MOTIVERING
Voorgeschiedenis en aanleiding
Het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen werd goedgekeurd door de gemeenteraad en is sinds 1 januari 2014 van kracht.
Naar aanleiding van nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, de verdere uitbouw van de natuurbegraafplaats, de inrichting van een sterretjesweide, de behoefte aan een reglementair kader voor begraving van urnen van gezelschapsdieren en het formaliseren van bestaande praktijken, is een actualisatie van het reglement aangewezen.
Juridische grond
● Artikel 56 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
● De Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid artikelen 119, 119bis, 133 en 135, § 2.
● De wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
● Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
● Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, zoals gewijzigd.
● Het decreet over het lokaal bestuur.
Argumentatie
Het vaststellen van een huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen behoort tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Ten opzichte van het huidige reglement worden volgende wijzigingen voorgesteld:
● opname van een reglementair kader voor de natuurbegraafplaats op het landloperskerkhof van Wortel-Kolonie;
● invoering van een regeling voor de sterretjesweide en het symbolisch sterrenregister;
● opname van de bestaande praktijk inzake kosteloze begraving van erkende oud-strijders en de mogelijkheid tot bijbegraving van hun partner;
● invoering van een regeling inzake de bijzetting van urnen van gecremeerde gezelschapsdieren;
● opname van bestaande openingsuren van begraafplaatsen in het reglement;
● verduidelijking van diverse bepalingen inzake begravingen, concessies, graftekens en handhaving.
Het college van burgemeester en schepenen wordt gevraagd om het gewijzigde huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad.
BELEIDS- EN FINANCIELE INFORMATIE
Valt niet onder een actie van het meerjarenplan en heeft geen financiële impact.
BESLUIT
Enig besluit:
Het college van burgemeester en schepenen gaat akkoord om het gewijzigde huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen ter goedkeuring voor te leggen aan de eerstvolgende gemeenteraad.
Huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen te Hoogstraten
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen begraafplaatsen
Artikel 1
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn bestemd voor de lijkbezorging van personen die:
- overleden zijn in de gemeente of er dood zijn aangetroffen en van wie de inschrijving in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister niet kan vastgesteld worden;
- ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente en overleden zijn in de gemeente of er dood werden aangetroffen;
- ingeschreven zijn in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister van de gemeente en overleden zijn buiten haar grondgebied;
- begunstigde zijn van een concessie (grondvergunning);
- andere dan de hiervoor vermelde personen wanneer de aanvraag daartoe wordt gedaan en mits toelating tot begraven op de gemeentelijke begraafplaatsen werd gegeven door de burgemeester.
Artikel 2
De lijkbezorgingen worden volgens plan uitgevoerd in regelmatige volgorde. Elke kist of urne wordt voor de teraardebestelling of bijzetting voorzien van een volgnummer ingeschreven in een register met aanduiding van de identiteit van de overledene.
De graven of columbariumnissen op niet-geconcedeerde grond zijn bestemd voor de begraving van één stoffelijk overschot.
Artikel 3
Bij het bezorgen van de stoffelijke overschotten op de gemeentelijke begraafplaats moeten de gemeentelijke diensten vooraf gewaarschuwd zijn of het gaat om een begraving, een bijzetting in het columbarium of het urnenveld, of een uitstrooiing. Die verplichting rust bij de nabestaanden of de gemachtigde.
Een begraving in volle grond is mogelijk van maandag tot en met zaterdag tussen 10u en 15u, niet op wettelijke feestdagen. Een bijzetting in het columbarium of urnenveld of een uitstrooiing is mogelijk van maandag tot en met zaterdag tussen 10u en 15u30, niet op wettelijke feestdagen.
Artikel 4
Bij het verwijderen van graven worden de eventueel opgegraven stoffelijke resten samen opnieuw begraven. De stoffelijke resten die uit de nissen verwijderd worden, kunnen uitgestrooid worden op de daartoe bestemde plaats van de begraafplaats.
Artikel 5
Bij elke aanvraag tot individuele opgraving moet een belasting betaald worden door de aanvrager volgens het geldende belastingreglement, uitgezonderd wanneer de opgraving wordt uitgevoerd bij gerechtelijk bevelschrift.
Artikel 6
Als een overledene in een andere gemeente wordt herbegraven, moet de burgemeester van die andere gemeente toestemming geven voor de herbegraving in zijn gemeente vooraleer het stoffelijk overschot wordt opgegraven.
Artikel 7
Bloemen en planten op de graven moeten in goede staat onderhouden worden. Als ze afgestorven zijn, moeten ze verwijderd worden door de nabestaanden of verwanten. Bij gebreke hiervan zullen de opruiming en het verwijderen van de potten geschieden door de zorgen van het gemeentebestuur. De bloempotten mogen niet ingegraven worden.
Artikel 8
Het is niet toegestaan grafstenen of andere gedenktekens te plaatsen die door hun vorm, afmetingen, hun opschriften of de aard van de materialen de zindelijkheid, gezondheid, veiligheid en rust op de begraafplaats kunnen verstoren.
De graftekens en andere gedenktekens mogen de maximale afmetingen niet overschrijden. De mogelijkheden m.b.t. de materialen, de afmetingen en de hoogte van de rug van het grafmonument dienen vooraf besproken met en goedgekeurd te worden door de gemeentelijke diensten.
De grafmonumenten voor niet-geconcedeerde graven op de begraafplaats te Wortel dienen uitgevoerd te worden in arduin, eenvormig met de omliggende graven.
Artikel 9
Materialen worden aangevoerd en geplaatst naarmate de behoeften. Geen enkel materiaal mag binnen de omheining van de begraafplaatsen worden achtergelaten. De gedenktekens moeten zodanig afgewerkt zijn dat ze onmiddellijk kunnen geplaatst worden.
Artikel 10
De gedenktekens moeten degelijk opgericht en onderhouden worden. Ze mogen de veiligheid en de doorgang niet belemmeren. De aangrenzende graftekens en graven mogen niet geschaad worden.
Artikel 11
Rond de graven mogen geen afsluitingen of omheiningen gemaakt worden. Banken zijn niet toegestaan.
Rond de graven mogen geen kiezels of sierbestrating worden geplaatst.
Artikel 12
De beplanting en de graspaden, voorzien en onderhouden door de gemeentelijke diensten, voor en tussen de graven dienen gerespecteerd te worden en mogen niet worden beschadigd.
Artikel 13
Bloemen, planten en versieringsvoorwerpen dienen op het grafmonument geplaatst te worden. Enkel bij een urneveld is het toegestaan om deze voor het grafmonument te plaatsen.
Artikel 14
De scheefstaande, omgevallen of verwaarloosde graftekens moeten door toedoen van de nabestaanden opnieuw recht gezet, verwijderd of hersteld worden.
Artikel 15
Het stoffelijk overschot van de overledene blijft gedurende 25 jaar begraven op niet-geconcedeerde gronden, urnenveld of in een columbariumnis. Kinderen onder de 7 jaar worden begraven op de daarvoor bestemde plaats gedurende minimum 50 jaar. Kinderen van 7 tot 18 jaar blijven ook gedurende 50 jaar begraven.
Nadien blijven allen begraven tot de heringebruikname van deze zone zich opdringt.
Artikel 16
Niet-geconcedeerde gronden of columbariumnissen kunnen herbruikt worden voor nieuwe begraving of bijzetting. Minstens een jaar voor het verstrijken van de termijn van begraving of bijzetting of voor de geplande ruiming van de graven of nissen, wordt aan de ingang van de begraafplaats en bij elk graf of nis een bericht aangeplakt. Hierdoor worden de belanghebbenden ingelicht over de termijn waarbinnen zij de graftekens moeten wegnemen. Bij het verstrijken van die termijn worden de materialen eigendom van het stadsbestuur.
Artikel 17
De aanleg van nieuwe grafkelders en graven boven de grond worden niet toegestaan.
Artikel 18
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn toegankelijk:
- van zonsopgang tot zonsondergang
Behoudens afwijkingen die door de burgemeester vastgesteld zijn.
Artikel 19
Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de diefstallen of beschadigingen welke op de begraafplaatsen ten nadele van de nabestaanden zouden gepleegd worden aan de graven, erop aangebrachte gedenktekens, beplantingen, …
Artikel 20
Na de ruiming van graven worden de namen van de overleden personen waarvan het graf geruimd is, vermeld op een gedenksteen, welke geplaatst wordt op de begraafplaats.
Bij oudstrijders wordt het gedenkplaatje overgenomen.
Hoofdstuk 2. Bijzondere bepalingen begraafplaatsen
2.1 De natuurbegraafplaats aan het landloperskerkhof op Wortel-kolonie.
Artikel 21
De natuurbegraafplaats aan het landloperskerkhof op Wortel kolonie is bestemd voor het begraven van een biologisch afbreekbare urne of het verstrooien van de as.
Artikel 22
De technische dienst van de gemeente zal op voorhand een put op de natuurbegraafplaats graven. De begraving van de biologisch afbreekbare urne gebeurt door de gemeente, de begrafenisondernemer of diens aangestelde.
Artikel 23
De voorgeschreven diepte tussen de bovenkant van de biologisch afbreekbare asurneen het grondoppervlak is minimum 40 cm.
De putten waarin de afbreekbare urnen werden geplaatst zullen onmiddellijk na de zinking met aarde gevuld en aangedamd worden.
Artikel 24
De urne moet biologisch afbreekbaar zijn. Gedenkstenen, kransen, vazen, kunstvoorwerpen, vaste planten, bloemen of versieringen van alle aard zijn niet toegelaten en zullen ambtshalve onmiddellijk verwijderd worden. De gemeente houdt een register bij met aanduiding van de identiteit van de overledene.
Artikel 25
Voor de asverstrooiing van as, voortkomend van crematie, kan men opteren voor uitstrooiing op de natuurbegraafplaats op de voorziene plaats.
Bij aankomst van de asurne op de natuurbegraafplaats wordt deze door de gemeente, de begrafenisondernemer of diens aangesteldegeopend en wordt de as door middel van een speciaal toestel op de natuurbegraafplaats uitgespreid. Dit toestel wordt enkel door de gemeente, de begrafenisondernemer of diens aangestelde bediend.
Artikel 26
Bij de natuurbegraafplaats kan door de gemeente op vraag van de nabestaande(n) van de overledene(n) een plaatje met de naam van de overledene bevestigd worden op de gedenkplaats
De plaatjes zijn uniform en de afmetingen zijn vastgesteld op 0,15 m x 0,05 m. Dit gedenkbordje zal met het maximum van twee lijnen gegraveerd worden. Er zal hiervoor een kost worden aangerekend van € 20 en de aanvraag voor het plaatsen van dit bordje verloopt via de dienst Burgerzaken.
2.2 Sterretjesweide
Artikel 27
De sterretjesweide is een speciaal ingericht gedeelte van de gemeentelijke begraafplaats te Hoogstraten, bedoeld voor het herdenken van sterrenkindjes. Dit zijn kinderen die voor of tijdens de geboorte levenloos geboren zijn, ongeacht de zwangerschapsduur, of die kort na de geboorte overleden zijn.
Ouders van sterrenkindjes kunnen kosteloos gebruik maken van de sterretjesweide. De gemeente voorziet een gratis naamplaatje als blijvende herinnering, conform de uniforme stijl van het herdenkingsperk.
Op de sterretjesweide is het plaatsen van persoonlijke gedenktekens niet toegestaan, om de serene en uniforme uitstraling van het perk te bewaren. Persoonlijke gedenktekens zullen daarom onmiddellijk ambtshalve verwijderd worden.
Op uitdrukkelijk verzoek van de ouders kan op de sterretjesweide ook worden overgegaan tot de begraving van een sterrenkindje, de begraving of bijzetting van een asurne of de verstrooiing van de as overeenkomstig de toepasselijke regelgeving in overleg met de gemeentelijke diensten.
Ouders kunnen hun sterrenkindje laten opnemen in het symbolisch sterrenregister van de gemeente. Dit gebeurt via de dienst Burgerzaken. Zij ontvangen een document met de gegevens van hun kindje, dat kan dienen als blijvende herinnering. Ouders kiezen zelf een naam, er is geen bewijs nodig en ook kindjes van lang geleden kunnen worden opgenomen.
Deze inschrijving heeft geen juridische betekenis maar wel een grote symbolische waarde.
2.3 Oud-strijders
Artikel 28
Dit artikel is van toepassing op oud-strijders en gelijkgestelden van de Eerste en Tweede Wereldoorlog die hun hoofdverblijfplaats hadden in de gemeente Hoogstraten en erkend zijn door het bevoegde ministerie. De erkenning dient aangetoond te worden via een vuurkaart (1914–1918), strijderskaart (1940–1945), of een ander officieel bewijs van nationale erkentelijkheid.
De aanvraag voor begraving dient schriftelijk te gebeuren bij de dienst Burgerzaken, vergezeld van het bewijs van erkenning als oud-strijder. De aanvraag moet ingediend worden binnen zes maanden na het overlijden.
Voor erkende oud-strijders wordt het graf kosteloos ter beschikking gesteld. De gemeente voorziet tevens een gratis naamplaatje conform de uniforme stijl.
De echtgenoot of wettelijk samenwonende partner van een erkende oud-strijder (WO I of WO II) mag kosteloos worden bijbegraven.
De wijze van bijbegraving wordt bepaald door de bestaande grafstructuur:
● Indien het graf van de oud-strijder geschikt is voor bijzetting op elkaar (dubbel graf), mag de partner op dezelfde plaats worden bijgezet.
● Indien het graf van de oud-strijder zich bevindt in een zone waar graven naast elkaar worden voorzien, dan mag de partner naast de oud-strijder worden begraven, mits er voldoende ruimte beschikbaar is.
● De concrete plaatsing gebeurt in overleg met de dienst Burgerzaken rekening houdend met de fysieke mogelijkheden ter plaatse.
De bestaande zerk van de oud-strijder mag worden aangepast om ook de naam van de partner te vermelden, mits dit gebeurt binnen de geldende richtlijnen van de gemeente. Het naamplaatje van de oud-strijder blijft behouden.
De aanvraag voor bijbegraving dient schriftelijk te gebeuren bij de dienst Burgerzaken. De aanvraag moet ingediend worden binnen zes maanden na het overlijden van de partner.
2.4 Urne met as van overleden gezelschapsdieren
Artikel 29
De urne met as van een of meerdere al overleden gezelschapsdieren kan, wanneer de afmetingen van het graf of de nis in het columbarium of het urnenveld dit toelaten, samen met de overledene begraven of bijgezet worden.
De urne van het gezelschapsdier is biologisch niet afbreekbaar.
De urne met as van het gecremeerde gezelschapsdier of van de gecremeerde gezelschapsdieren mag nooit de plaats innemen van een urne van een overleden persoon.
De urne van het gezelschapsdier maakt geen deel uit van de concessie.
Met het gezelschapsdier wordt, elk dier dat tam is en traditioneel in huis voor gezelschap of voor emotionele steun gehouden wordt, bedoeld.
De as van het gecremeerde gezelschapsdier of van de gecremeerde gezelschapsdieren volgt de bestemming van de kist of van de urne van de overleden eigenaar bij opgraving van laatstgenoemde. Bij opgraving dient de as van gezelschapsdieren gescheiden te worden van de menselijke resten. Het is niet toegelaten dat de as van het overleden gezelschapsdier wordt uitgestrooid op de strooiweide.
De afmetingen van de urne dienen vooraf te worden afgestemd met de Technische dienst.
Hoofdstuk 3. Algemene bepalingen concessies
Artikel 30
De begraving van een stoffelijk overschot, de begraving van een asurn en de bijzetting van een asurn in een columbarium kunnen het voorwerp uitmaken van een concessie.
Artikel 31
Het verlenen van een concessie door de gemeentelijke overheid houdt geen verhuring noch een verkoop in. De concessie verleent slechts het recht van genot en gebruik met een bijzondere en nominatieve bestemming voor een bepaalde duur. De concessies zijn niet overdraagbaar en worden enkel toegestaan op de plaatsen die daarvoor bestemd zijn.
Artikel 32
Een concessie wordt enkel verleend voor een perceel grond, het urnenveld of voor een nis in het columbarium en dit voor max. 2 personen. Om uitzonderlijke omstandigheden kan de concessie verleend worden voor max. 3 personen, mits motivering door de aanvrager.
De aanvraag voor een concessie kan slechts ingediend worden naar aanleiding van een eerste lijkbezorging.
Artikel 33
De concessie wordt verleend voor 50 jaar.
Concessies worden verleend door de burgemeester, in functie van de ambtenaar van de burgerlijke stand en in opdracht van het college van burgemeester en schepenen.
De concessies worden verleend onder de in het desbetreffende reglement en het retributiereglement bepaalde voorwaarden, zoals die gesteld zijn op het ogenblik van de concessieaanvraag.
Artikel 34
De concessie neemt een aanvang op de datum van de voormelde beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 35
De concessie kan niet hernieuwd worden. Naar aanleiding van een nieuwe bijbegraving in de concessie wordt de concessie voor een nieuwe periode van 50 jaar hernieuwd. De hernieuwde concessie neemt een aanvang op de datum van de bijbegraving.
Artikel 36
Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder, zijn erfgenamen of iedere belanghebbende kan het college van burgemeester en schepenen een concessie voortijdig beëindigen. De stad betaalt geen gedeeltelijke concessievergoeding terug.
Artikel 37
In geval van terugneming van een geconcedeerd perceel of van een geconcedeerde nis wegens openbaar belang of dienstnoodzakelijkheid hebben de concessiehouders recht op het verkrijgen van een perceel van dezelfde oppervlakte of van een nis van dezelfde grootte, op dezelfde of op een andere begraafplaats in de gemeente.
De kosten van overbrenging van de stoffelijke overschotten en van de graftekens of eventueel van een vervangende grafkelder zijn ten laste van de gemeente.
Artikel 38
In geval van wijziging van de bestemming van de begraafplaats (sluiting van de begraafplaats) kan de concessiehouder geen aanspraak maken op enige vergoeding.
Hij heeft het recht op het kosteloos verkrijgen van een grafruimte of van een nis van dezelfde oppervlakte op de nieuwe begraafplaats.
De kosten voor de overbrenging van de stoffelijke overschotten zijn ten laste van het gemeentebestuur.
De kosten voor de overbrenging van de grafmonumenten, evenals de kosten van een vervangende grafkelder zijn ten laste van de aanvrager.
Hoofdstuk 4. Bijzondere bepalingen concessies
4.1 Percelen voor begravingen
Artikel 39
De percelen om één persoon in niet-geconcedeerde grond te begraven hebben een eenvormige oppervlakte van:
- 50 x 100 cm voor een niet gecremeerd lichaam van een kind beneden de 7 jaar;
- 80 x 180 cm voor een niet gecremeerd lichaam van een persoon boven de 7 jaar; Voor de begraafplaats van Wortel is dit 70 x 170 cm.
De geconcedeerde percelen om het niet gecremeerde lichaam van één persoon in volle grond te begraven hebben een oppervlakte van 80 x 180 cm.
De geconcedeerde percelen om de niet gecremeerde lichamen van twee personen in volle grond te begraven hebben een oppervlakte van 180 x 180 cm.
4.2 Percelen bestemd voor de begraving van urnen
Artikel 40
De percelen om de urne van 1 persoon in niet-geconcedeerde grond te begraven hebben een eenvormige oppervlakte van 50 x 50 cm
De geconcedeerde percelen om de urne van max. 2 gecremeerde personen in volle grond te begraven hebben een oppervlakte van 50 x 50 cm.
4.3 Columbarium
Artikel 41
Een columbarium is een bovengrondse bewaarplaats voor de urnen in de vorm van een nissenconstructie.
Elke nis is bestemd voor het bewaren van één urne tenzij er een concessie bestaat. Na het inbrengen van de urne zal de nis onmiddellijk door de verantwoordelijke van de begraafplaats gesloten worden met een voorlopige plaat in hout.
De nabestaande wordt, tegen de vergoeding bepaald in het gemeentelijk retributiereglement, in het bezit gesteld van één gedenkplaat in natuursteen waarop, op zijn (haar) kosten, de naam, geboorte- en overlijdensdatum en een foto van de overledene kan aangebracht worden. Op deze plaat mag één siervaasje aangebracht worden: maximum hoogte 12 cm. Het vaasje mag niet hinderlijk zijn voor andere gedenkplaten. De plaat moet binnen de maand na de bijzetting van de urne(n) op de nis geplaatst worden in vervanging van de voorlopig geplaatste afdekplaat. Indien deze beschadigd is moeten de nabestaanden op hun kosten voor een identieke plaat (uitzicht + afmetingen) zorgen.
De plaat mag enkel bevestigd worden na voorafgaandelijke toestemming van de verantwoordelijke van de begraafplaats.
Artikel 42
De urne mag door de familie in een sierurne geplaatst worden die in een columbariumnis moet kunnen gezet worden. De bijzetting van een sierurne in een open columbariumnis is niet toegelaten.
Artikel 43
Columbariumconcessies worden verleend voor dezelfde duur en onder dezelfde algemene voorwaarden als bepaald voor de concessies van niet-gecremeerde lichamen.
Artikel 44
De niet-geconcedeerde nissen in het columbarium zijn bestemd voor 1 gecremeerd lichaam.
De geconcedeerde nissen in het columbarium zijn bestemd voor max. 2 gecremeerde lichamen.
4.4 Asuitstrooiing
Artikel 45
De nabestaande wordt in het bezit gesteld van één gedenkplaat waarop, op zijn (haar) kosten, de naam, geboorte- en overlijdensdatum van de overledene kan aangebracht worden.
Deze gedenkplaat wordt op de hiervoor voorziene muur bij de strooiweide aangebracht.
Het aanbrengen van siervaasjes of andere voorwerpen is niet toegelaten, deze zullen onmiddellijk ambtshalve verwijderd worden. Bloemen kunnen op de strooiweide neergelegd worden.
Artikel 46
Enkel lijkwagens, dienstvoertuigen of speciaal uitgeruste voertuigen worden binnen de begraafplaatsen toegelaten en dit allen ter gelegenheid van een lijkdienst of voor beheerswerken. Andere vervoermiddelen zijn verboden zonder vergunning afgeleverd door de burgemeester of zijn aangestelden.
4.5 Concessies
Artikel 47
De grondconcessies voor een periode van 25 jaar, toegekend vóór 1 januari 2014, worden zonder tussenkomst, automatisch, omgezet naar een grondconcessie van 50 jaar. De oorspronkelijke aanvangsdatum van de concessie blijft behouden. De omgezette concessie is niet hernieuwbaar.
Hoofdstuk 5. Sanctionering
Artikel 48
Schending van één van de bepalingen zoals vastgelegd in het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, worden bestraft met de straffen, gesteld in artikelen 315, 453 en 526 van het Strafwetboek.
Verdere bepalingen worden geregeld door het uniform gemeentelijk politiereglement Stad Hoogstraten.
Hoofdstuk 6. Maatregelen
Ingeval van inbreuken op artikelen 8 tot en met 14 wordt een bloed- of aanverwant van de overledene – welke bloed- of aanverwant hoofdelijk en ondeelbaar gehouden is - per aangetekende brief in gebreke gesteld de nodige werken of handelingen uit te voeren en dit binnen de 30 kalenderdagen te rekenen vanaf de dag na de dag van aangetekende zending (poststempel). Indien geen gevolg wordt gegeven aan deze ingebrekestelling, is de burgemeester gemachtigd ambtshalve de nodige werken of handelingen te laten uitvoeren, zonder verdere verwittiging en op kosten en risico van de overtreder.
Ingeval van inbreuken op artikel 24, 27 en 45 worden alle gedenkstenen, persoonlijke gedenktekens, kransen, vazen, kunstvoorwerpen, vaste planten, bloemen of versieringen van alle aard onmiddellijk ambtshalve verwijderd.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 49
Alle gevallen, niet bepaald in het huidig reglement, worden geregeld door het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 50
Dit reglement treedt in werking op 01/09/2026.
Artikel 51
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de betrokken bepalingen van het decreet over het lokaal bestuur.
Register der bekendmakingen
Deze webpagina vormt het openbare register van gemeentelijke reglementen en verordeningen, in overeenstemming met het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2023 betreffende de bekendmakingen en raadpleegbaarheid van besluiten en documenten van het lokale bestuur met betrekking tot de manier waarop ze moeten worden bijgehouden.
Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, zal er een expliciete "bundel" van het document worden opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker.
Deze "bundel" bestaat uit:
De inhoud van de publicatie op het moment dat deze werd uitgevoerd.
Een unieke identificatie van de gebruiker die de actie heeft uitgevoerd.
De tijdstempel waarop de actie heeft plaatsgevonden.
Al deze gegevens staan in een aparte publicatie omgeving die beveiligd en toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.