA in het WZC uitoefenen, wijzen die artsen één titelvoerende CRA aan. De titelvoerende CRA is de contactpersoon met de administratie en het Departement Zorg. Alle andere taken en functies worden onderling tussen alle CRA’s beschreven en verdeeld.

 

Artikel 5: Processen en procedures ter realisatie van het medische zorgbeleid

Een opsomming van de door het WZC uitgewerkte processen en procedures van belang om het medische beleid te realiseren zijn:

 

        Procedure vrijheidsbeperkende maatregelen

        Procedure voor geneesmiddelenmanagement

        Procedure voor infectiepreventie

        Procedure MRSA

        Procedure wondzorg

        Procedure euthanasie

        Werkvoorschrift palliatieve sedatie

 

Artikel 6: Betrokkenheid en engagement bij het medisch beleid in het WZC

De behandelend arts engageert zich om actief mee te werken aan een coherent medisch beleid binnen het WZC met respect voor eenieders filosofische, godsdienstige, morele en politiek overtuiging, onder andere met betrekking tot de onderstaande elementen:

        Het gewetensvolle, expliciete en oordeelkundige gebruik van het beste recente wetenschappelijke bewijs bij het maken van keuzes over de zorg, rekening houdend met de klinische en sociale context; en de wens van de bewoner.

        Het voorschrijven en opvolgen van medicatie, in het bijzonder van antibiotica en psychofarmaca.

        Palliatieve zorg en levenseindezorg:

        Voor elke bewoner wordt de vroegtijdige zorgplanning besproken, de DNR-codering is voor de huisarts.

        De PICT wordt gebruikt om in te schatten of een bewoner palliatief is.

        Het WZC streeft naar een proactief beleid in zake palliatieve zorgen zodat de bewoner kan overlijden zoals en waar hij/zij dit wenst op een serene manier.

        Bij een euthanasievraag is het aan de huisarts om hierover in gesprek te gaan met de bewoner en indien gewettigd door te verwijzen naar een collega, indien hij/zij dit zelf niet kan/wil doen.

        Het verlenen van kwaliteitsvolle medische zorg, met in het bijzonder aandacht voor:

  1. dementiezorg;
  2. palliatieve en levenseindezorg;
  3. Valpreventie;
  4. infectiepreventie en -bestrijding;
  5. ondervoeding;
  6. vrijheidsbeperkende maatregelen;
  7. mondzorg.

        Het overleg met de toeleverende apothekers en, als dat van toepassing is, het overleg met andere CRA’s en de coördinerende en adviserende apotheker (CAA).

 

De CRA ondersteunt het engagement van de behandelende arts door regelmatig overleg te organiseren (zie artikel 9).

 

Artikel 7: De bewoner

Elke bewoner (vertrouwenspersoon of aangestelde vertegenwoordiger) van het WZC heeft te allen tijde het recht een beroep te doen op een behandelend arts van zijn keuze. Indien een bewoner geen huisarts heeft, kan er contact opgenomen worden met de CRA en/of met de lokale huisartsenkring.

De behandelend arts verklaart uitdrukkelijk actief mee te werken aan de door de voorziening interdisciplinair, uitgestippelde aanpak en behandeling; met respect voor de vrijheid van diagnostiek en behandeling door de behandelend arts en in samenspraak met de bewoner.
De behandelend arts heeft eindverantwoordelijkheid van het medische beleid voor zijn/haar patiënt(en).

 

Artikel 8: Afspraken over het bezoek aan het WZC

Het WZC en de behandelend arts engageren zich om het bezoek van de arts te ondersteunen en efficiënt te laten verlopen. Het WZC engageert zich om een aanspreekpunt aan te duiden om de arts zo nodig te ondersteunen tijdens het bezoek. Consultaties vinden plaats op momenten waarop dat werkbaar is voor de behandelende artsen en het zorgpersoneel van het WZC. Onze afspraken hierover zijn:

        Binnen de huidige werking van het WZC zullen consultaties bij voorkeur plaatsvinden voor 14u30 gezien tot dan op elke afdeling een verpleegkundige aanwezig is. Na 14u30 zal de arts de verpleegkundige van de gelinkte afdeling telefonisch contacteren.

        Bij geplande consulten wordt de datum voor de volgende keer afgesproken indien mogelijk. Niet geplande huisbezoeken worden door de verpleegkundige aangevraagd voor 11u ’s morgens, tenzij bij hoogdringendheid.

        De behandelende artsen wordt gevraagd om de bezoeken te plannen buiten de zorgmomenten en de maaltijden. 

        Na het bezoek brengt de arts de verpleegkundige op de hoogte van het beleid en schrijft dit neer in het medisch dossier. De informatie dient voldoende te zijn zodat de juiste verzorging gegarandeerd is.  Bij elk bezoek wordt het medicatieschema kritisch nagekeken, zo nodig aangepast en ondertekend. Via elektronische weg worden de voorschriften ter ondertekening aangeboden. De arts is verantwoordelijk om dezevoorschriften maandelijkste ondertekenen.

        Ook de andere medisch-administratieve formulieren worden correct ingevuld en ondertekend.

 

Bovenstaande afspraken kunnen in geval van spoedeisende situaties afwijken. De arts informeert het WZC hoe die zelf, of een eventueel vervangende arts, kan opgeroepen worden. Tijdens de uren van de wachtdienst (van 18-8u) in de week en tijdens het weekend is de wachtdienstregeling van toepassing.

Voor de collega van wacht wordt er een up to date dossier (probleemlijst, allergieën, vaccinaties, journaal, recente specialistenbrief) ter beschikking gesteld. Bij afwezigheid door vakantie of door ziekte zorgt de arts zelf voor vervanging, dit is niet automatisch de CRA.

 

De huisarts verbindt er zich toe om op afgesproken momenten telefonisch bereikbaar te zijn en communiceert dit met de verpleging.

 

Artikel 9: interdisciplinaire samenwerking en overlegstructuur

De overlegmomenten in het WZC waarbij de behandelende arts (online) wordt uitgenodigd en verwacht aanwezig te zijn:

        Multidisciplinair overleg (MDO) bij opname van de nieuwe bewoner. Hier worden onder andere de resultaten van de BELRAI-LTCF besproken, samen met de zorgdoelen en het zorgplan van de bewoner alsook de taakverdeling tussen het zorgteam in het WZC en de huisartsenpraktijk.

        Medisch farmaceutisch overleg (MFO): dit wordt besproken tijdens het MDO van de bewoner.

        MDO tijdens het verdere verblijf van de bewoner: jaarlijks wordt bij elke bewoner een BelRAI afgenomen en worden de hieruit bekomen zorgdoelen en het zorgplan besproken met het team en de huisarts en de coördinerend en apotheker.

 

De CRA organiseert of neemt deel aan de volgende overlegmomenten (aan te passen in functie van de lokale context en afspraken):

        Het MDO van een bewoner;

        Het beleidsoverleg van de initiatiefnemer over het te voeren medische zorgbeleid;

        Op uitnodiging van de leden van de bewonersraad, op de bewonersraad;

 

 

        De overlegmomenten of navorming georganiseerd door de huisartsenkring die actief is in de huisartsenzone waarin het WZC zich bevindt;

        Overleg met de zorgvoorzieningen en de coördinerende en adviserende apotheker met wie het WZC een schriftelijke samenwerkingsovereenkomst heeft;

        Overlegmomenten met de behandelende artsen op vraag;

        Overleg momenten met het lokale CRA-overlegplatform van de HVRT.

 

Artikel 10: Inzage in het dossier

  1. Het bewonersdossier:

Het WZC voorziet toegang tot het (elektronisch) bewonersdossier. De behandelende arts is verantwoordelijk voor de opmaak van het medisch luik van het woonzorgleefplan (ook bekend als het zorgdossier) van de bewoner.

Tot het dossier behoren minstens:

        Een fiche met de belangrijkste medische antecedenten

        Vaccinaties en allergieën

        Wie bereikbaar is bij de afwezigheid van de huisarts

        Staand orders in specifieke situaties

 

  1. Het medische dossier:

De arts noteert bij ieder bezoek de vaststellingen in het medisch dossier en valideert het medicatieschema bij wijzigingen.

 

Het volledige, uniform medisch dossier dient steeds in het WZC te blijven. Na overlijden is de behandelende arts verantwoordelijk voor het archiveren van het medisch dossier (aan te passen naargelang de situatie).

 

De CRA mag, in uitzonderlijke gevallen, ook toegang hebben tot het medisch dossier van de bewoner (bv. bij verlof van de behandelend arts of bij dringende zaken en als de behandelend arts niet meteen beschikbaar is).

 

In het belang van de bewoner en om de continuïteit van zorg mogelijk te maken - rekening houdend met het gedeeld beroepsgeheim* - kan de hoofdverpleegkundige het medisch dossier raadplegen. Deze raadpleging moet wel steeds traceerbaar zijn.

 

*Het gedeeld beroepsgeheim is een in de rechtsleer ontwikkelde theorie die tegemoetkomt aan het huidig zorglandschap waarin zorg en begeleiding wordt verstrekt door meerdere gezondheidszorgbeoefenaars, met nood aan gegevensdeling om kwalitatieve en doeltreffende zorg te kunnen verlenen.

De toepassing van het gedeeld beroepsgeheim tussen wie een gezondheidszorgberoep uitoefent is onderworpen aan volgende voorwaarden:

        De gegevensdeling kan enkel plaatsvinden tussen gezondheidszorgbeoefenaars die eveneens gehouden zijn tot het beroepsgeheim;

        De gezondheidszorgbeoefenaars handelen vanuit eenzelfde zorgverleningscontext en beogen eenzelfde finaliteit;

        De gezondheidszorgbeoefenaars delen de gegevens enkel in het belang van de patiënt;

        De gegevensdeling beperkt zich tot de voor zorgverlening noodzakelijke informatie, opdat de gezondheidszorgbeoefenaars hun taak effectief kunnen uitoefenen;

        De patiënt weet welke gegevens uitgewisseld worden, met wie en met welk doel;

        De patiënt verzet zich niet tegen de gegevensdeling (Orde Der Artsen, 2024).

 

 

Artikel 11: Medicatiebeleid

De behandelende arts ondersteunt het medicatiebeleid van de voorziening waaronder het gebruik van het geneesmiddelenformularium, het gebruik van (elektronische) voorschriften en de correcte toepassing van de richtlijnen op het vlak van geneesmiddelen (BAPCOC en Farmaka)

 

Artikel 12: Facturatiemodaliteiten en honoraria

De behandelende arts, die geconventioneerd is, zal voor het aanrekenen van de honoraria aan de patiënten, de tarieven toepassen die zijn vastgelegd in het van kracht zijnde akkoord artsen-ziekenfondsen, of, bij gebrek daaraan, de tarieven zoals vastgelegd in de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen van het RIZIV.

 

De behandelende arts die niet geconventioneerd is, zal de bewoner hierover informeren.

 

Voor de inning van de honoraria heeft de behandelende arts de volgende keuzemogelijkheden.

Inning door tussenkomst van het WZC

        Door afgifte van het getuigschrift van de geneeskundige verstrekking, waarbij het WZC de verstrekking met remgeld aan de bewoner doorrekent;

        Door afgifte van de nodige bewijzen, waarbij het WZC enkel het remgeld aan de bewoner doorrekent.

 

In beide situaties stort het WZC de maandelijkse bedragen op de bankrekening van de arts, ten laatste vóór datum X van de daaropvolgende maand. Het WZC engageert zich ertoe de eID van de bewoners of een kopie van voor- en achterkant op de verpleegpost beschikbaar te houden om het elektronisch medisch dossier en GMD in orde te houden voor de correcte tarficatie

 

Artikel 13: Infodoorstroming bij overdraagbare ziekten

De behandelende arts is verplicht bij het vaststellen van een infectieziekte bij een bewoner dit binnen de 24u te melden aan het Departement Zorg. De meldingsplichtige infectieziekten zijn terug te vinden op de website van het Departement Zorg (Overzicht infectieziekten en bijhorende richtlijnen | Zorg (zorg-en-gezondheid.be)).

De behandelende arts neemt de verantwoordelijkheid op voor de informatiedoorstroming naar de CRA inzake overdraagbare ziekten.

 

Artikel 14: Het niet naleven van het algemeen reglement voor medische activiteit

Het WZC streeft een goede samenwerking na met al de behandelende artsen en omgekeerd.

Van alle artsen wordt verwacht dat zij zich daadkrachtig en integer opstellen en optimaal meewerken aan de bestaande interne organisatie. De CRA ziet erop toe dat de behandelend artsen het algemeen reglement over de medische activiteit naleven.
 

Bij een meningsverschil, een verschil in interpretatie of het niet naleven van werkafspraken beschreven in dit reglement, wordt steeds overlegd met de betrokken arts. De CRA of de initiatiefnemer kan ervoor kiezen om de lokale huisartsenkring in te schakelen als bemiddelaar.

 

Wanneer de arts ervaart dat het WZC het algemeen reglement niet naleeft, went die zich tot de initiatiefnemer/directie van het WZC en de CRA. De CRA faciliteert een dialoog tussen de arts en de initiatiefnemer. Indien wenselijk kan ook hier de lokale huisartsenkring bemiddelen. Ook omgekeerd, als een WZC ervaart dat een arts het algemeen reglement niet naleeft faciliteert de CRA een dialoog tussen de arts en de initiatiefnemer.

 

Geschillen van deontologische aard behoren tot de bevoegdheid van de Provinciale Raad van de Orde van Artsen.

 

Artikel 15: Wijziging van het algemeen reglement voor medische activiteit

Om de goede werking van het WZC in stand te houden en te bevorderen, kan voorliggend reglement, in overleg tussen de verschillende partijen, te allen tijde aangevuld, aangepast of gewijzigd worden.

 

Indien een deel van dit reglement ongeldig wordt verklaard (wegens in strijd met andere regelgeving of algemene rechtsbeginselen of welke reden dan ook), blijven de andere bepalingen geldig.

 

Disclaimer

Register der bekendmakingen

Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.

Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.